VICTOR VROOMKONING PRESENTEERT 'STAPELEN'

Monument voor Boxtelse fijnproevers

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Dichter Victor Vroomkoning, pseudoniem van Walter van de Laar, poseert bij kasteel Stapelen. Het kasteel speelt een prominente rol in zijn nieuwste dichtbundel.

Zijn Boxtelse wortels grijpen dieper en lijken meer intens naarmate zijn leeftijd vordert. In de bundel Stapelen, die binnenkort in de boekhandel ligt, verwijst Victor Vroomkoning, pseudoniem voor Walter van de Laar, naar het landgoed Stapelen dat onuitwisbaar is verweven met de belangrijkste jaren uit zijn leven, waarin hij van jongen man werd. Een domein dat voor hem als een tweede thuis voelde, waar hij zich veilig en vertrouwd wist en waar hij heel wat belangrijke dingen des levens ontdekte. Met raak gekozen beelden verdrijft hij in het titelgedicht wat waarheid is (niet meer dan een stapel stenen) en schept een flits van hoe Stapelen vroeger voor hem was.

De nieuwe bundel Stapelen valt uiteen in twee delen: Stapelen en De Zevenheuvelenweg. In het eerste deel verwijst de dichter naar zijn geboorteplaats Boxtel, naar zijn jeugd, zijn jongensjaren, zijn vader, zijn thuis. In deel twee, de Zevenheuvelenweg, verpakt de dichter zijn Nijmeegse jaren met de ups en downs die ieder kent. ,,Die Zevenheuvelenweg zie ik als de weg des levens, waarbij je steeds heuvels tegenkomt en nooit weet wat er achter de volgende zal komen.”

Vroomkoning legt uit hoe de nieuwe bundel tot stand is gekomen. ,,Sommige dichters weten vooraf precies hoe hun bundel eruit zal gaan zien en componeren die dan. Bij mij werkt dat niet zo. Ik schrijf het hele jaar door verzen en bepaal pas later welke op welke manier opgenomen zullen worden. Dat is vaak een hele puzzel.”

Met een lach wijst hij op zijn nieuwste bundel. ,,Deze zag er in eerste instantie heel anders uit dan nu. Die had ik voorgelegd aan een collega en mijn redacteur en dan ga je schuiven, herschikken, schrappen. Zo waren er bijvoorbeeld gedichten bij die men niet als mijn gedichten zou herkennen. Die hebben we er uit gelaten. Je moet wel dicht bij jezelf blijven.”

GEEN SENTIMENT
Het eerste gedicht, waaraan de bundel zijn naam ontleent en dat in deze krant voor het eerst werd gepubliceerd, was voor Vroomkoning heel belangrijk; als pijler onder de wortels van zijn verleden. ,,Dat gedicht moest voor mij helemaal kloppen. Sommige mensen denken wel eens dat je zo’n vers bedenkt en dan gewoon opschrijft, maar niets is minder waar. Het is echt keihard werken. Je moet onderzoek doen, met mensen praten, sfeer proeven, herinneringen vorm geven in je hoofd, schrijven, schrappen, opnieuw beginnen, anderen laten lezen en beoordelen, schuiven en veranderen. Ik geloof dat ik in totaal wel dertig of veertig versies heb geschreven voordat ik helemaal tevreden was.”

Ongeloof wegpoetsend, legt hij uit: ,,Een gedicht schrijft zichzelf. Niet ik, maar het gedicht zelf bepaalt wanneer het af is. Juist daarom kan ik er soms heel lang mee bezig blijven, maar zo gaat het. De meeste mensen snappen daar niets van, maar voor mij kan het niet anders.”

TOEGANKELIJK
De thematiek in zijn jongste bundel is weinig anders dan we van hem zouden verwachten. De stof waaruit hij put heeft alles te maken met familiebanden, relaties, liefde, sex, erotiek, rituelen en de dood.

Hoewel zijn leeftijd (66) anders laat geloven, zijn de gedichten van Vroomkoning van deze tijd, wat bewijst dat zijn geest nog altijd jong en lenig is. Dat vereist inzet, volharding en training, legt hij uit. Knikkend: ,,Je moet elke dag opmerkzaam zijn, goed kijken en vooral kritisch blijven. Ik schrijf over de kleine intieme dingen van de dag, waarbij het soms moeilijk is sentiment buiten de deur te houden; het mag geen vals sentiment worden.”

Zijn jongste bundel lijkt meer dan ooit toegankelijk. Vroomkoning ontkent stellig bij het schrijven rekening met de lezer te houden. ,,Nee, het kan me niet zoveel schelen wat anderen ervan vinden en ik wil helemaal niet per se toegankelijk zijn. Zolang het voor mij maar klopt. Maar natuurlijk maak je geen dingen die in een bureaula terecht moeten komen. Ik wil natuurlijk wél gelezen worden, maar het maakt me niet zoveel uit door wie.” Klagen heeft hij daar overigens niet over, want zijn werk wordt regelmatig gebloemleesd.

Nam in zijn vorige bundel Bij Verstek zijn moeder een bijzondere plaats in, dit keer richt hij in een bijzondere cyclus (‘Voor brood alleen’) en een aantal losse gedichten een monument op voor zijn vader, die zijn leven lang bakker in Boxtel is geweest.




22 september 2005

Print deze pagina

Terug