Het is woensdagmiddag en de negenjarige en ik zitten op de grond. Voor ons staat een groot bord vol met allerlei lekkers: harde broodjes, aardbeien, frambozen, blokjes kaas en wat chips. Elke woensdagmiddag picknicken we samen midden in de woonkamer. Normaal gesproken is dat het moment waarop onze oudste enthousiast vertelt over zijn nieuwste boek, een natuurdocumentaire of de laatste ontwikkelingen in zijn Minecraft-spel. Nu is het stil. Ik kijk opzij en zie dat zijn gezicht strak staat. Zijn grote blauwe ogen staren uit het raam en hij kauwt gedachteloos op een aardbei. Ik vraag wat er is, maar hij haalt zijn schouders op en zegt dat alles goed is. Ik geloof hem niet, maar laat hem even met rust. Het komt vanzelf wel.









