AANBESTEDING ONGELDIG EN MOET OVER

Rechtbank legt nieuwbouw zwembad Boxtel stil

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: De bouw van het nieuwe zwembad aan de Schijndelseweg in Boxtel is op last van de rechter stilgelegd.

Het kort geding dat het Eindhovense bouwbedrijf Van Heesewijk Bouw BV heeft aangespannen tegen de gemeente Boxtel over de gunning van de bouw van het nieuwe zwembad heeft grote gevolgen. Niet alleen heeft de onderneming Gebroeders Van der Heijden uit Schaijk, die per 1 juni met de bouw van de voorziening aan de Schijndelseweg was begonnen, het werk neer moeten leggen. Ook heeft de rechtbank in Den Bosch aangegeven dat de aanbestedingsprocedure niet geldig is en over gedaan moet worden door de gemeente.

Voorzieningenrechter J. Rullmann stelt dat de gemeente Boxtel op enkele punten gehandeld heeft 'in strijd met het fundamenteel beginsel van het aanbestedingsrecht'. ,,De gemeente heeft ongeoorloofd selectiecriteria laten meewegen in de gunningfase", valt op te maken uit de uitspraak van de Bossche rechter, die ook stelt dat de aanbestedingsprocedure niet geheel vlekkeloos verlopen is.

Van 'bijzonder' gewicht' is volgens de rechtbank dat de gemeente Boxtel de inschrijvers voor het voldongen feit plaatste van de definitieve gunning. ,,Zij laadt daarmee tenminste de schijn op zich dat zij de discussie over de gunning in de kiem heeft willen smoren. Dit is in strijd met rechtspraak die juist gericht is op de mogelijkheid tot het bezwaar maken en bespreken van de problemen die mede-inschrijvers hebben met het voornemen van de gunning", aldus de rechtbank in Den Bosch.

De rechtbank verbiedt de gemeente Boxtel om het besluit tot gunning van 25 april 2005 aan Gebroeders Van der Heijden uit te voeren. Dit houdt in dat de firma uit Schaijk het werk vorige week meteen heeft moeten stilleggen en moet afwachten of men de opdracht opnieuw krijgt toegewezen. De gemeente dient namelijk, wanneer zij met de bouw van het zwembad verder wil gaan, de vijf geselecteerde bedrijven de kans te bieden om opnieuw een inschrijving te doen. Bovendien draait de gemeente op voor de proceskosten die 1.815,93 euro bedragen.

NIET VOLLEDIG
Bouwbedrijf Van Heesewijk is een van de vijf geselecteerde inschrijvers voor het Boxtelse zwembad. Hoewel het bedrijf het laagst inschreef, werd de Eindhovense onderneming niet uitverkoren. Wethouder Anton van Aert liet eerder al weten dat de inschrijving van de laagste inschrijver niet volledig was en dat het bij de gunning vooral om de economisch meest gunstige aanbieding draaide en niet om de laagste inschrijving.

In een brief van 18 januari van het hoofd afdeling Burgerzaken en Welzijn werd aangegeven dat de gehele inschrijving van Van Heesewijk ongeldig bleek te zijn. Dit omdat er geen prijsopgave was gedaan van onderdelen zoals onder meer een beweegbare bodem en speeltoestellen.

De gemeente Boxtel had, zo blijkt uit de uitspraak in het kort geding, in 'de nota van inlichtingen' het volgende geantwoord op de vraag of de zogeheten 'directieleveringen' (waterglijbaan, beweegbare bodem wedstrijdbad en waterelementen bij peuterbad) tot de aanneemsom behoren. ,,Deze onderdelen behoren niet tot de aanneemsom. Er komt geen bestekstekst van deze onderdelen. De aannemer dient zelf een inschatting te maken voor deze onderdelen."

BEGROTING
In de begroting die Van Heesewijk bij de inschrijving inleverde was geen afzonderlijk bedrag voor de genoemde directieleveringen opgenomen. Op 14 januari kreeg Van Heesewijk telefonisch de voorlopig uitslag te horen. ,,Van Heesewijk was qua prijs de laagste en qua presentatie derde. De keus van de gemeente was echter niet op Van Heesewijk gevallen, maar op Gebroeders Van der Heijden uit Schaijk", blijkt uit de uitspraak van het kort geding.

Het ongeldig verklaren van de prijsopgave gebeurde onder voorbehoud, zo blijkt uit citaten die afkomstig zijn uit brieven van de gemeente Boxtel. Hoewel Van Heesewijk en de advocaat van het bedrijf meerdere malen schriftelijk bij het college van B. en W. aandrongen op besluitvorming, bleef een inhoudelijk antwoord uit. Eind april werd door de gemeente een brief gestuurd aan het adres van Van Heesewijk met de mededeling dat het werk definitief toegewezen was aan bouwbedrijf Van der Heijden uit Schaijk.

Van Heesewijk liet het hier niet bij zitten en vocht de beslissing van de gemeente onlangs in een kort geding aan. Daarbij eiste het bedrijf het werk voor de bouw van het zwembad op, een eis die de rechter niet honoreerde. Volgens het bouwbedrijf kan de prijsopgave van de genoemde onderdelen geen 'factor van invloed' zijn op de gunning. Wanneer de prijsopgave wel van groot belang was geweest, dan had dit volgens Van Heesewijk in de gunningscriteria verantwoord moeten worden.

HOGER BEROEP
Wethouder Van Aert wilde deze week nog niet zeggen of de gemeente in hoger beroep gaat tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter en hoe het verdere traject eruit zal zien. ,,Misschien dat we hierover vanavond in de gemeenteraadsvergadering mededelingen kunnen doen", aldus Van Aert, die aangeeft dat er in het vragenhalfuurtje, voorafgaand aan de raadsvergadering, vragen gesteld worden over de problemen rond het zwembad. ,,Het is absoluut niet zo dat we zaken geheim willen houden. Integendeel, het dossier ligt ter inzage in het gemeentehuis."

In een brief aan de leden van de gemeenteraad laat het college van B. en W. weten dat men er alles aan doet om de voortgang van het werk te bevorderen en de schade voor de gemeente te beperken. ,,Uiteraard zullen wij verantwoording afleggen over de gang van zaken en de vragen beantwoorden die een aantal raadsleden gesteld heeft. Zolang de zaak onder de rechter is, willen wij u verzoeken om terughoudend te zijn, teneinde de belangen van de gemeente in deze fase niet te schaden", aldus het college.

Van Aert vindt niet dat er fouten zijn gemaakt door de gemeente. ,,Ik ben het zeker niet eens met termen als debacle of blunder als omschrijving voor de gang van zaken. We hebben de procedure naar eer en geweten en op zorgvuldige wijze ingevuld. De uitspraak van de rechter is echter duidelijk, want die vindt dat er wel fouten gemaakt zijn", zegt Van Aert.

,,Het oordeel van de rechter is buitengewoon streng. Dat is een bittere pil en is iets wat ook onze juridische adviseurs niet voorzien hebben. Ik kan op dit moment nog niet aangeven hoeveel geld dit ons gaat kosten en hoeveel vertraging de bouw van het zwembad oploopt. September 2006 zou het bad klaar moeten zijn, maar dat was al aan de krappe kant. Het gaat erom dat we de problemen oplossen en zo snel mogelijk weer kunnen gaan bouwen."

Van Aert zal zich als verantwoordelijk wethouder moeten verdedigen en antwoord moeten geven op vele vragen, twijfels en kritische opmerkingen van onder meer raadsleden. Bovendien wachten mogelijk nog meer claims van gedupeerde belanghebbenden, zoals bouwbedrijf Gebroeders Van der Heijden. Die onderneming moest het werk aan het zwembad na de uitspraak van de rechter neerleggen, nadat al later met de bouw begonnen was dan gepland.

Van Aert is sinds zijn aantreden als lid van het college nog niet zo op de proef gesteld. Op de vraag of dit zijn moeilijkste periode is als wethouder antwoordt Van Aert bevestigend. ,,Het plan was om volgende week op vakantie te gaan. Of dat gewoon door kan gaan? Dat weet ik nu nog niet. Ik hoop het maar."




7 juli 2005

Print deze pagina

Terug