UNIEKE VONDSTEN IN DE GROENE POORT

Collectie oertijdmuseum verrijkt met dolfijnbotten

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Directeur René Fraaije van oertijdmuseum De Groene Poort toont de schedel van een van de twee dolfijnen die miljoenen jaren geleden in deze contreien rondgezwommen hebben. Een unieke vondst die vanaf zaterdag ook voor het publiek te bewonderen is.

De bijzondere collectie van oertijdmuseum De Groene Poort aan de Bosscheweg is uitgebreid met een aantal opmerkelijke vondsten. Het gaat om overblijfselen van een prehistorische spitssnuitdolfijn en kortsnuitdolfijn. De wetenschappers die de vondsten hebben gedaan, hebben de botten hedenmiddag overgedragen aan directeur René Fraaije van De Groene Poort.

Fraaije is deze week helemaal platgebeld door de nationale en internationale pers. Op dinsdag, toen hij in een persbericht de vondsten wereldkundig maakte, hing en binnen korte tijd journalisten aan de lijn van het NOS Journaal en het Radio 1-journaal. Maar er was ook aandacht van het ANP en Dagblad De Limburger. ,,De aandacht reikt ver omdat ik ook al mensen gesproken heb van persbureau Reuters en tijdschrift National Geographic", aldus de directeur van De Groene Poort.

Fraaije is niet helemaal verrast door de media-aandacht omdat de vondsten heel uniek zijn. ,,Het leuke is dat de twee wetenschappers die de vondsten hebben gedaan onafhankelijk van elkaar besloten hebben de vondsten aan ons museum te geven. Dat geeft een goed gevoel." De directeur erkent dat hij beiden al geruime tijd kent. ,,De lijntjes zijn dus best kort", lacht Fraaije.

De vele media-aandacht leidde direct tot veel reacties, ook van het publiek. ,,Ik heb nu al telefoontjes gehad van mensen die ooit zeehondentanden en schildpaddenbotjes hebben gevonden. 'Kom langs, kom langs', heb ik gezegd, de mensen zijn welkom om hun vondsten te laten zien."

RIJKSWEG A50
De overblijfselen van de dolfijnen zijn gevonden tijdens de aanleg van de rijksweg A50 tussen Eindhoven en Oss. Voor de aanleg van deze weg zijn grote hoeveelheden zand gebruikt die voor een groot deel opgezogen werden uit recreatieplassen in Noordoost-Brabant. Op een diepte van vijftien meter werd zand opgezogen met zeer veel resten van zeedieren. Deze lagen stammen uit het mioceen en het plioceen en toen lag Nederland voor een groot deel onder water.

Tussen de vele resten van het fossiele zeeleven hebben verzamelaars enkele zeer bijzondere stukken gevonden, zo meldde Fraaije deze week. ,,Naast slakken en schelpen zijn ook resten van haaien, vogels, zeehonden en walvissen te voorschijn gekomen. Allen tussen de vijf en tien miljoen jaar oud. In die tijd kun je spreken van Eindhoven-aan-zee", aldus de directeur van De Groene Poort.

ZEER ZELDZAAM
Bioloog Nico Taverne deed zijn vondst vorig jaar tijdens een van zijn vele duiken in een regionale recreatieplas. ,,Eerst werd gedacht aan een walvisbot maar na onderzoek door de Nederlandse zeezoogdierenexpert Klaas Post uit Urk kon vastgesteld worden dat het ging om de snuit van een zeer zeldzame spitssnuitdolfijn met de Latijnse naam Mesoplodon", vertelt Fraaije. ,,Het gaat hierbij zelfs mogelijk om een totaal nieuwe soort."

De Limburgse verzamelaar René van Neer vond enkele weken eerder een schedeltje van een kortsnuitdolfijn. Dit schedeltje behoorde vijf tot tien miljoen jaar geleden toe aan een dolfijn die nauw verwant is aan de rivierdolfijn die voorkomt in het Amazonegebied. Fraaije: ,,Het blijkt dat deze vondst de oudste ter wereld is en de meest complete van zijn soort ooit gedaan in Nederland. Het voorkomen van deze twee dolfijnsoorten wijst erop dat de Noordzee in die tijd een stuk warmer was dan tegenwoordig."

Taverne en Van Neer hebben hun bijzondere vondsten hedenmiddag aan het oertijdmuseum overhandigd. Speciaal voor deze vondsten is in het museum ook een levensgroot schilderij gemaakt dat een indruk geeft hoe Brabant er in die tijd uitzag. Een film over de opgravingen werd elk uur vertoond.




2 februari 2006

Print deze pagina

Terug