HARRY VAN DEN TILLAART ZET PASTORAAL WERK VOORT

’Kerk moet meer naar mensen luisteren'

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Harry van den Tillaart is iets meer dan twintig jaar pastoor van de Maria Reginaparochie als hij er volgende week voor het laatst een mis opdraagt. In Lennisheuvel zet hij zijn werk voort.

Het werken met mensen zit Harry van den Tillaart in het bloed. De contacten met zijn parochianen zijn de drijfveer om verder te gaan als pastoor. Ondanks dat 'zijn' Maria Reginaparochie aan de vooravond staat om te worden opgeheven en ondanks de herhaalde teleurstellingen die hij heeft meegemaakt binnen het instituut kerk. Van omkijken in wrok is dan ook geen sprake.

Of hij achteraf toch niet liever missionaris was geworden in Brazilië, zoals hij als jongen ooit droomde? ,,Och je weet niet hoe het zou zijn gelopen. Nee, ik heb nergens spijt van. Het is goed zo. We gaan in Lennisheuvel volop aan de slag met de herinrichting van de kerk. Als ik zo gezond blijf als nu, kan ik daar makkelijk tot mijn zeventigste pastoor blijven."

Harry van den Tillaart (61) neemt afscheid als pastoor van de Maria Reginaparochie. Iets meer dan twintig jaar geleden werd hij er geïnstalleerd als opvolger van Herman de Beer. De Maria Reginaparochie vormt met ingang van 1 januari 2006 met de twee andere Boxtelse centrumparochies (Sint-Petrus en Heilig Hart) de nieuwe Verrijzenisparochie.

De laatste eucharistieviering in de tijdelijke gebedsruimte die sinds tweeënhalf jaar wordt benut in het gebouw van de voormalige Gezondheidsdienst voor Dieren aan de Molenwijkseweg wordt gehouden op zondag 8 januari. De parochianen zwaaien er niet alleen hun zielenherder en gastvrouw Ria Kruijssen met haar man Ton uit. De geloofsgemeenschap in de wijk Selissenwal geeft die dag ook – noodgedwongen – haar zelfstandigheid op.

Van den Tillaart is binnenkort alleen nog pastoor in de Lennisheuvelse Sint-Theresiaparochie, een functie die hij sinds anderhalf jaar combineert met de zielzorg in de Boxtelse wijk Selissenwal. Over het verdwijnen van de Maria Reginaparochie en de sloop van de gelijknamige kerk is de voorbije jaren veel gezegd en geschreven.

Van den Tillaart heeft geen behoefte om daarop terug te kijken. Met de manier waarop uiteindelijk één Boxtelse fusieparochie tot stand is gekomen, is hij echter allerminst gelukkig. ,,Gelukkig heb ik mensen om me heen waaruit ik de kracht put om door te gaan. Zonder hen zou ik het bijltje er misschien wel bij hebben neergegooid."

'SOMS SCHAAM IK ME'
Samen met Ria en Ton Kruijssen blijft Van den Tillaart in het huis aan Dommeldal wonen. Ze kochten de woning enkele jaren geleden toen over het voortbestaan van de Maria Reginaparochie onzekerheid ontstond. De pastoor is helemaal opgenomen in het gezin Kruijssen. Niet voor niets wordt hij door de twee zonen en inmiddels vijf kleinkinderen steevast ome Harry genoemd. ,,Ik ben geen mens om alleen te wonen. Ik benijd andere geestelijken niet die helemaal in hun eentje een grote pastorie bewonen", stelt Van den Tillaart.

Hij leerde het echtpaar Kruijssen en hun kinderen kennen toen hij pastoor was in Tilburg. Ria en Ton waren daar actief in het parochiewerk. ,,Het klikte tussen Ria en mij. We kwamen tot de ontdekking prima samen een parochie te kunnen runnen en gingen op zoek naar een nieuwe werkplek. De keuze voor Boxtel werd mede ingegeven door de beschikbaarheid van goed openbaar vervoer en voldoende middelbaar onderwijs. Erg belangrijk voor een gezin met opgroeiende kinderen", vertelt Van den Tillaart.

De pastoor was echter ook gecharmeerd van de moderne pastorie van de Maria Reginaparochie. ,,Een laagdrempelig gebouw voor mensen. Geen sjieke villa of zo. Dankzij de aanwezigheid van Ria, die dag en nacht klaar staat met koffie, hebben veel mensen de weg naar ons gevonden. En mensen, daar draait het ten slotte om in de kerk."

Juist als hij praat over de mensen in zijn parochie steekt pastoor Van den Tillaart niet onder stoelen of banken dat hij moeite heeft met de kerk als instituut. Termen als 'log, antiek en autoritair' wellen in hem op als hij terugdenkt aan het proces waarmee het bisdom 's-Hertogenbosch uiteindelijk een einde maakte aan de zelfstandige Maria Reginaparochie. ,,Tja, soms schaam ik me wel eens om voor de rooms-katholieke kerk te werken. Leren luisteren naar de mensen om je heen, daar draait het in mijn ogen om en dat gebeurt in de kerk veel te weinig..."

VATICAANS CONCILIE
Pastoor Van den Tillaart werd in 1971 in de Bossche Sint-Janskathedraal tot priester gewijd door de toenmalige bisschop Jan Bluyssen. Voordien had hij een opleiding gevolgd bij de paters van Mariannhill in het Limburgse Arcen. Na het kleinseminarie en een jaar noviciaat ging hij studeren in het Duitse Würzburg.

De strenge en behoudende leefstijl van deze op de paters Trappisten geschoeide missiecongregatie die werkzaam was in Zuid-Afrika was de reden dat Van den Tillaart in 1967 de universiteit in Duitsland de rug toekeerde. Na onder meer stage te hebben gelopen bij de huidige pastoor van Gemonde, Piet Goedhart, destijds kapelaan in de Tilburgse wijk Korvel, voltooide Van den Tillaart zijn studie in 1969 aan de pas opgerichte theologische faculteit van de Universiteit van Tilburg. ,,Tijdens het tweede Vaticaans Concilie maakte paus Johannes XXIII een ruimere opvatting van het geloof mogelijk en dat sprak me aan. Bij de paters van Mariannhill was daarvoor geen ruimte."

Na zijn priesterwijding was Van den Tillaart werkzaam als pastoor in Den Bosch, Heesch en Tilburg. Totdat hij in 1985 werd benoemd in de Boxtelse Maria Reginaparochie. In Boxtel was hij bovendien enkele jaren actief in de Sint-Petrusparochie, na het vertrek van pastoraal werker Jos Deckers. Van 2000 tot 2004 was Van den Tillaart parttime pastoor in Moergestel.

Dat hij nu fulltime pastoor wordt in Lennisheuvel dankt Van den Tillaart aan de verkoop van de in 2003 gesloopte Maria Reginakerk. Het geld dat de grond opbracht, is voor een deel gereserveerd om het salaris door te betalen tot het moment dat de pastoor in 2009 aanspraak mag maken op zijn pensioen. ,,Want een kleine geloofsgemeenschap als de Sint-Theresiaparochie zou onmogelijk de kosten van een fulltime pastoor op kunnen brengen."




29 december 2005

Print deze pagina

Terug