EVERT MEIJS SPEELT IN REÜNIEORKEST SINT-ARNOLDUS

Na veertig jaar weer aan de bugel

© 2008 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Evert Meijs (vijfde van links) tijdens een van de marsoptredens van fanfare Sint-Arnoldus, eind jaren zestig. De foto is genomen op de Annastraat. (Foto: collectie Evert Meijs).

Fanfare Sint-Arnoldus in Lennisheuvel werd zestig jaar geleden opgericht. De muziekvereniging viert het diamanten jubileum in het laatste weekeinde van april. Onder meer met een concert waaraan ook een groot aantal oud-leden deelneemt. Eén van hen de oud-Boxtelaar Evert Meijs, die momenteel in het Belgische Achel woont. Hij haalt herinneringen op aan het eind van de jaren zestig toen hij als jong ventje bugel ging spelen in de fanfare.

DOOR EVERT MEIJS

Het lidmaatschap van de fanfare lachte me toe in de tijd dat Sjef van den Braak dameskapper was in de Breukelsestraat te Boxtel. Hij was naast ‘coiffeur’ ook klarinettist van Boxtel’s Harmonie en dirigent van fanfare Sint-Lambertus te Gemonde. Bij dat laatste muziekkorps waren ook drie broers van mijn moeder lid en ook verschillende van hun kinderen bliezen een aardige partij mee in zaal De Schuif van het gevierendeelde dorp. Ongetwijfeld was dit muzikale familiale bolwerk onderwerp van gesprek alvorens mijn moeder door de kapper de droogkap over haar hoofd geschoven kreeg.

Aangezien ik lid was van het jongenskoor Cantasona van de Heilig Hartparochie te Boxtel, zullen mijn moeder en Van den Braak gedachten gewisseld hebben over muziek en over deelname aan de Lennisheuvelse fanfare Sint-Arnoldus. Ook mijn oudste broer Henk werd volgens mij in de gesprekken aangehaald en op enig moment fietsten we samen, Henk en ik, op maandagavond vanaf onze ouderlijke woning aan de Kapelweg, langs de lijn, via ‘de Sport’ (exportcentrale Encebe, het huidige Vion – red.) naar gemeenschapshuis Orion.

NOTENLEER
De driejarige opleiding van de muziekschool had ik reeds achter de rug en noten lezen was me als koorzanger niet vreemd. Alleen: het effectief werken met kruisen en mollen is menig zanger onbekend, aangezien middels een eenvoudig foefje (de laatste mol is een fa, het laatste kruis is een ti) handig met toonsverhogingen en –verlagingen wordt omgegaan. In Lennisheuvel kwamen de rijtjes fis, cis, gis, dis, aïs, eïs bis en bes, es, as, des, ges, ces, fes om de hoek kijken. Een lastig traject.

Een smal notenboekje kwam op een houten standaard te staan, ietwat van de hete ijzeren oliekachel verwijderd. Dirigent Van den Braak – steevast aangeduid als directeur - spande zich enorm in om mij de notennamen en de ritmiek van achtste, zestiende en tweeëndertigste noten eigen te laten maken. Ik werd blijkbaar voorbestemd om de bugel te gaan blazen. Op enig moment kreeg ik een zwarte zak aangereikt met daarin een instrument: de bugel.

Embouchure (‘ammezuur’) was het toverwoord: maar vaak genoeg het mondstuk van de bugel kussen en het succes zou op me af komen. Zonder de ventielen te hoeven gebruiken, kreeg ik de eerste oefeningen mee naar huis. Op onze slaapkamer zette ik het dakraampje open en de eerste valse en krakkemikkige tonen dwarrelden over Kapelweg, Veldakkersstraat en Kalksheuvel.

De vele oefeningen namen een aanvang. Niet geweldig motiverend om alleen een ééntonig instrument te leren bespelen. Toch bleek de oefening kunst te baren want de maandagavondrepetities in Lennisheuvel mondden uit in deel nemen aan de ‘grote’ repetities met de overige leden, die vaak inmiddels vergaderd waren rondom die ijzeren kachel. Volgens mij werd er driftig gerookt en kwamen de peuken terecht op de ijzeren grondplaat onder de hete brommende vuurhaard. Soms kwam pastoor Victor Tilman op bezoek. Al glimlachend en wrijvend over de revers van zijn colbert stamelde hij wat woorden tegen de collega-muzikanten. De geestelijk adviseur en oprichter was pater Pancratius, assumptionist van Stapelen.

MOOIE CLUB
Als bugelspeler kwam ik ongeveer middenvoor te zitten op de eerste rij, in de schaduw van de directeur, op een houten stoel achter een houten muzieklessenaar. Naast me zat ene Bert, later Bart genoemd, ook uit Gemonde afkomstig. Helemaal vooraan zat Piet Maas. Hij blies piston. Achter hem zat Toon van der Sloot met de trombone, met naast hem nóg een trombonespeler, Jan van Kuringe. De kleine trom werd geroerd door Jan Maas. Saxofonist was Cees Smetsers. Broer van Houtum speelde hoorn. Dan woonde vlak vóór ‘de Sport’ een dame die op enig moment met ons meefietste naar en van de repetities. Zij speelde ook bugel, herinner ik me.

Al met al was het een mooie club met mensen die de gezelligheid hoog in het vaandel had. Wonderlijk, dat ik me dit anno 2009 nog herinner. Ik realiseer me ook dat niet alle leden in mijn vizier stonden, eenvoudigweg omdat ze altijd áchter me zaten op de repetities. Mies Verhoeven komt nu bovendrijven, de bekkenist. En Toon van der Linden, chauffeur bij Van Geel, met de grote bas. Hij was zelf al zo groot en met dat instrument was hij de grootste gestalte van het hele muziekgezelschap. Herman van den Heuvel was bugelist.

UITRUKKEN
Natuurlijk beleefde ik de meest mooie momenten als we moesten uitrukken. Daarvoor werd eerst een uniform aangemeten bij Maas, tegenover de Theresiakerk. In een bruine koker zat een witte pluim voor op de pet. Ik meen dat het ook de periode was waarin de bugel met de zwarte zak werd ingeruild voor een instrument in een heus koffer. Dat gaf toch een heel ander aanzien…

Op de speelplaats van de school werden exercities gehouden onder leiding van instructeur Eef Traa. Ook de drumband maakte hierbij haar opwachting. Tamboermaître Dorus van Kempen marcheerde fier voorop en wij maar blazen: de mars Holland Jubelt. Ook voor de Heilig Bloedprocessie werden enkele melodieën ingestudeerd en moest er extra traag gemarcheerd worden. Tussen haakjes: Toon van Kasteren was óók een bugelspeler wiens naam me nu te binnen schiet.

Ik herinner me als de dag van gisteren het vroege dauwtrappen op Koninginnedag. Een koe kreeg eens van ons een hartverlamming. Zo af en toe was er een huwelijksjubileum te vieren waarbij de fanfare haar opwachting maakte. Rookartikelen werden gepresenteerd en verdwenen veelal in onze pet. Ook heb ik in deze tijd bier leren drinken. Niet alleen voor het genot, maar eerder vanwege pure dorst van het blazen…

Eén concours herinner ik me: in Ulvenhout. We behaalden er in 1968 de eerste prijs en iedereen kreeg een kaartje op zijn pet met daarop ‘1e prijs’. Bestuursleden als Leo Kurstjens, Jan van Kasteren en Antoon Jansen, de man van het supermarktje in Lennisheuvel, liepen mee toen een muzikale triomfwandeling door Lennisheuvel werd gemaakt.

Vanwege de drukke bezigheden heb ik het lidmaatschap op moeten zeggen en lange tijd is fanfare Sint-Arnoldus niet op mijn netvlies gekomen. De laatste jaren echter zag ik in Brabants Centrum af en toe een foto van een jubilaris van de fanfare. Tijdens de Bloedprocessie zag ik trouwens jaarlijks de fanfare nabij de Sint-Petruskerk staan, gereed om aan te sluiten na het Allerheiligste.

BEKENDE GEZICHTEN
Na enkele jaren gestopt te zijn als bugelspeler, heb ik bij gelegenheid een trompet bespeeld, met dank aan de opleiding in Lennisheuvel. Maar inmiddels is het méér dan veertig jaar geleden dat ik geblazen heb. De uitnodiging om mee te doen tijdens het reünieconcert eind april was reden om toch weer mijn bugel aan de mond te zetten.

Inmiddels heb ik al enkele repetities achter de rug. Geweldig. Ik kan niet anders zeggen. De herinneringen dwarrelen me als wierookgeuren om de neus. Al is Orion totaal gerenoveerd, de foto van pater Pancratius en ook die van pastoor Manders hangen er nog! Jan Maas (kleine trom) is ook nog van de partij en kwam onmiddellijk aangehold om me welkom te heten. Wel ietsje ouder geworden, maar niet veel.

Ik kreeg een plaatsje toegewezen in de tweede rij, links van de dirigent. Totaal nieuw was de krant die voor me op de vloer werd gelegd voor het opnemen van het condensvocht uit mijn blaasinstrument. Ik herkende al meteen enkele gezichten van vroeger. Al gauw nam dirigent Peter Spierings het woord, heette de oud-leden welkom en er werd gestart met het eerste muziekstuk. Gelukkig had ik me de voorbije vier weken goed voorbereid en er bleek voldoende embouchure te zijn om goed mee te kunnen komen. Na dit eerste stuk werd er (met een elektronisch apparaatje) gestemd.

Het daarop volgende uur werden de andere stukken doorgenomen. Het waren echt sweet memories, daar in dat kerkdorp. De klank van het orkest was prima, de sfeer uitstekend en het werd al te gauw pauze. Daarin werden herinneringen getoetst van veertig jaar geleden. Na ’n kopje koffie weer snel in de voiture en terug naar Achel. ’t Was fijn om weer eens een avond bij de fanfare te zijn!

Het reünieconcert, waaraan ook wordt meegewerkt door de drumband die eveneens wordt versterkt met oud-leden, vindt plaats op zaterdagavond 25 april in gemeenschapshuis Orion.

© 2008 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Fanfare Sint-Arnoldus marcheert eind jaren zestig door Lennisheuvel. Voorop de toenmalige dirigent Sjef van den Braak. (Foto: collectie Evert Meijs).




2 april

Print deze pagina

Terug