FRANS LEERMAKERS: BODEMVONDSTEN VEILIGSTELLEN

Eeuwenoud aardewerk staat jarenlang in garagebox

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: In zijn woonkamer toont Frans Leermakers de bodemvondsten die in de jaren vijftig van de vorig eeuw werden opgediept uit een bouwput op de hoek Kruisstraat-Rechterstraat.

De bodemvondsten die eind februari werden opgegraven op de plek van het oude politiebureau aan Markt, herinnerden Frans Leermakers aan de kruiken en potjes die in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw werden gevonden bij de bouw van het winkelpand in hartje Boxtel waar nu boekhandel Bruna zit. Het destijds op circa zeshonderd jaar oud gedateerde aardewerk stond jarenlang in een doos in zijn garage maar verdient een beter plek, oordeelt de vinder.

De thans 82-jarige Leermakers was jarenlang aannemer in Boxtel en in die hoedanigheid heeft hij tal van gebouwen gerealiseerd. Het winkelpand op de hoek Kruisstraat/Rechterstraat in het centrum van Boxtel is er een van. Het werd gebouwd op de plek waar tot 1950 het café van C. van de Pas stond, dat ook wel bekend stond als De Gouden Leeuw of het Koffiehuis. De nieuwbouw dateert van omstreeks 1952-1953. Een aprilgrap in Brabants Centrum van 28 maart 1952 verhaalt over de zogenaamde vondst van oude munten tijdens rioleringswerkzaamheden in de Rechterstraat. ,,Dat werk was afgerond toen ik met de bouw van de huidige boekhandel begon", weet Leermakers stellig.

De bouw van het nieuwe winkelpand verrichtte de Boxtelse aannemer in opdracht van de buurman, groenteboer Voets die op de nieuwe locatie een grotere zaak begon. Ten opzichte van de vroegere bebouwing werd het nieuwe winkelpand een stuk uit de destijds bestaande rooilijn gebouwd. Op die manier moest er meer ruimte komen op dit krappe kruispunt.

GEHEIM
Tijdens de bouw kreeg Leermakers met tegenvallers te maken. ,,De bodem ter plekke was erg slecht. We stuitten op drijfzand. Om toch een goede fundering te kunnen maken werden er zogenaamde putringen aangebracht, die werden volgestort met gestabiliseerd zand. Uit het zand dat we daarvoor uit de drie tot vier meter diepe bouwput moesten halen kwamen de kruiken, potjes en schalen tevoorschijn", herinnert de Boxtelaar zich.

In de hoop een waardevolle bodemschat te hebben gevonden, hielden Leermakers en zijn personeelsleden de vondst aanvankelijk geheim. Nadat de Boxtelse kunstenaar wijlen Frans van Amelsvoort enkele voorwerpen had bestudeerd, spoorde hij Leermakers aan deskundigen met het aardewerk te confronteren. Door bemiddeling van de toenmalige pastoor Harrie Beex te Esch, een warm pleitbezorger van de Brabantse heemkunde, werden de scherven, potten en kruiken onderzocht.

,,Volgens mij door de universiteit in Leiden, maar dat weet ik niet precies meer", vertelt Leermakers. ,,Alle vondsten – drie wasmanden vol - zijn later teruggekomen in Boxtel en ik heb ze bewaard in het kantoor van mijn bedrijf aan de Baroniestraat (thans uitvaartonderneming Bijnen – red.). De financiële waarde – waar we op gehoopt hadden – bleek nihil, maar de voorwerpen werden gedateerd op zes tot zeven eeuwen oud."

De vondsten bleven overigens niet geheel onopgemerkt. ,,De gemeente heeft enkele dagen een ambtenaar bij de bouwput geposteerd, maar je snapt wel dat hetgeen gevonden werd pas naar boven werd getransporteerd zodra de ambtenaar naar huis was. Ook overbuurman Janus van Nistelrooij, die een slagerij had op de plek waar nu textielsuper Zeeman is gevestigd, kwam regelmatig kijken met enkele vrienden van de kegelclub. Hen hielden we op een gegeven moment voor het lapje door een kruikje jenever dat we hadden gekocht, als 'bodemschat' op te diepen", grinnikt de oud-aannemer.

MUSEUMSTUKKEN
De dertien voorwerpen die Leermakers nu nog in zijn bezit heeft, vormen ongeveer een/derde deel van alle bodemvondsten die zijn personeelsleden destijds naar boven haalden. ,,In die jaren emigreerden veel mensen naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook arbeiders die ik in dienst had. Diverse van hen heb ik een kruikje of potje meegegeven als herinnering. Ze hadden er recht op als vinder." Ook de kinderen van Leermakers kregen enkele voorwerpen cadeau.

,,De rest stond jarenlang op een plank in mijn kantoor. Toen we in 1989 verhuisden van de Baroniestraat naar het appartementencomplex Bocstel Stede heb ik de voorwerpen die nog het meest gaaf zijn in twee dozen gepakt. De scherven heb ik weggegooid. De spullen zijn vervolgens in mijn garagebox terechtgekomen. Met uitzondering van één schaal die ik in elkaar had gelijmd, wilde mijn vrouw het aardewerk niet in de huiskamer hebben", aldus Leermakers.

Toen hij las over de bodemvondsten op de plek waar later dit jaar de schop in de grond gaat voor de bouw van winkels en appartementen aan de Markt (plan De Croon), haalde Leermakers zijn doos met aardewerk weer tevoorschijn. ,,Eigenlijk zonde dat het hier bij mij in de garage staat. Het aardewerk moet voor Boxtel bewaard blijven. Het is cultureel erfgoed dat een betere plek verdient, bijvoorbeeld in het historisch museum Piet Dorenbosch. Dan kan heel Boxtel ervan genieten. Ik zal eens contact opnemen met het museumbestuur."

BAARDMANKRUIKJE
De verzameling telt tien kannen en potten met een oor, waarvan er drie op pootjes staan. De kleuren lopen uiteen van lichtbeige, tot roodbruin, grijs en zwart. De grootste kruik, met een zwartgrijze kleur is 35 centimeter hoog; de meeste andere voorwerpen zijn circa tien centimeter kleiner. Een bruine pot heeft een gele versiering die lijkt op een soort glazuur. ,,Toch is me destijds verzekerd dat van glazuur geen sprake is. De glans zou zijn ontstaan door de snelle manier waarmee de pottenbakker zijn product maakte. Het fijne weet ik er echter niet van", aldus Leermakers.

Eén flessenhals met een oor heeft een mannenhoofd als versiering. ,,Dat zou het restant van een 'baardmankruikje' zijn. Frans van Amelsvoort werd helemaal wit toen hij het zag. Het zou heel zeldzaam zijn." Die conclusie blijkt niet terecht, leert een gesprek met Jos van der Weerden, die drie weken geleden de opgravingen bij het gesloopte politiebureau verrichtte. ,,Nee, baardmankruikjes zijn niet zeldzaam. Ik heb er talloze opgegraven", vertelt de projectarcheoloog. Baardmankruikjes komen vanaf ongeveer het jaar 1500 voor.

Van der Weerdens collega Ronald van Genabeek is hoofd van de afdeling archeologie van het in Deventer gevestigde bedrijf BAAC. Het bureau is gespecialiseerd in bouwhistorie, archeologie, architectuur en cultuurhistorie. Aan de hand van fotomateriaal van de potten en kruiken van Leermakers stelt Van Genabeek dat het een 'mooie collectie met veel complete stukken' is.

,,De bruin geglazuurde kannen zijn van steengoed en vervaardigd in het Duitse Rijnland, waarschijnlijk in Langerwehe of Raeren. Dergelijke kannen werden gebruikt als drink- en schenkkannen en werden in grote aantallen geďmporteerd. Eén kan heeft een oor op de buik en is een zogenaamde trechterbeker." Het kleine kannetje dat op de foto op de voorgrond is afgebeeld is van witbakkend aardewerk met bruine spikkels. ,,Dit komt denk ik ook uit Langerwehe en dateert uit de tweede helft van de 14de eeuw."

PISPOT
De grootste kan (linksachter op de foto) is volgens Van Genabeek een regionaal product. ,,Zulke exemplaren werden onder andere in Den Bosch gemaakt tussen circa 1400 en 1525 en gebruikt voor de opslag en vervoer van water." De pot links op de voorgrond is volgens de archeoloog van BAAC een rode kookpot op drie pootjes die naar verwachting dateert uit de 14de eeuw. Het voorwerp dat Leermakers op de foto in handen heeft, is een met slibboogjes versierde pispot die dateert uit de tweede helft van de 15de of eerste helft 16de eeuw.

,,Al met al lijkt de datering die in de jaren '50 aan het aardewerk is gegeven redelijk in de goede richting", aldus Van Genabeek. Hij herhaalt wat Leermakers vijftig jaar geleden ook te horen kreeg: ,,Dergelijke complete stukken vind je eigenlijk meestal alleen in afvalputten of in grachten waarin afval is gedumpt. In beide gevallen zou dit interessant zijn."

Nabij de plek waar het aardewerk werd gevonden, liep tot in de jaren dertig van de 20ste eeuw een zogeheten Binnendommeltje, een open riool achter de woningen aan de Rechterstraat dat uitmondde in de Dommel nabij de Zwaanse Brug.




10 maart 2005

Print deze pagina

Terug