GEMEENTE BESCHULDIGD VAN ONGELIJKE BEHANDELING

Commotie over Bakker Bart houdt aan

Dat het gemeentebestuur van Boxtel medewerking wil verlenen aan de vestiging van de franchiseonderneming Bakker Bart, is niet alleen de uitbaters van plaatselijke lunchrooms in het verkeerde keelgat geschoten. Ook ondernemer Huub van Son, eigenaar van diverse winkelpanden in het centrum, is verbolgen. Hij kreeg eerder geen toestemming om de bakkersketen in een van zijn winkelpanden te vestigen. Twee raadsfracties vragen het college om opheldering.

Een paar jaar geleden wilde Van Son de banketketen Supervlaai een Boxtelse vestiging laten beginnen op het adres Stationsstraat 4, het pand waarin zich sinds april vorig jaar de new-agewinkel Anyfma bevindt. ,,Daarvoor kreeg ik geen vergunning omdat een horecavergunning nodig was. Supervlaai schenkt immers ook koffie. Ik heb dat besluit juridisch aangevochten maar werd in hoger beroep in het ongelijk gesteld. Later ben ik ook met Bakker Bart op deze locatie aan de slag geweest, maar die vond het pand te klein. Ik heb ze daarna het pand Rechterstraat 36 (waar de zoon van Van Son een videotheek runt red.) laten zien. Dat is een stuk groter en daar is bovendien gelegenheid om uit te breiden. Navraag bij de gemeente leerde echter dat ook op die locatie geen vergunning zou worden afgegeven voor Bakker Bart", aldus Van Son.

BESODEMIETERD

De Boxtelse ondernemer vindt het vreemd dat twee deuren verder, in de bloemenzaak van Albert en Inge van Stekelenburg, nu wl een Bakker Bart-vestiging mag komen van de gemeente. ,,Er wordt met twee maten gemeten. Ik gun het Van Stekelenburg best dat Bakker Bart daar een winkel mag beginnen, maar je snapt dat ik me knap besodemieterd voel", stelt Van Son.

Het gevoel dat de gemeente verschil maakt, wordt bij Van Son versterkt door het feit dat enkele weken geleden een gemeenteambtenaar zou hebben gemeld dat er gn vestiging van Bakker Bart in Boxtel zou komen. ,,Kort voordat ik op vakantie ging, gonsde het al van de geruchten en daarom deed ik navraag. Nu ik terug ben, blijkt dat de gemeente wel positief tegenover de komst van het bedrijf staat. Ik voel me zwaar gedupeerd."

Van Son zegt zijn buik inmiddels vol te hebben van het Boxtelse gemeentebestuur maar is niet van zins om verhaal te gaan halen. ,,Dat heb ik in het verleden geprobeerd en dat is niet gelukt. Het gemeentebestuur helpt Boxtel op deze manier naar de kloten. Ik was van plan hier een nieuwe meubelzaak te openen, maar daar zie ik vanaf. Ik kies liever voor Uden, daar heeft de gemeente meer oog voor het ondernemersklimaat."

Van Son wijt de opstelling van het Boxtelse gemeentebestuur vooral aan burgemeester Jan van Homelen, die de portefeuille Economische Zaken behartigt. ,,Een arrogante man. Het kan voor mij niet snel genoeg 1 mei 2006 worden", wijst Van Son naar de datum waarop de burgemeester met pensioen gaat.

'ONBEGRIJPELIJK'

Van Homelens plaatsvervanger, loco-burgemeester Wim van Erp wilde gisteren niet inhoudelijk op de kritiek van Van Son reageren. ,,De details over de gang van zaken zijn mij niet bekend", aldus Van Erp. Wel erkent hij dat de gemeente momenteel onderzoekt of via een artikel 19-procedure Bakker Bart vrijstelling kan krijgen om zich te vestigen in de bloemenzaak van Van Stekelenburg. Eerder liet burgemeester Van Homelen weten de komst van de franchiseonderneming als een verrijking van het Boxtelse winkelcentrum te zien en dat het dagelijkse bestuur van de gemeente in principe positief wil beslissen.

De kritiek van Van Son is voor twee politieke partijen aanleiding om opheldering te vragen bij het gemeentebestuur. Vroeg de SP vorige week al inzage in het dossier en werd de vraag op tafel gelegd om de procedure te bespreken in de raadscommissie Ruimtelijke Zaken op dinsdag 6 september, deze week voegde zich daarbij de fractie van Boxtels Belang. Dat het college nu wel mee wil werken aan een wijziging van het bestemmingsplan en in het verleden toen Van Son daarom vroeg niet, vindt fractievoorzitter Ad van de Wetering 'onbegrijpelijk'. Dat Van Son uit de mond van een ambtenaar moest horen dat hij niet op medewerking van de gemeente hoefde te rekenen, is volgens Van de Wetering 'nauwelijks voor te stellen'.




21 juli 2005

Print deze pagina

Terug