KEEKE VAN DE SANDE: 'IK HEB EEN GOED LEVEN GEHAD'

Honderdjarige in Liempde

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Keeke van de Sande viert dinsdag 9 mei haar honderdste verjaardag. Hier poseert ze met de klompen waarmee ze regelmatig door woonzorgcentrum De Vlaswiek in Liempde loopt.

Cornelia Hendrika van de Sande-de Rooij uit Liempde hoopt dinsdag 9 mei honderd jaar oud te worden. Ze is woonachtig in woonzorgcentrum De Vlaswiek. Keeke zag het levenslicht op 9 mei 1906 in de tijd dat Liempde een zelfstandige gemeente was met ongeveer 1.500 inwoners. De meeste mannen verdienden destijds hun brood als klompenmaker, boer of boerenknecht en de meeste meisjes waren dienstbode.

Keeke is de tweede dochter van het echtpaar De Rooij dat aan De Bocht in Liempde een boerderij bewoonde. De drie zusjes Truda, Keeke en Anne groeiden samen op, speelden en gingen naar school. Ze deden hun communie en werden gevormd toen ze twaalf jaar waren. Keeke kreeg les van de nonnen. ,,Het waren goede zusters", aldus Keeke, die na zes jaar school thuis bleef om te helpen in de huishouding en op het land.

Het adagium in die tijd was: ora et labora. En dat is wat Keeke deed: bidden en werken. Zelf was ze het liefste op het land werkzaam. Toen ze ouder werd, ontmoette ze Jan van de Sande. In 1933 trouwde het stel. In de Liempdse parochiekerk gaven ze elkaar het jawoord ten overstaan van pastoor Kluijtmans. Keeke en Jan gingen wonen in de Liempdse buurtschap Kasteren en samen kregen ze zeven kinderen. Naast drie zonen en twee dochters een tweeling die na amper twee maanden overleed.

Keeke en Jan leidden samen een goed leven totdat de Tweede Wereldoorlog zijn schaduw vooruit wierp. Jan werd opgeroepen in militaire dienst, wat tot gevolg had dat Keeke de boerderij in Kasteren alleen moest leiden. Dat viel haar zwaar, maar met haar optimistische kijk op het leven overwon Keeke de donkere tijden.

Samen met haar man bleef ze wonen in de boerderij totdat Jan in 1980 op 73-jarige leeftijd stierf. Toen Keeke het aanbod kreeg om in het dorp te gaan wonen in een bejaardenwoning hoefde ze niet lang na te denken, want ze was realistisch genoeg om te beseffen dat dit de beste oplossing was. Later verhuisde ze van de Keefheuvel naar een aanleunwoning in De Kloosterhof en toen twaalf jaar geleden de bouw van woonzorgcentrum De Vlaswiek bijna gereed was, was zij een van de eersten die zich opgaf om in het tehuis haar intrek te nemen. Keeke is nu als enige nog over van de eerste bewoners van De Vlaswiek.

Zelf zegt de honderdjarige dat ze het in het verzorgingstehuis vanaf het begin naar haar zin heeft gehad en hier altijd met plezier heeft gewoond. Keeke: ,,Als ik dood ben, hoeft niemand om mij te huilen. Ik heb een goed leven gehad." En over haar recept om zo oud te worden is ze ook heel duidelijk: ,,Tevreden zijn en vooral proberen er iets van te maken. Niet blijven steken in wat eens was."




4 mei 2006

Print deze pagina

Terug