DICHTER VICTOR VROOMKONING IN LEESCAFÉ

'Gedichten hoeven helemaal niet te rijmen'

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Dichter Victor Vroomkoning (links) vertelt in het leescafé De Letterknetter van brede school De Wilgenbroek hoe zijn gedichten tot stand komen.

De scholieren die donderdag aanwezig waren in leescafé De Letterknetter in brede school De Wilgenbroek hebben een bijzonder moment meegemaakt. De bekende dichter Victor Vroomkoning, pseudoniem van oud-Boxtelaar Walter van de Laar, liet stap voor stap zien hoe een gedicht tot stand komt. ,,Het gedicht zegt vanzelf: 'En nou ben ik klaar'."

In het leescafé van de brede school wordt om de week aandacht besteed aan boeken. De kinderen, veertien in getal, bespreken boeken die ze gelezen hebben en maken volgens coördinator Ghislaine de Brouwer van de brede school telkens een lijstje met topboeken en flopboeken. En soms komt er een schrijver of dichter op bezoek, zoals Victor Vroomkoning.

Vroomkoning gunde zijn jonge publiek een boeiend kijk in zijn dichtersbestaan. ,,Het leuke van dichten is dat je niet weet waar je uitkomt", steekt Vroomkoning van wal. Ontspannen zittend in de leeshoek laat hij de kinderen van De Letterknetter kennismaken met zijn eerste poesiealbum. ,,Nu heet dat poëzie, maar dat woord werd in die jaren nog niet gebruikt", lacht de dichter.

Vroomkoning vertelt dat gedichten vroeger altijd moesten rijmen, maar dat sinds De Vijftigers ook gedichten zonder rijm geaccepteerd worden. ,,Gedichten zijn te herkennen aan de strofen of coupletten. Ook zie je meteen dat het om gedicht gaat omdat de pagina's in een bundel vooral wit zijn."

Vroomkoning gebruikt sheets en een overheadprojector om de geboorte van een sonnet te laten zien. In acht stappen wordt duidelijk dat onleesbare krabbeltjes op een velletje papier langzaam verworden tot een getypt gedicht, waaraan steeds weer geschaafd wordt. De kinderen kijken verwonderd naar het eerste velletje. ,,Het lijkt wel alsof je voor dokter gestudeerd hebt, zo slecht kan ik het lezen", merkt een van de kinderen in het leescafé op.

Een ander vraagt wanneer de dichter tevreden is. Vroomkoning: ,,Het gedicht zegt vanzelf: 'En nou ben ik klaar'." ,,Kan een gedicht praten dan?", klinkt het verwonderd vanuit de leeshoek. ,,Jazeker, een gedicht kan praten, het zit immers vol met taal." De dichter laat korte gedichten passeren van Cees Buddingh' en K. Schippers, wiens gedicht 'Bij Loosdrecht' een van de kortste gedichten in de Nederlandse literatuur is. Tijdens het vragenuurtje wordt Vroomkoning het hemd van het lijf gevraagd. Over zijn pseudoniem bijvoorbeeld. ,,Op de HBS schreef ik versjes over leraren die ik niet zo leuk vond", vertelt hij. ,,Omdat ik niet betrapt wilde worden en bang was voor een onvoldoende, koos ik een schuilnaam. De naam Victor verwijst naar de broer van een schoolvriend, terwijl Vroom de achternaam was van een ander kind in de klas. Omdat 'vroom' in het Middelnederlands 'dapper' betekent, zocht ik hier een woord bij. Nou, ik vind het woord koning wel dapper klinken. En sindsdien is het dus Victor Vroomkoning."




2 juni 2005

Print deze pagina

Terug