FAMILIE MARROGI BEZORGD OVER SITUATIE IN THUISLAND

'In Irak is geen controle meer, iedereen doet maar wat'

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Moeder Samira Talia, Helda (midden) en Hala Marrogi zitten aan tafel in hun huis in Boxtel.

DOOR STEFAN LATIJNHOUWERS

Francis Marrogi Audisch (49) uit de Irakese hoofdstad Bagdad woont inmiddels negen jaar met zijn gezin in Nederland. Als politiek vluchteling nam Francis de wijk naar Nederland, waar hij en zijn vrouw Samira Talia, de tweeling Helder en Hadil (17) en de dochters Hala (19) en Helda (10) van december 1996 tot eind 1997 verbleven in een asielzoekerscentrum in Leersum. Inmiddels woont het gezin alweer acht jaar in Boxtel, eerst in de wijk Selissenwal en sinds zes maanden in de buurt van het NS-station. De vier kinderen zijn helemaal ingeburgerd en ook de ouders voelen zich thuis in Nederland, maar maken zich grote zorgen over de toestand in hun vaderland Irak, een land in oorlog. ,,Het gaat niet goed met Irak; het is nog erger dan toen Saddam Hussein de macht in handen had", zegt Francis.

Het is woensdag 14 december; de bekende uitdrukking over de donkere dagen voor Kerstmis is vandaag zeker van toepassing. De lucht is grijs en grauw en ieder moment dreigen de hemelsluizen open te gaan. Geen dag om vrolijk van te worden, maar het bezoek van de krant wacht bij binnenkomst in het huis van de familie Marrogi een warm onthaal, compleet met een warme kop Senseo-koffie.

De twee zonen van het echtpaar, de tweeling Helder en Hadil, zijn niet thuis, maar dat geldt wel voor vader Francis, moeder Samira en hun twee dochters Hala en Helda. Met zijn vieren nestelen ze zich aan de tafel in de woonkamer die bedekt is met een kleed vol kerstsymbolen. Net als in de huiskamers van vele Nederlandse gezinnen staat ook hier een kerstboom met grote ballen en lichtjes te pronken, wat voor een knusse sfeer zorgt. ,,In Irak hadden we ook altijd een kerstboom, maar dat gold alleen voor de katholieke mensen", zegt Francis, die in Boxtel werkzaam is bij de WSD als productiemedewerker, maar vandaag een vrije dag heeft.

,,Het merendeel van de bevolking in Irak bestaat uit moslims, maar er wonen ook veel mensen met een ander geloof, waaronder protestanten en katholieken. Wij vormden als katholieken in Irak een minderheid. In Irak moesten wij Arabisch spreken, want dat was de officiŽle taal, maar hier in Nederland praten we als gezin nooit Arabisch, maar Aramees tegen elkaar. Behalve Helda, die op de Walpoortschool in Boxtel zit, kunnen we allemaal Arabisch verstaan. We kijken veel naar de nieuwsuitzendingen over de oorlog in Irak op Arabische zenders als Al-Jazeera. "

HERINNERINGEN
Hala, studente op het Koning Willem 1 College in Den Bosch en voormalig leerling van basisschool De Walpoort, vult aan: ,,Ik heb Arabisch geleerd toen ik op de basisschool zat in Irak. Ik kan het niet meer spreken, maar wel verstaan. Onze ouders spreken vooral Aramees tegen elkaar en weinig Nederlands. Wij als kinderen combineren twee talen, dan spreken we Nederlands, dan weer Aramees", aldus Hala, die nog veel herinneringen heeft aan de tijd dat ze in Bagdad woonde, zowel goede als slechte.

,,Als katholiek in Irak was het leven niet makkelijk. Je werd door de moslims gediscrimineerd en mensen vroegen zich af waarom wij in een islamitisch land woonden en niet verhuisden naar een land als Amerika. Zelf heb ik tot mijn tiende in Irak gewoond. Ik herinner me dat in de school en in de straten van Bagdad grote portretten en standbeelden van Saddam Hussein te zien waren. Op school moesten we liedjes zingen en dansjes maken ter ere van hem en ging de vlag uit voor Saddam. De mensen mochten zich niet negatief uitlaten over hem. Als je dat deed liep je kans om vermoord te worden. De vrijheid van de mensen in Irak was heel beperkt."

Het proces tegen de gevreesde en verdreven Iraakse dictator, die terechtstaat voor het speciale Irak-tribunaal en verdacht wordt van onder meer misdaden tegen de menselijkheid en genocide, wordt in huize Marrogi op de voet gevolgd. Ook de leden van het gezin weten dat voor Saddam het aftellen is begonnen, want het staat vrijwel vast dat hij de doodstraf krijgt. Op vragen over de gehate despoot houden Francis en Samira zich liever wat op de vlakte. Hala wil wel wat over Saddam zeggen: ,,Natuurlijk is het vreselijk wat er onder de leiding van Saddam gebeurd is en wij koesteren ook wel haatgevoelens tegen hem, maar hij is toch ook maar een mens. Verder interesseert het mij persoonlijk niet zo hoe het proces verloopt en wat er met hem gebeurt. Het gaat een beetje langs me heen."

Volgens Hala kan de situatie in Irak na de inval van de Verenigde Staten in maart 2003 en de val van het gevreesde staatshoofd omschreven worden als 'een grote chaos'. ,,Onder het bewind van Saddam gebeurden vreselijke dingen, maar was er wel sprake van structuur in de maatschappij. Nu is er geen enkele controle meer; iedereen doet maar wat. Mensen vermoorden elkaar en niemand is veilig. Een bezoek aan de supermarkt of gewoon op straat lopen is levensgevaarlijk, want overal ligt het gevaar op de loer."

OORLOG
Hoewel de leden van het gezin Marrogi hun draai hebben gevonden in Nederland, zijn de gezinsleden vaak in gedachten bezig met de oorlog in Irak. Zowel aan de kant van onschuldige burgers als Iraakse opstandelingen, vooral soennieten die onder Saddam Hussein een bevoorrechte positie innamen, als ook aan de zijde van het Amerikaanse leger vallen veel slachtoffers. De legerleiding van de VS maakte onlangs bekend dat in de maand november het aantal zelfmoordaanslagen in Irak weliswaar lager was dan in de zes maanden ervoor, maar dat deze daling niet resulteerde in een lager aantal slachtoffers. In november kwamen 85 Amerikaanse militairen om het leven en eisten aanslagen 290 Iraakse levens.

Francis: ,,Elke dag gebeurt er wel iets in Irak en vallen er slachtoffers, met name in Bagdad is de situatie heel onrustig. De mensen daar zijn heel bang. Het zijn niet alleen Irakezen die aanslagen plegen, want door bomaanslagen van Amerikanen zijn ook veel onschuldige Iraakse burgers omgekomen."

Het hoofd van het gezin Marrogi weet waar hij over praat. Dagelijks stelt hij zich op de hoogte van het nieuws over de oorlog in zijn thuisland via de Arabische tv-zenders. Francis heeft bovendien zelf ondervonden welke ellende en menselijk leed oorlogen met zich meebrengen. Meteen nadat hij afgestudeerd was aan de universiteit moest hij het Iraakse leger in om zijn land te dienen als soldaat in de oorlog met buurland Iran, die een jaar nadat Saddam Hussein in 1979 president van het land werd, uitbrak.

Francis: ,,Ik had geen keuze. Ik moest het leger in, of ik wilde of niet. De oorlog met Iran duurde uiteindelijk acht jaar, tot 1988. In totaal ben ik tien jaar soldaat geweest, want ik vocht ook mee tijdens de Iraakse inval in Koeweit in 1990, die leidde tot de Golfoorlog van 1991."

CULTUURSCHOK
Francis wil liever niet vertellen waarom hij met zijn gezin vanuit Irak naar Nederland vluchtte. Uit het feit dat het gezin na een verblijf van een jaar in het asielzoekerscentrum in Leersum een verblijfsvergunning kreeg, bleek dat hij bij terugkeer naar zijn geboorteland groot gevaar zou lopen. Hala, die bijspringt als haar ouders moeite hebben om zich begrijpelijk uit te drukken in het Nederlands, zegt hierover: ,,Er moeten bewijzen zijn dat het gevaarlijk is om terug te keren naar je vaderland, anders mag je hier niet blijven en word je teruggestuurd. Iemand die zonder harde bewijzen zegt dat hij een vergunning wil omdat het in zijn land niet veilig is wordt teruggestuurd."

In Nederland aangekomen wachtte de familie Marrogi een heuse cultuurschok. Opeens konden ze alles zeggen wat ze wilden en hoefden ze niet altijd op hun tellen te passen. Na een jaar in het asielzoekerscentrum, kwam de familie terecht in Boxtel, de plaats waar ze nog steeds wonen. Het leven in Nederland bevalt de familie Marrogi goed, maar elke dag gaan de gedachten uit naar de familieleden van Francis die nog in Bagdad wonen. Vooral voor Francis geldt dat hij zich lijfelijk weliswaar in Nederland bevindt, maar met zijn hoofd en hart vooral bij zijn familie in Bagdad is. Francis verloor al twee broers; een broer kwam begin jaren tachtig om als soldaat tijdens de oorlog tussen Iran en Irak, terwijl een andere broer stierf door een hartstilstand.

Francis: ,,Mijn moeder, twee broers, mijn zus en neven en nichten wonen in Irak. Contact met hen is alleen mogelijk via de telefoon, maar dat kan maar heel sporadisch; zeg maar ťťn keer in de drie maanden. De laatste keer dat ik met mijn familie gesproken heb is een maand geleden. Mijn broers moesten hun muziekwinkel sluiten in Bagdad, want deden ze dat niet dat zouden ze vermoord worden. Uit angst voor de dreigementen hebben ze daar gehoor aan gegeven. Nee, ik weet niet wie de mensen waren die mijn broers bedreigd hebben, maar dat soort dingen gebeurt in Irak. Daar maak ik me grote zorgen over."

KERSTFEEST
Ondanks alle zorgen zal het gezin Marrogi komend weekeinde als goede katholieken het kerstfeest vieren. In Boxtel bezochten ze regelmatig de diensten in de Maria Reginakerk, maar als die per 1 januari opgaat in de Verrijzenisparochie zoeken ze hun heil in de huidige Heilig Hartkerk. Hala: ,,Het katholieke geloof is iets heel belangrijks voor ons, ik denk dat wij het veel serieuzer belijden dan veel mensen hier."

Net als veel Nederlanders vieren ook Francis en Samira en hun kinderen het kerstfeest met elkaar en hun familie. ,,Wij vieren het samen met mijn familie, waaronder mijn moeder en broers die in BelgiŽ wonen", zegt Samira. ,,Er is niet zo veel verschil in de manier waarop mensen uit Irak en Nederlanders het kerstfeest beleven."

Samira is blij dat ze haar familie dicht in de buurt weet. Het bevalt haar goed in Nederland, maar zelf had ze liever in een grotere plaats gewoond dan Boxtel, bij voorkeur in een stad als 's-Hertogenbosch of Eindhoven ,,Hier gebeurt niet zo veel, het is een beetje saai", zegt ze.

,,Voordat ik in Bagdad ging wonen, heb ik tot mijn twintigste in Noord-Irak gewoond, in een heel mooi gebied waar het altijd vrij rustig was en veel toeristen kwamen. Hoewel ik nooit meer terug zal gaan naar Irak, vond ik het daar leuker dan hier. In Irak hadden we goede banen en was alles wat makkelijker omdat je met iedereen kon praten. De Nederlandse taal blijft moeilijk voor Francis en mij en we hebben, in tegenstelling tot onze kinderen die de taal heel goed beheersen en ook Nederlandse vrienden hebben, niet veel contact met Nederlanders. Ik heb wel vriendinnen die oorspronkelijk uit onder meer Afghanistan en SyriŽ komen. Samen praten we Nederlands tegen elkaar, dan hoef ik me niet te schamen, want zij praten net als ik."

TUSSEN HOOP EN VREES
Ook Samira is bezorgd over de situatie in haar geboorteland. Ze leeft mee met haar man, die tussen hoop en vrees leeft en zich grote zorgen maakt over het lot van zijn naasten. De Amerikaanse troepen in Irak ziet Samira niet zozeer als bondgenoot, maar als 'hulp', zoals ze het zelf omschrijft. Dochter Hala legt uit wat haar moeder daarmee wil zeggen:

,,De Amerikanen doen hun best, maar zijn niet in staat zijn om controle uit te oefenen of het land in de greep te houden. Er zijn veel Irakezen die de Amerikanen als bondgenoot beschouwen, maar door anderen worden ze juist weer als bezetter gezien. Misschien dat de situatie in het land beter wordt als er een nieuw Iraaks parlement, waarvoor vorige week verkiezingen gehouden werden, geformeerd wordt. Het zal echter nog heel lang duren voordat alles weer normaal wordt en vreedzaam verloopt in Irak."

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Hala, Samira Talia en Helda (zittend) poseren in hun woonkamer bij de kerstboom.




22 december 2005

Print deze pagina

Terug