GEDENKPLAATS HAAREN TOONT OORLOGSVERLEDEN HAARENDAEL

Voormalig seminarie herbergde intellectuelen tijdens oorlog

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De Poort der Zuchten vormt sinds 1939 de ingang tot het complex. De indrukwekkende toegangspoort werd ontworpen door architect Grandpré-Molière. (Foto’s: Peter de Koning).

DOOR MARIËLLE WIJFFELAARS

Vanaf rijksweg N65 is een grote poort zichtbaar. De lange oprijlaan met aan weerszijden metershoge bomen leidt naar Haarendael. Vroeger was dit statige gebouw een seminarie, inmiddels hebben hier mensen met een beperking hun onderkomen. In de Tweede Wereldoorlog werd Haarendael gebruikt voor heel andere doeleinden en was het een gevangenis waar ook gijzelaars zaten. De herinnering daaraan leeft voort dankzij een groep vrijwilligers van de Gedenkplaats Haaren.

Haarendael werd in 1839 in gebruik genomen als grootseminarie voor het bisdom ’s-Hertogenbosch. Een groot aantal priesters volgde hier een opleiding. Ook de bekende priester Peerke Donders was als student verbonden aan Haarendael. In 1941 werd Haarendael door de Duitse bezetters ingericht als kamp. De Polizeigefängenis und Untersuchungs Gefängenis Haaren werd voornamelijk gebruikt als gevangenis voor verzetsmensen, ontsnapte gevangen en onderduikers. Ook werden jonge vrouwen opgepakt die baby’s naar het zuiden probeerden te smokkelen.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: In de kapel op het terrein is inmiddels de Gedenkplaats Haaren gevestigd. In dit museum is aandacht voor Haarendael tijdens de oorlogsjaren.

Tussen juli 1942 en begin 1943 zaten 1.100 gijzelaars in het kamp. De bezetters hadden hen gevangengenomen om de Nederlandse bevolking af te schrikken en dachten hiermee het verzet in te kunnen dammen. Als gijzelaars werd gekozen voor een aantal bekende Nederlanders waaronder de latere minister-president Jan de Quay, schrijver Jan Campert, componist Hendrik Andriessen, pianist Willem Andriessen, cabaretier Lou Bandy en president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen Jan Goudriaan. Ook Jan Lubbers, vader van de latere minister-president Ruud Lubbers, en Frits Philips maakten deel uit van de groep gijzelaars. Na de oorlog werd Haarendael weer in gebruik genomen als seminarie, sinds 1968 wonen er verstandelijk beperkten via zorginstelling Cello.

TE KOOP
In 2000 werd gestart met de gedenkplaats. In de kapel van het instituut is een collectie te vinden die bezoekers een kijkje geeft in het leven op Haarendael gedurende de Tweede Wereldoorlog. De wandeling begint bij de poort die werd gebouwd in 1939 volgens een ontwerp van architect Marinus Jan Grandpré-Molière. In deze Poort der Zuchten staan diverse beelden, tevens zijn een herdenkingssteen en een plaquette geplaatst ter herinnering aan de gevangen die door de poort werden gedreven. De architect ontwierp ook de kapel op het terrein. ,,Het heet een kapel, maar ziet eruit als een kerk”, vertelt vrijwilliger Cees van Roessel. ,,De kapel heeft geen priester meer, wel worden er nog begrafenissen gehouden als een bewoner overlijdt. Tevens wordt de kapel gebruikt voor huwelijkszegeningen.”

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De administratieve gegevens van Haarendael zijn allemaal bewaard gebleven. Hierdoor weten de vrijwilligers precies wie er gevangen heeft gezeten.

In een deel van de kapel is het museum gevestigd, maar eigenlijk is het hele complex een museum op zich. De prachtige oude bomen op het terrein zijn hier een mooi voorbeeld van. Niet verwonderlijk dus dat het gehele complex een monument is. Er mag niks zonder toestemming worden aangepast en dat is maar goed ook, vindt Van Roessel, die tot aan zijn pensionering in 2005 leerkracht was aan basisschool Sint-Willibrordus in Esch. ,,Haarendael staat momenteel te koop”, legt de vrijwilliger uit. ,,De bewoners zijn al gedeeltelijk overgeplaatst naar woningen van Cello in de omgeving. Het gebouw staat dus grotendeels leeg. Ik ben benieuwd wat er met het complex gaat gebeuren, maar de historie moet bewaard blijven.”

Bij binnenkomst in het gebouw vallen de oude en karakteristieke gangen meteen op. ,,Vroeger liepen hier de priesters rond. Het is niet moeilijk om je daar een voorstelling van te maken als je hier ronddwaalt”, vindt Van Roessel. Op de benedenverdieping woonden in de oorlogstijd de Duitse bezetters, hun kamers waren groot en comfortabel. Op de eerste verdieping zaten de gijzelaars, die zich vrij mochten bewegen over het terrein. Op de bovenste etages waren kleinere kamers waar de gevangenen zaten met meerdere mensen op één kamer en kleine ramen waar amper daglicht doorkwam.

SMOKKELEN
De vrijwilligers van de Gedenkplaats Haaren beschikken naast het museum over een onderzoekskantoor waar alle gegevens over Haarendael tijdens de oorlogsjaren worden verzameld. De Duitsers hielden hun administratie goed bij, maar tegen het eind van de oorlog werden veel gegevens vernietigd. De informatie over Haarendael is echter grotendeels bewaard gebleven. ,,We weten exact welke personen hier gevangen hebben gezeten”, verklaart Van Roessel. ,,De administratie ligt nu volledig bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), maar wij hebben wel kopieën in ons bezit.” Voorheen was in het onderzoekskantoor de verhoorkamer gevestigd. Hier werden gevangenen ondervraagd over hun leven buiten Haarendael, zo probeerden de bezetters meer te weten te komen over spionnen en sabotage.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De collectie van het museum bevat veel voorwerpen van de gijzelaars en gevangenen, zoals deze sportschoenen en pijpen.

De verhalen die Van Roessel kan vertellen over de oorlogsjaren zijn talrijk. Een bekende uit die tijd is Engelbertus Witlox. Hij werkte bij transportbedrijf Van Gend & Loos en kwam regelmatig pakketten bezorgen in Haaren. De bewakers zagen hem graag komen omdat hij iets meebracht van ’thuis’. ,,Hij bouwde vertrouwen op bij de bewaking en Witlox werd niet meer gecontroleerd als hij binnenkwam. Zo smokkelde hij illegale boodschappen naar binnen of naar buiten. Hij is voor de gevangenen zeer belangrijk geweest.”

Bij binnenkomst in de kapel vallen meteen de vele tekeningen en handwerkjes op. Deze zijn gemaakt door gevangenen en gijzelaars. Behalve tijdsbedsteding had borduren nog een doel: het doorgeven van boodschappen voor thuis. ,,In schoudervullingen werden vaak briefjes gestopt, maar in lakens of op kleding werd een boodschap geborduurd”, legt Van Roessel uit. ,,Vaak stond er helemaal niets spannends in, maar het ging er voor de gevangenen om dat ze contact konden onderhouden met hun familie.”

Eén borduurwerk springt direct in het oog. Op een grote lap schreven gevangenen hun naam. ,,Zolang ze hun naam nog konden schrijven, waren ze er nog. Dat idee leefde heel sterk in de oorlog”, vertelt de vrijwilliger. Tussen twee namen staat een hartje met een datum erbij, voor het andere hart zijn tralies getekend. Van Roessel: ,,Dat betekent dat hij gevangen zat, maar zij niet. Helaas heeft de man de oorlog niet overleefd dus ook aan hun liefde kwam een eind.”

SCHEERAPPARAAT
In het museum zijn diverse voorwerpen uit het dagelijks leven tijdens de oorlog te vinden. De bonnenboekjes, Jodenster en diverse producten uit die tijd sieren de vitrines van het museum. Ook het kaartje dat gijzelaar Jan de Quay schreef aan de jeugdige Frank Houben, de latere commissaris van de koningin in Noord-Brabant, maakt onderdeel uit van de collectie evenals het scheerapparaat van Frits Philips. De gijzelaars mochten ook een krant uitgeven, mits deze niet buiten de muren van Haarendael kwam. De krant ’Adam in ballingschap’ kwam toch buiten het kamp terecht en de uitgave werd meteen gestopt.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Deze maquette laat zien hoe Beekvliet in Sint-Michielsgestel er tijdens de oorlog uitzag. Het grootste deel van het complex is gesloopt.

De gijzelaars hielden zich tijdens hun gevangenschap onder andere bezig met lesgeven. Omdat de groep bestond uit voornamelijk hoogopgeleiden zoals musici, politici, professoren en schrijvers werden colleges geven. Ook werd gezamenlijk gemusiceerd en maakten de gijzelaars poppenhuizen en schilderijen. ,,Ze hebben het zwaar gehad, maar Haarendael was geen vernietigingskamp”, legt Van Roessel uit. Toch zijn er wél moorden gepleegd. In totaal werden 85 gijzelaars uit Haaren gefusilleerd, voornamelijk om de Nederlandse bevolking te waarschuwen. In het seminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel waren in de oorlog ook gijzelaars gehuisvest. De kampen in Haaren en Sint-Michielsgestel werden niet gebruikt als werkkamp, dit had alles te maken met het nabijgelegen Kamp Vught. Wel werden soms gevangenen van Haaren en Sint-Michielsgestel naar Vught gebracht. Haarendael werd na dolle dinsdag, 5 september 1944, ontruimd.

De Gedenkplaats Haaren is elke eerste woensdag van de maand van 10.00 tot 16.00 uur geopend. Woensdag 25 augustus is er van 10.00 tot 12.00 uur een rondleiding. Op afspraak zijn rondleidingen ook op andere tijdstippen mogelijk. Meer informatie: www.gedenkplaats-haaren.nl.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: In het museum is ook gevangeniskledij te zien. In Haarendael mochten gevangenen gewoon hun eigen kleren aan.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Deze vitrine laat traditionele Joodse voorwerpen zien, waaronder een kandelaar. De gele ster moest tijdens de Tweede Wereldoorlog verplicht door Joden worden gedragen.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Vrijwilliger Cees van Roessel bij de lijsten met namen van gevangenen.




19 augustus 2010

Print deze pagina

Terug