RESULTATEN VERPLEEGHUIS BETER DAN LANDELIJKE NORM

Liduina presteert ’top’ volgens onderzoek

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: De geboden zorg in Liduina steekt gunstig af ten opzichte van de landelijke cijfers. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Maastricht. Op de foto ervaart mevrouw De Laat dit hoogstpersoonlijk. Verzorgende Silvia van Kollenburg helpt haar met het aantrekken van haar kousen.

Verpleeghuis Liduina behoort tot de beste verpleeghuizen van Nederland. Uit een landelijk onderzoek van de Universiteit van Maastricht onder 257 instellingen blijkt dat Liduina op het gebied van doorliggen, ondervoeding, incontinentie en smetten beter scoort dan het landelijk gemiddelde. Directeur Ruud Broeksteeg is heel gelukkig met de uitkomsten.

,,Dit onderzoek wordt elk jaar op landelijk niveau gehouden”, vertelt Broeksteeg. ,,Liduina doet niet elk jaar mee. We hebben een vast patroon: een keer in de twee à drie jaar doen we mee. In 2002 gebeurde dit voor de eerste maal. Het is ook niet nodig om hier elk jaar aan mee te doen. Het gaat vooral over het toetsen van je werkwijze en werkprocedures en de protocollen die je hebt.”

En de resultaten van het onderzoek van dit jaar zijn niet vergelijkbaar met de vorige resultaten. ,,De vorige keer werd er alleen nog maar getoetst op doorliggen. Toen waren ondervoeding, smetten en incontinentie nog geen onderwerp van onderzoek. Destijds zaten we landelijk gezien trouwens gunstig met onze cijfers.”

Nu is dat wederom het geval. Broeksteeg: ,,Pak bijvoorbeeld het thema doorliggen. Landelijk gezien heeft 25 procent van alle mensen in ziekenhuizen en verpleeghuizen doorligwonden. In ons verpleeghuis is dat 7,6 procent, terwijl we evenveel risicopatiënten hebben als alle andere ziekenhuizen en verpleeghuizen in dit land.”

Dat gegeven bevestigt volgens Broeksteeg het nut van de vele investeringen die Liduina hierin doet. ,,We huren bijvoorbeeld veel speciale bedden en matrassen in voor de bewoners die een risico lopen op doorliggen. Zo voorkomen we problemen. We hebben ook, op elk team, een medewerker die doorliggen als specifiek aandachtsgebied heeft. Daarnaast is er elke week een gesprek tussen de verzorgende en de verpleeghuisarts over de stand van zaken van de patiënten, zodat we daar snel op kunnen anticiperen.”

ONDERVOEDING
Het tweede onderwerp van onderzoek was ondervoeding. Een hot item, dat regelmatig in de pers verschijnt omdat de voedingstoestand van ziekenhuispatiënten of bewoners van verpleeghuizen vaak onvoldoende is. Broeksteeg: ,,Daarbij moet natuurlijk wel goed onderscheiden worden dat ondervoeding vaak ook een gevolg is van een ziekte en zo niet altijd te vermijden is, bijvoorbeeld als iemand in de eindfase van het leven is. Dan bestaat er soms intolerantie bestaat naar voeding omdat mensen niet meer kunnen eten. Ook in de eindfase van dementie weten we dat mensen nauwelijks iets kunnen eten. Ook dat leidt vaak tot ondervoeding.”

De Universiteit van Maastricht heeft daarom het gevaar op ondervoeding gemeten. Hoe groot is de kans dat een bewoner ondervoed raakt? Broeksteeg: ,,Daar heb je indicatoren voor. Nu blijkt dat van de cliënten landelijk 17 procent voldoet aan de omschrijving en de criteria die passen bij ondervoeding. In ons verpleeghuis is dat 8,9 procent. Terwijl opnieuw het aantal cliënten dat kans loopt op ondervoeding landelijk gelijk is. Dus ook daar scoren we goed.”

Als verklaring geeft de directeur de strakke werkwijze binnen zijn verpleeghuis. ,,Daardoor kunnen we snel te achterhalen of iemand ondervoed is en daar mogelijk extra acties op zetten. We hebben ook een diëtiste in dienst, in tegenstelling tot veel andere verpleeghuizen. Zij is een hele belangrijke functionaris en de coördinator bij het scannen van problemen rondom voeding bij cliënten.”

BROCHURE
Het derde onderzochte onderwerp was incontinentie. ,,Daar kunnen we over het algemeen weinig aan doen, je kunt incontinentie over het algemeen niet genezen”, legt de directeur van Liduina uit. ,,De cijfers over dit onderwerp zijn daarom zowel landelijk als in ons verpleeghuis gelijk.” Er is wel door de Universiteit van Maastricht gekeken naar een aantal kwaliteitsindicatoren, zoals: ’ligt het goed vast welke incontinentiematerialen worden aangeboden aan cliënten’ en ’is er onderzoek gedaan naar de oorzaak van incontinentie’. ,,Ook daar zijn weinig afwijkende cijfers gevonden ten opzichte van het landelijke beeld. We voldoen aan de kwaliteitsindicatoren die zijn voorgeschreven.”

Ook naar de mate waarin cliënten worden verschoond is gekeken. Broeksteeg: ,,Wij leggen per cliënt vast hoe vaak iemand per dag verschoond wordt. Dat wordt ook met de cliënt en diens familie besproken. Zoiets gebeurt dus niet naar het inzicht van elke individuele medewerker, maar naar wat schriftelijk vastligt over wanneer en hoe vaak incontinentiemateriaal verschoond moet worden en hoe.”

Op het item smetten (wondjes die ontstaan bij huidplooien) scoort Liduina eveneens goed. ,,Bij onze cliënten komt dit slechts bij 5,7 procent voor. Het landelijk cijfer is 16,6 procent. Dus daar liggen we drie keer zo laag”, vertelt Broeksteeg. ,,Ook daarin hanteren we een vaste werkwijze, vaste protocollen die gestaafd zijn aan landelijke afspraken. Een ding dat we nog gaan doen is het maken van een informatiebrochure voor cliënten, met informatie waar ze zelf op moeten letten en wat ze zelf zouden kunnen doen om smetten te voorkomen.”

PROTOCOLLEN
Terugkijkend op dit onderzoek concludeert Broeksteeg dat je als verpleeghuis met het vastleggen van bepaalde doelen en het daaraan conformeren van het personeel heel veel problemen kunt voorkomen. ,,Het is erg belangrijk dat de werkwijze goed vastligt. Anderzijds moet je je mensen trainen om de geldende protocollen ook uit te voeren. Voor al onze medewerkers hebben we een paar keer per jaar een middag waarop ze bijgeschoold worden en attent worden gemaakt op nieuwe ontwikkelingen. Het is een hele grote opdracht om je mensen voortdurend scherp te houden.”

Al met al kijkt de directeur heel positief naar de uitkomsten van dit onderzoek. ,,We zijn hier erg trots op. Dit is een pluim op de hoed van onze medewerkers. Door hun harde werken en motivatie halen we dergelijke goede uitslagen. Naar hen gaan alle credits.”




20 oktober 2005

Print deze pagina

Terug