GER VAN DEN OETELAAR ONTKENT LIEMPDSE AANTIJGINGEN

’Wethouder misbruikt machtspositie’

© 2008 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Beeld van de woonboerderij Looeind 1, waar de restauratie op last van de gemeente is stilgelegd. (Foto: Albert Stolwijk).

DOOR HENK VAN WEERT

De familie Spanjers in Liempde heeft deze week zware beschuldigingen geuit aan het adres van wethouder Ger van den Oetelaar. Het echtpaar heeft een officiële klacht ingediend tegen Van den Oetelaar omdat ze tijdens de restauratie van de woonboerderij Looeind 1 – die op last van de gemeente is stilgelegd - voor ‘onnodig hoge onkosten’ zijn geplaatst. Men beticht de wethouder van machtsmisbruik. Van den Oetelaar ontkent de aantijgingen en zegt volkomen integer en volgens de regels te hebben gehandeld.

Het uit Oirschot afkomstige echtpaar Spanjers kocht vier jaar geleden de leegstaande boerderij op de hoek van de Roderweg en Looeind en is in eigen beheer aan de slag gegaan om die te restaureren. Tijdens de werkzaamheden is een oude muur van het beeldbepalende gebouw gesloopt omdat die op instorten stond. Omdat eerder ook al de kopgevel niet gehandhaafd was gebleven, leidde dat ertoe dat de gemeente een bouwstop afkondigde en een preventieve dwangsom oplegde van 25.000 euro.

In een gesprek dat haar man Jan in juli 2008 had met de wethouder zou Van den Oetelaar volgens Petra Spanjers ‘zeer boos’ hebben gereageerd en gezegd hebben dat ‘met opzet een monument is vernietigd’. Jan Spanjers voelde zich geïntimideerd door de wethouder omdat die niet van plan was om verder medewerking te verlenen aan het afbouwen van de boerderij.

In november volgde een gesprek tussen Petra Spanjers en de wethouder om uit de impasse te komen. Daarbij werd door de wethouder voorgesteld dat de Spanjers als ambachtelijk timmerman een tegenprestatie zou leveren om de monumentale schade te herstellen. Dat zou kunnen door belangeloos een ander cultuurhistorisch bouwwerk op te knappen.

COMPENSATIE
Het voorstel leidde ertoe dat het Liempdse echtpaar in contact kwam met de Stichting tot Behoud Cultuurhistorisch Erfgoed in hun woonplaats. Volgens Spanjers stelde bestuurslid Dick de Lange voor dat er een financiële compensatieregeling zou worden getroffen. Door af te zien van overheidssubsidies hoopte de familie Spanjers toestemming te krijgen van de gemeente om de restauratie van haar boerderij te voltooien.

Eind november 2008 stuurde Petra Spanjers een brief aan het college van B. en W. waarin zij zich beklaagde over de gang van zaken. Daarin schrijft ze dat de wethouder een ‘wolf in schaapskleren’ (De Lange – red.) op hen af heeft gestuurd omdat Van den Oetelaar zelf belangen zou hebben in de genoemde stichting. ,,Wij hebben inmiddels vanuit zeer betrouwbare bronnen vernomen dat de heer Van den Oetelaar al jarenlang op deze manier mensen chanteert en geld ‘werft’ voor de vele clubjes waar hij persoonlijk belang bij heeft. De mensen in Liempde vragen zich af wanneer deze man eindelijk een keer aangepakt wordt. Hier ligt een grote taak voor het gemeentebestuur. Ik heb onbedoeld een beerput opengetrokken waar ik liefst niets mee te maken wil hebben.” Het storten van geld op een rekening buiten de gemeente om, valt in de ogen van Spanjers niet onder de gedragscode waaraan een wethouder zich heeft te houden.

KLACHT
In een gesprek met burgemeester Frank van Beers dat begin december plaatsvond, wordt volgens Petra Spanjers niet ingegaan op haar brieven, wel wordt naar een oplossing gezocht om de bouw te kunnen voltooien. De plaatselijke monumentencommissie zou de situatie moeten beoordelen, maar trekt haar handen er van af. Vervolgens wordt een onafhankelijk adviesbureau ingeschakeld, maar die keurt een aantal zaken af hetgeen de familie Spanjers 20.000 euro extra kost. Bij de onafhankelijkheid van het adviesbureau zet het Liempdse echtpaar vraagtekens, maar ze gaat toch akkoord omdat anders de bouwvergunning zou worden geweigerd. Uiteindelijk wordt medio maart een nieuwe bouwvergunning afgegeven.

Tegen de handelwijze van wethouder Van den Oetelaar heeft de familie Spanjers nu een officiële klacht ingediend bij burgemeester Van Beers. Ze vindt dat de wethouder op een onheuse manier zijn machtspositie heeft misbruikt en beschuldigt Van den Oetelaar van corruptie. Daarnaast is bezwaar gemaakt tegen de opgelegde dwangsom én een in hun ogen dubbel opgelegde rekening voor legeskosten.

INTEGER
Wethouder Van den Oetelaar zegt in een reactie dat hij zich helemaal niet kan herkennen in de voorstelling van zaken zoals de familie Spanjers die schetst. ,,Ik heb handhavend opgetreden zoals ik dat ook in andere soortgelijke gevallen zou hebben gedaan. De dwangsom is opgelegd omdat eerder al delen van de boerderij waren gesloopt tegen de afspraken in. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de bouwvergunning die mensen aanvragen ook daadwerkelijk nageleefd wordt. Dat heb ik in dit geval gedaan.” Dat de familie Spanjers de publiciteit heeft gezocht, betreurt de wethouder: ,,We hadden immers een oplossing bereikt.”

Dat hij betrokkenheid zou hebben bij de genoemde Stichting tot Behoud Cultuurhistorisch Erfgoed in Liempde, zoals de familie Spanjers insinueert, ontkent Van den Oetelaar in alle toonaarden. ,,Natuurlijk ligt cultuurhistorie in het algemeen mij zeer na aan het hart. Maar ik ben geen bestuurslid of zo van die genoemde stichting. Dat ik belang zou hebben bij de voorgestelde compensatieregeling of mensen gechanteerd zou hebben, is absoluut onwaar.” Ook benadrukt Van den Oetelaar dat de familie Spanjers zelf contact heeft gezocht met Liempdse stichting.

‘GEKWETST’
Compensatie door middel van een maatschappelijke tegenprestatie is heel legitiem, stelt de wethouder. ,,Als je voor een voldongen feit staat, zoals in dit geval, is zo’n compensatieregeling heel gebruikelijk. In Boxtel hebben we dat in onze bestemmingsplannen geregeld, maar ook provinciaal en landelijk worden dergelijke regelingen toegepast. Over het storten van geld op een bepaalde rekening heb ik nooit met de familie Spanjers gesproken.”

Wethouder Van den Oetelaar kan niet verhullen dat deze ‘aanval op de man’ hem aangrijpt. ,,Ik voel me gekwetst. In heel mijn bestuurlijke loopbaan van twaalf jaar heb ik zoiets nog niet eerder meegemaakt.”




20 mei

Print deze pagina

Terug