
150 jaar Duits Lijntje: (On)comfortabel reizen naar Goch
HistorieHet Duits Lijntje, de spoorweg die ooit Boxtel met de Duitse plaats Goch verbond, bestaat in juli 150 jaar. In een serie artikelen behandelen Jos Mandos en Sander Leemans van Heemkunde Boxtel de aanloop naar de opening in 1873. Deze week: het materieel.
Al vanaf het begin van de NBDS (Noord-Brabantsch Duitsche Spoorweg-Maatschappij) was het materieel een zorgenkindje: de eerste vijf locomotieven kon men überhaupt niet betalen. Maar met een trucje kon de organisatie toch over genoeg materieel beschikken: er werd een maatschap opgericht die de locomotieven en wagens kocht om ze vervolgens te verhuren aan de NBDS. Toen deze maatschappij op termijn genoeg geld had, kon die het materieel alsnog aanschaffen. Daardoor kon de NBDS van start met vijf locomotieven, dertien personenrijtuigen, 65 kolenwagens, tien houtwagens, veertig open wagens, twintig veewagens, dertig gesloten wagens en vier bagagewagens. Wellicht een beetje overmoedig had de NBDS daarbovenop nog vijf locomotieven en 284 goederenwagens besteld, die gelukkig kosteloos afgezegd konden worden. Men had toch genoeg materieel voor de acht treinen die dagelijks op de lijn tussen Boxtel en Goch reden.
TOILET
In de personenrijtuigen waren er drie klassen: de eerste was aan de buitenkant van het rijtuig geel geschilderd en had drie rode geveerde zittingen per rij. De tweede klasse was groen van buiten en had vier groene zittingen. De derde klasse was minder comfortabel: er zaten vijf passagiers op een rij, op houten banken, ruitjes zaten alleen in de deuren en verwarming werd niet nodig geacht.
Kaartjes voor de eerste klasse waren twee keer zo duur als de tweede klasse en vier keer zo duur als de derde. In de trein zat destijds geen toilet, reizigers deden hun behoefte op de stations (in Schijndel staat nog een toiletgebouwtje). Pas in 1905 schafte de NBDS de eerste rijtuigen met toilet aan, uiteraard alleen voor de eerste en tweede klasse.
GRIJZE KLASSE
In navolging van de Duitse spoorwegen werd in 1879 een van buiten grijze vierde klasse ingevoerd, met planken als banken. Na 1900 was er veel vraag naar de vierde klasse. De NBDS verwijderde het interieur van een paar rijtuigen en liet alleen de planken aan de voor- en achterzijde zitten.
In het begin van de 20e eeuw ging het de NBDS voor de wind: de internationale posttreinen waren lang, zwaar en moesten bovenal op tijd rijden. De NBDS huurde sneltreinen van de Staatsspoorwegen, maar die waren eigenlijk te zwaar voor de Maasbrug en niet sterk genoeg om de zware treinen over de heuvels bij Xanten te trekken. En dus werd er voor elke trein een extra locomotief ingezet, wat duur en vertragend was.
Het werd duidelijk tijd voor nieuwe locomotieven. In oktober 1908 kwamen de eerste zes van deze Blauwe Brabanders in dienst. In 1914 kwam er een zevende bij, terwijl de achtste geleverd werd na de overname door de Staatsspoorwegen.
Om de dienst te versnellen reden de Blauwe Brabanders steeds verder Duitsland in, tot aan Haltern, Oberhausen, Essen en zelfs Münster.

BC-app: download nu gratis! Inclusief agenda vol activiteiten en uitjes
Klik op deze link voor AndroidKlink op deze link voor Apple/iOS







