PEILWAARNEMER MARIA IVEN STOPT NA 35 JAAR

’Water heeft iets sprankelends’

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Peilwaarneemster Maria Iven bij het meetpunt aan de Van der Voortweg in Boxtel. (Foto: Albert Stolwijk).

DOOR MARIËLLE WIJFFELAARS

Vorige week nam Waterschap De Dommel afscheid van haar peilwaarnemers. Sinds de jaren vijftig werden de waterstanden handmatig en mechanisch bijgehouden door de ruim vijftig waarnemers. Wegens automatisering zijn deze peilwaarnemers overbodig geworden. Door de metingen te automatiseren kan het waterschap de gegevens direct verwerken en de stuwen meteen regelen. De Boxtelse Maria Iven heeft sinds 1975 de waarnemingen gedaan aan de Molenstraat/Van der Voortweg waar het Smalwater uitmondt in de Dommel.

U bent 35 jaar peilwaarnemer geweest. Hoe bent u dat geworden?

,,Toen ik met mijn gezin in 1974 aan de Van der Voortweg kwam wonen, kwam het waterschap aan de deur met de vraag of ik peilwaarnemer wilde worden. In die tijd was het gebruikelijk om hier mensen voor te vragen die bij de meetpunten woonden. In 1976 zijn we officieel benoemd als peilwaarnemer. Ik heb het al die jaren met veel plezier gedaan en ook mijn kinderen vonden het leuk om te doen. Mijn zoon vond het meten erg interessant, toen hij nog op school zat maakte hij er grafieken bij. Voor het meten kreeg ik een onkostenvergoeding. Dat was niet echt veel, ongeveer een boek per maand.”

Wat zijn de taken van een peilwaarnemer?

,,Elke dag rond dezelfde tijd moest ik de waterstand opnemen. Deze vulde ik in op een kaart en eens per maand werd deze opgestuurd naar het waterschap. Als ik echt merkte dat er grote veranderingen waren ten opzichte van de dag ervoor, kwam het waterschap even kijken. Tijdens vakanties moest het werk gewoon doorgaan., ik regelde dan zelf een vervanger. Naast het meten, moest ik er ook voor zorgen dat de waterschaal schoon was.”

Wat zijn de leuke en minder leuke kanten van het meten van waterstanden?

,,Ik vond het leuk dat ik de veranderingen bij mijn plekje zo goed zag. Ik zag de bloemen en planten opkomen en merkte het meteen als het water veranderde. Omdat ik elke dag rond dezelfde tijd aan het meten was, kwam ik vaak dezelfde mensen tegen waar ik een praatje mee maakte. Echt vervelende kanten had het werk niet. Zelfs in de winter vond ik het leuk om te doen. Al is het wel zo dat het stoppen minder erg is doordat het nu zo koud is.”

Zijn er situaties geweest die extra bijzonder voor u waren?

,,In 1995 stond het water overal enorm hoog. Dat was natuurlijk niet goed, maar wel mooi om te zien. Toen ging ik wel een paar keer per dag kijken. Ik vind water sowieso aantrekkelijk, zeker tijdens het wandelen. Water heeft echt iets sprankelends. In Boxtel ben ik wat dat betreft helemaal op mijn plaats, het ligt prachtig en zeker om te wandelen is het hier prima.”




18 februari 2010

Print deze pagina

Terug