DRIE FANFARES GINGEN AAN HONDERDJARIGE MUZIEKKORPSEN VOORAF

Wortels Boxtelse harmonieŽn liggen in 19e eeuw

© 2007 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: De bedrijfsfanfare van weverij Van Oerle heeft bestaan van 1895 tot 1906 en repeteerde in het koetshuis van het villa Het Hof aan de Rechterstraat. Dat was nog voordat de huidige villa, die momenteel wordt verbouwd tot grand cafť, verrees. Op de voorgrond de drie broers Jan, Frans en Janus van Oerle. (Archieffoto Brabants Centrum).

DOOR HENK VAN WEERT

Boxtel viert in 2008 het eeuwfeest van zijn twee muziekkorpsen. De R.K. Gildenbondsharmonie en Boxtel's Harmonie werden kort na elkaar in 1908 opgericht en de vorming van het ene muziekgezelschap lijkt onlosmakelijk met het andere verbonden. Gezamenlijk herdenken beide verenigingen komend jaar hun honderdjarig bestaan. Dat jubileumfeest is ook aanleiding voor een gedenkboek dat wordt samengesteld door Piet van Oers. De historie van beide clubs komt daarin uitgebreid aan bod. Brabants Centrum belicht aan de vooravond van het eeuwfeest de voorlopers van de twee harmonieŽn.

De wortels van de twee Boxtelse harmonieŽn voeren terug tot het midden van de 19e eeuw. Toen moet er al een Boxtelse fanfare hebben bestaan, zo blijkt uit naspeuringen van de oprichter en oud-voorzitter van de Boxtelse Heemkundekring, wijlen Piet Dorenbosch. Boxtel lijkt daarmee de landelijke trend te volgen: vanaf de tweede helft van de 19e eeuw kwam de blaasmuziek overal in Nederland tot bloei.

De eerste muziekkorpsen ontstonden in de steden en werden opgericht door de schutterijen en burgerwachten om het exerceren en marcheren te vergemakkelijken. Het waren betaalde orkesten. Een jaar na de reorganisatie van de schutterijen in 1827 werden de muziekkorpsen opgeheven: ze waren 'overbodige luxe'. De militaire orkesten bleven bestaan en traden op voor de burgerij. Ook ontstonden toen burgerlijke harmonieŽn, feitelijk voorzettingen van de oude schutterijorkesten.

Aanvankelijk waren deze orkesten er alleen voor en door de elite, maar naarmate de eeuw vorderde ook voor lagere maatschappelijke klassen. Toen in 1843 de militaire muziekkorpsen door een bezuinigingsoperatie werden opgeheven, betekende dit een impuls voor de burgerorkesten. De musici raakten immers brodeloos en moesten omzien naar ander werk.

SCHUTTERIJMUZIEK
Of de Boxtelse fanfare is opgericht door een van toenmalige vier plaatselijke schuttersgilden, is onbekend. Mogelijk is het muziekkorps wel een alternatief geweest voor de gildebroeders. Na het herstel van de bisschoppelijke hiŽrarchie in 1853 nam de invloed van geestelijkheid in het katholieke zuiden sterk toe. De clerus verfoeide de traditioneel met veel drank en eten gepaard gaande gildebijeenkomsten.

Tussen 1880 en 1900 verdwenen de vier Boxtelse broederschappen; wellicht (mede) door toedoen van de plaatselijke geestelijkheid. Bekend is dat elders gildebroeders na ontbinding van de schuts hun vertier zochten bij liedertafels of muziekkorpsen. Het is niet ondenkbaar dat zulks ook in Boxtel het geval was.

Eťn van de leden was de Boxtelse fanfare was Jan van der Meijden, de vader van de Thomas van der Meijden, die van 1900 tot 1935 gemeentesecretaris van Boxtel was en als bestuurslid vanaf de oprichting ruim dertig jaar nauw betrokken bij Boxtel's Harmonie.

GROTE TROM
Veel is niet bekend over de fanfare waar Jan van der Meijden lid van was. Wťl dat bij de liquidatie van het muziekgezelschap de grote trom terecht kwam in het gemeentehuis, waar ze jarenlang werd bewaard. Deze grote trom gaf rond 1879 de aanzet tot de oprichting van een nieuwe muziekvereniging: De Boxtelse Fanfare, die in de volksmond de hermenie werd genoemd. Onder de ruim twintig muzikanten, meest jongemannen uit de burgerij, waren de gebroeders Janus, Frans en Jan van Oerle van de gelijknamige Boxtelse weverij.

Uit de gegevens die heemkundige Dorenbosch achterhaalde zou blijken dat de leden vol ijver waren, maar dat de achterban hen in de steek liet. Van subsidie of belangstelling van het gemeentebestuur was geen sprake. De geestelijkheid toonde nog wel enige interesse, maar de gewone burger had totaal niets over voor de fanfare. Met name door de niet aflatende ijver en steun van beschermheer Willem de Leeuw kon de fanfare het toch nog zo'n vijf jaar volhouden. In 1884 ging het gezelschap met een groots festijn ter ziele.

De hermenie repeteerde onder leiding van de Bosschenaar Christiaan HŲrmann in het destijds bekende cafť Sint-Cathrien aan de Rechterstraat (thans no. 12). Deze lokaliteit draagt de naam van een van de vier vroegere Boxtelse schuttersgilden en aangenomen mag worden dat het de gildekamer van het Sint-Catharinagilde was. De gedachte dat ook in Boxtel de muziekkorpsen zijn ontstaan vanuit (een van de) opgeheven gilden lijkt daarmee extra voeding te krijgen.

LIEDERTAFEL
In hetzelfde jaar dat De Boxtelse Fanfare werd opgeheven, zag de liedertafel Sint-Petrus het levenslicht. Wellicht dat de muzikanten bij het koor een alternatief vonden voor hun vrijetijdsbesteding. In elk geval is bekend dat de leden van de liedertafel in 1908 mede een rol zouden spelen bij de oprichting van Boxtel's Harmonie.

Het duurde elf jaar eer er opnieuw een muziekgezelschap van de grond zou komen. In 1895 namen de eerder genoemde gebroeders Van Oerle het initiatief tot de oprichting van de bedrijfsfanfare Wilhelmina voor de werknemers van hun weverij. Deze fanfare telde zo'n dertig muzikanten die niet alleen een instrument, maar ook een blauwe uniformpet met zilveren biezen kregen uitgereikt. Bovendien was het korps uitgerust met een vaandel waarop een gelauwerd en gekroond spinnewiel was geborduurd. Onder leiding van de onderdirecteur van het muziekkorps van de Bossche schutterij, ene Rinket, repeteerde 'Wilhelmina' in het koetshuis van het (oude) huis Het Hof aan de Rechterstraat.

Als gevolg van een staking bij weverij Van Oerle ging de fanfare in 1906 ter ziele. De instrumenten en het vaandel werden in 1918 verkocht en op een kar naar Den Dungen getransporteerd waar thans nog steeds de harmonie Wilhelmina floreert.

DEGELIJKE MUZIEK
Andermaal ontstond dus een periode waarin Boxtelaren het zonder eigen muziek moesten doen. En als dan toch de aanwezigheid van een muziekkorps was gewenst, werd vaak een beroep gedaan op de Liempdse fanfare Concordia die uit 1875 stamt.

Blijkbaar verliep het inhuren van een muziekkorps van buiten de gemeentegrenzen niet steeds naar tevredenheid. Dat blijkt als de gemeenteraad een subsidieverzoek behandelt van de toenmalige gymnastiekvereniging Neerlandia. De sportclub vroeg een bijdrage in de kosten van een muziekgezelschap dat ingehuurd moest worden voor de opluistering van festiviteiten. De raad stelde vijftig gulden ter beschikking onder voorwaarde dat er een 'degelijk' muziekkorps, te beoordelen door het college van burgemeester en wethouders, mee zou werken.

Deze raadsdiscussie maakt duidelijk dat men op dat moment (we schrijven 2 mei 1908) in ieder geval ten gemeentehuize nog geen weet had van de plannen om opnieuw een eigen harmonie in Boxtel van de grond te krijgen. De eerste stappen in die richting werden echter nog diezelfde maand genomen...

Het gedenkboek waarin Piet van Oers de historie van zowel Boxtel's Harmonie als de Gildenbondsharmonie beschrijft wordt gepresenteerd op zondag 25 mei tijdens de jubileumreceptie van beide harmoniebesturen in de raadzaal van het gemeentehuis. Die dag is ook de overzichtstentoonstelling te zien die Jan Swinkels heeft samengesteld.

Zondag 6 januari gaat het eeuwfeest om 10.30 uur van start met een hoogmis in de Heilig Hartkerk die wordt opgeluisterd door Boxtel's Harmonie en waar burgemeester Frank van Beers een felicitatierede uitspreekt. Diezelfde dag verzorgt de Gildenbondsharmonie vanaf 14.00 uur in de Tijberzaal van het Vmbo-College Boxtel (Baanderherenweg) haar jaarlijkse nieuwjaarsconcert in Weense stijl.

Bronnen: Piet Dorenbosch, 'Verklonken muziek. Boxtel had omstreeks 1850 al een fanfare' in: Brabants Centrum van 22 december 1983; Fransje Rijken, 'De Nederlandse schutterijorkesten in de 19e eeuw' in: BINGO - Blaasmuziek in Nederland, groei en ontwikkeling (Utrecht 1998); Hans Pel, 'Boxtel toen en nu' II (Hulst 1992); Piet Dorenbosch, Een en ander over de subsidiŽring van Boxtel's Harmonie en de Gildenbondsharmonie (Boxtel 1958), Gemeentearchief Boxtel.

© 2007 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: De liedertafel Sint-Petrus bij het 25-jarig bestaan op 22 oktober 1909. Op de groepsfoto staan ook de drie mannen die ruim een jaar eerder, op 28 mei 1908, het initiatief namen om in Boxtel een nieuwe harmonie op te richten. Het drietal staat links van het vaandel op de tweede rij: (v.l.n.r.) Henri van Haeren, Janus Biemans en Willem van de Laar. (Archieffoto Brabants Centrum).




3 januari 2008

Print deze pagina

Terug