HAARSCHILDERIJEN EN LANGE ONDERBROEKEN BIJ DE VIER QUARTIEREN

Wandeling door het vroegere Brabantse volks- en boerenleven

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Museum De Vier Quartieren in Oirschot is gevestigd in een zestiende-eeuws kapittelhuis. (Foto's: Peter de Koning).

DOOR MARIËLLE WIJFFELAARS

In het centrum van Oirschot achter de Sint-Petruskerk ligt museum De Vier Quartieren. In het zestiende eeuwse kapittelhuis zijn collecties te vinden over het Brabantse volkse en boerenleven. Naast de permanente collectie met werktuigen, textiel, voorwerpen uit religie en schoolspullen heeft het museum elk jaar een aantal tijdelijke tentoonstellingen. Tot eind oktober is een expositie rond onder- en bovengoed te zien. Daarnaast kunnen bezoekers de oude kapsalon bewonderen en snoep kopen in het ouderwetse snoepwinkeltje. Brabants Centrum nam een kijkje bij De Vier Quartieren en ging even terug in de tijd…

De naam van het museum verwijst naar de vroegere bestuurlijke indeling van de meierij van ’s-Hertogenbosch. De kwartieren van Oisterwijk, Peelland, Maasland en Kempenland maakten deel uit de historische meierij. De collectie van het museum beslaat voorwerpen uit deze vier kwartieren. Het echtpaar Van den Bergh-Lap en priester Willem Knippenberg zijn de oorspronkelijke initiatiefnemers van het museum. De verzamelaars kwamen elkaar regelmatig tegen op markten en bijeenkomsten en besloten hun collecties te bundelen.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De haarschilderijtjes zijn een opvallend onderdeel in de collectie.

Waar Knippenberg vooral veel devotionalia in zijn bezit had, draaide de collectie van het echtpaar om volkskunde. Toen het vroegere landbouwmuseum ’Hand en Span’ de deuren sloot, kwamen ook deze voorwerpen bij De Vier Quartieren terecht. De gemeente Oirschot zorgde ervoor dat de drie collecties samen met het VVV-kantoor een historisch pand konden betrekken, waar het sinds de jaren zeventig gevestigd is.

STROOPLIKKERS
Bij binnenkomst staan bezoekers meteen voor de toonbank van een oude kruidenierswinkel uit de jaren twintig. In de grote kast staan allerlei blikjes met koffie, thee en cacao. De naamplaatjes op de lades laten zien dat er erwten, bonen en meel te krijgen is. Maar de vier grote snoeppotten met zoethout, kaneelstokken, jodenvet en strooplikkers spreken zeker de jongste gasten het meest aan. Het museum werkt ook mee aan het basisschoolproject Jet en Jan waarbij leerlingen uit groep 5 meer leren over vroegere tijden. Ook dan wordt de winkel veelvuldig gebruikt. ,,De kinderen gaan dan boodschappen doen en mogen om de beurt iets afwegen”, vertelt conservator Hanneke van den Bogaart. ,,En ook bij ouders is de winkel erg populair, het doet hen sterk denken aan hun jeugd.”

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De oude schoolbanken met leitjes en leesplankjes worden gebruikt tijdens het schoolproject Jet en Jan.

Het hele museum is een grote reis door de tijd. De diverse voorwerpen beslaan de periode tussen 1850 en 1950. De grote kelder met weckflessen laat zien hoe vroeger de groenten en fruit werden ingemaakt om ze zo lang mogelijk te bewaren. ,,Ik kan me dat ook nog wel herinneren”, blikt Van den Bogaart terug. ,,Zelf heb ik het ook nog gedaan met groenten uit eigen tuin. Ik blijf het fascinerend vinden dat vrouwen vroeger tijd hadden om dit te doen, want het is een heel karwei. Zeker als er ook nog een aantal kinderen rondloopt.”

Ook het grote poppenhuis is een echte eyecatcher. Deze werd niet gebruikt om mee te spelen, maar om meisjes te laten zien hoe een goed huishouden er uit zou moeten zien. Het negentiende-eeuwse poppenhuis is mooi afgewerkt, zelfs een poef en vloerkleden ontbreken niet en zien er helemaal in de stijl van die tijd uit.

HAARSCHILDERIJEN
De permanente tentoonstelling ’De seizoenen van het Brabantse volksleven’ geeft een indruk van het leven op het platteland en in de stad tussen 1840 en 1915. De vier seizoenen vormen de rode draad door deze tentoonstelling. Elk jaargetijde wordt met voorwerpen en werkzaamheden uitgebeeld. Tegelijkertijd worden bezoekers meegenomen door de levens van de fictieve boerenzoon Theo van Oirschot en de stadse Anna Teurlings. De vier jaargetijden komen terug in de seizoenen van hun levens: jeugd, jong volwassen, rijpheid en ouderdom. Theo en Anna vertellen over het leven vanaf hun geboorte in 1840 tot hun oude dag in 1915.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De verzameling devotionalia is oorspronkelijk van priester Willem Knippenberg.

In het lenteseizoen zijn landbouwwerktuigen te zien, de zomer toont hooi- en oogstvoorwerpen. Ook de huwelijksgeschenken van Theo en Anna hebben hierin een plaatsje. De herfst en winter tonen de laatste jaren van Theo en Anna. ,,Door de verhalen te combineren met onze collecties, spreken de voorwerpen de kinderen ook aan”, zegt Van den Bogaart. ,,Met een speurtocht proberen we de kinderen zich nog meer te laten verdiepen in het verhaal van Theo en Anna.”

Bij de lente van het leven zijn voorwerpen te zien die te maken hebben met geboorte, bij de winter maken voorwerpen rond overlijden de collectie compleet. Opmerkelijk zijn de zogenaamde haarschilderijtjes. ,,Vroeger maakte men niet of nauwelijks foto’s”, legt de conservator uit. ,,Ter nagedachtenis aan een familielid werd van het haar van de overledene een schilderij gemaakt. Van het haar werden dan bijvoorbeeld bloemen gemaakt.”

LANGE ONDERBROEKEN
Op de zolder van het pand zijn diverse verwarmingsvoorwerpen te vinden. Kruiken, rokkenwarmers en natuurlijk stoven maken deel uit van deze verzameling. Een in het oog springend stuk is een verwarmingsvoorwerp met twee grote voeten eromheen. ,,Dit werd gebruikt door koetsiers”, legt Van den Bogaart uit. ,,Door zijn voeten hierin te doen, bleven deze lekker warm.” Aan het einde van de rondgang door het museum komen bezoekers terecht bij een oude kapperszaak. Dit interieur werd twee jaar geleden door de conservator opgehaald bij een kapper uit Best. ,,Deze man stopte in 1965 met zijn salon”, vertelt Van den Bogaart. ,,Hij had geen opvolger en het huis erachter was nog bewoond. Al die tijd is de zaak in oude staat gebleven. Twee jaar geleden wilden de bewoners het pand verkopen en werden wij gebeld met de vraag of wij het kappersinterieur wilden hebben. We zijn er hartstikke blij mee en het is heel bijzonder dat alles al die tijd in een zaak heeft gestaan waar ruim veertig jaar niet meer geknipt is.”

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: De oude kapsalon is afkomstig van een kapper uit Best en maakt sinds twee jaar deel uit van de collectie.

De wisselcollectie draait op dit moment om onder- en bovengoed. De expositie toont de geschiedenis van ondergoed vanaf 1850 tot heden. De korsetten, lange onderbroeken en borstrokken staan in schril contrast met de hedendaagse ondermode: kanten beha’s en strings. Ook bovenkleding heeft een plaatsje bij De Vier Quartieren. Op de zolder van het kapittelhuis is een collectie mutsen, poffers en oude kledij te vinden. Deze kleding werd twee jaar geleden overgenomen van het particuliere museum De Poffer. Daarnaast is tot en met 7 september een expositie te zien van Textielgroep TeXui bestaande uit wandkleden.

De Vier Quartieren krijgt jaarlijks ongeveer vijfduizend bezoekers. ,,De schoolprojecten zijn goed voor de bezoekersaantallen”, vertelt Van den Bogaart. ,,Kinderen komen vaak in de weekeinden terug met hun ouders om hen het museum te laten zien. Door elk jaar een paar tijdelijke tentoonstellingen in te richten, blijft het museum elke keer verrassend voor de bezoekers.”

De Vier Quartieren aan de Sint-Odulphusstraat 11 in Oirschot is geopend op dinsdag tot en met zaterdag van 12.00 tot 16.30 uur en op zondag van 13.00 tot 16.30 uur. Meer informatie: www.museumdevierquartieren.nl.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Op de zolder van De Vier Quartieren is een grote verzameling poffers te vinden. Deze maken deel uit van de tijdelijke collectie over onder- en bovengoed.

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Conservator Hanneke van den Bogaart weegt snoepjes af in de kruidenierswinkel van het museum.




5 augustus 2010

Print deze pagina

Terug