
Column: Niet op rekenen
Column.
Met een serieus gezichtje en een vastberaden blik in zijn ogen komt de oudste de school uit. Als ik vraag hoe zijn dag was, krijg ik te horen dat hij dat thuis wel vertelt. De moed zakt in mijn schoenen, gesprekken die moeten wachten tot thuis vallen nooit in de categorie ‘goed nieuws waar mama’s blij van worden’. En inderdaad. Zodra zijn jas uit is, loopt onze achtjarige naar me toe. Hij kijkt me aan en zegt: ,,Mama, ik haat rekenen. Ik doe dat dus niet meer. Het is stom. Ik kap ermee.” Mijn eerste impuls is om te zeggen dat ik ook een bloedhekel aan rekenen heb en dat ik het volledig begrijp. Erg pedagogisch verantwoord zou dat niet zijn dus ik hou me in.
,,Dat is dan wel een probleem. Hoe kunnen we dat oplossen?”, vraag ik. Mijn kleine rekenhater haalt zijn schouders op: ,,Weet ik veel. Van mij hoeft het allemaal niet. Ik ga dat toch nooit gebruiken, want ik word bioloog.” Vanuit zijn oogpunt snap ik het. Een bioloog moet alles weten van dieren, waarom zou je daar sommen en tafels voor nodig hebben? Wat hij zich niet realiseert is dat getallen een essentieel deel zijn van ons dagelijks leven. In winkels, het betalen van rekeningen, maar ook in tal van kleine zaken. Rekenen is een basisvaardigheid die onze oudste zich ook eigen moet maken. Hij hoeft het niet leuk te vinden, maar het moet gewoon.
De ervaring leert dat ik met ‘omdat het moet’ niet weg kom. Inmiddels weet ik dat onze achtjarige wil weten waarom iets moet en welke argumenten zijn ouders daar voor hebben. ,,Als jij bioloog bent, ga je misschien ook dieren eten geven”, begin ik mijn uitleg. Hij knikt enthousiast want dieren voeren – vooral zeezoogdieren – lijkt hem het allerleukst. ,,Je moet dan weten hoe zwaar een dier is en hoeveel eten hij per kilo lichaamsgewicht mag hebben. Als een zwartpuntrifhaai twaalf kilo weegt en hij mag per kilo 500 gram eten hebben, dan moet jij uit kunnen rekenen hoeveel dat is. Want als een haai te veel of juist te weinig krijgt, wordt hij misschien wel ziek.”
Ik zie aan zijn ogen dat ik een goed punt heb gemaakt. Althans, dat denk ik. Na een paar minuten haalt hij zijn schouders op en zegt: ,,Als ik bioloog ben heb ik ook een telefoon. Dan reken ik het daarop wel uit. Stuur jij de juf even een berichtje dat ik niet meer meedoe met rekenen?” Met open mond laat hij me achter. Hij heeft me klemgezet. Maar dat stoppen met tafels en sommen? Dat wij dat ooit goed vinden, daar hoeft hij niet op te rekenen.
BC-app: download nu gratis! Inclusief agenda vol activiteiten en uitjes
Klik op deze link voor AndroidKlink op deze link voor Apple/iOS







