LINDENLUST STOND MODEL VOOR 'HET DOLHUIS'

Herinneringen aan Boudewijn Büch in Boxtel

© 2006 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Boudewijn Büch haalt met Harry Prick herinneringen op aan zijn verblijf in het kindertehuis Sint-Antonius. Het latere verpleeghuis Lindenlust stond model voor de roman Het dolhuis. (Foto: Leo van Maris, 7 augustus 1979).

In het vorig jaar uitgegeven boek 'Een andere Boudewijn Büch' blikt auteur Harry Prick (1925) terug op zijn vriendschap met de in 2002 overleden schrijver. Het boek, waarvan enkele weken geleden de tweede en gecorrigeerde druk verscheen, bevat ook twee foto's die in Boxtel zijn gemaakt bij het vroegere verpleeghuis Lindenlust, momenteel het tijdelijke onderkomen van woonzorgcentrum Simeonshof.

Lindenlust was volgens Büch de plek waar hij als jongen twee jaar gedwongen moest verblijven in een inrichting. De traumatische herinneringen aan die tijd heeft Büch gebruikt voor zijn in 1987 verschenen psychologische roman Het Dolhuis.

Büch bezocht Boxtel op 7 augustus 1979 per trein en in het gezelschap van Prick en Leo van Maris, de latere secretaris van Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De avond tevoren had hij de weduwe van dichter Gerrit Achterberg geïnterviewd.

'Toen hijzelf (Büch – red.), Leo van Maris en ik (Harry Prick – red.) de volgende dag naar Boxtel spoorden, 'à la recherche du temps perdu', verkortte Boudewijn de heenreis aanzienlijk door met uiterste gedetailleerdheid verslag uit te brengen over de middag en een deel van de avond die hij ten huize van mevrouw Achterberg had mogen doorbrengen. Ik kan slechts betreuren dat wij zijn spetterende verhalen toen niet op enigerlei wijze voor de eeuwigheid konden vastleggen. Datzelfde geldt uiteraard voor al zijn uitlatingen tijdens de eigenlijke pelgrimage naar wat ooit de jeugdpsychiatrische inrichting zou zijn geweest, waarin in hij geruime tijd zo bitter aan het leven geleden had', schrijft Prick.

WONDERLIJK GEDRAG
In zijn toelichting tegenover deze krant zegt Prick deze week dat wel duidelijk is geworden dat van een traumatische ervaring geen sprake kan zijn. ,,Dat Büch het zo uitwerkte in een roman is natuurlijk prima, maar ook als hij er tegenover ons over sprak, schoot zijn gemoed vol en vulden zijn ogen zich met tranen. Het wijst op de wonderlijke manier waarop hij zich gedroeg. Büch is slechts twee maanden in Boxtel geweest en moet er volgens mij een heerlijke tijd hebben beleefd."

Tot in 1966 fungeerde Lindenlust als een kinderrusthuis dat in 1934 werd gebouwd onder de naam Sint-Antonius door de R.K. Bond voor Grote Gezinnen. 'Bleekneusjes' uit de steden werden er tijdelijk ondergebracht om aan te sterken in de rijke natuur die Boxtel omringt. Dat Sint-Antonius een psychiatrische jeugdinrichting zou zijn geweest moet aan de fantasie van de schrijver worden toegedicht.

In 'Een andere Boudewijn Büch' verhaalt de in Maastricht woonachtige Prick onder meer over de manier waarop hij in 1975 als conservator van het Letterkundig Museum in Den Haag kennismaakte met de dichter en schrijver. Er ontwikkelde zich volgens Prick een vriendschap die door Büch werd omschreven als een Wahlverwandschaft in Goethiaanse zin. De vriendschap werd in 1981 abrupt door Büch verbroken.

Prick introduceerde de dichter Büch bij uitgeverij De Arbeiderspers. In snel tempo verschenen daar de bundels 'Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs' (1976), 'De taal als blauw' (1977) en 'De sonnetten' (1978), die in 1981 werden gevolgd door de debuutroman 'De blauwe salon'.

Prick's 'Een andere Boudewijn Büch' telt 352 pagina's en is verschenen onder ISBN-nummer 90-5911-359-4.

FAMILIE IN BOXTEL
De in Maastricht wonende auteur twijfelt er niet aan dat hij familie is van de vroegere Boxtelse ondernemer en verenigingsmens Willem Prick, over wie is geschreven in het in april verschenen zevende deel van de reeks Brabantse biografieën over opmerkelijke personen in Boxtel en Liempde. ,,Alle Pricken zijn familie. We stammen uit zeer kinderrijke gezinnen waarbij aantallen van boven de vijftien en zelfs twintig kinderen geen uitzondering zijn", vertelt de 81-jarige Limburger.

Willem Prick (1879-1956) vestigde zich in het begin van de twintigste eeuw met zijn ouders in Boxtel en runde er het nog steeds bestaande sigarenmagazijn aan de Rechterstraat 5 en een limonadefabriekje op Duinendaal. Hij was medeoprichter van Boxtel's Harmonie en zette zich in onder meer in voor gehandicapten.

© 2006 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Boudewijn Büch en Harry Prick gefotografeerd op de stoep van de Bosscheweg in Boxtel. (Foto: Leo van Maris, 7 augustus 1979).




3 augustus

Print deze pagina

Terug