VOORLICHTINGSAVONDEN EN CURSUSSEN OVER EMIGRATIE

’Nederland is vol, emigratie is een noodzaak geworden’

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Archiefopname van het emigrantenschip Groote Beer tijdens het vertrek uit de Rotterdamse haven. Op de achtergrond is het hoofdgebouw van de Holland-Amerika Lijn zichtbaar.

Niet de angst voor het bolsjewisme of een dreigende Derde Wereldoorlog vormen in 1951 de aanleiding voor de eerste naoorlogse emigratiegolf. Waar spanningen tussen de wereldmachten en de Koude Oorlog enkele jaren later aanleiding zijn voor een heuse uittocht, trekken veel inwoners weg omdat Nederland vol is. Brabants Centrum schrijft op 19 januari 1951: ’Thans is het wegens gebrek aan bestaansmogelijkheid noodzakelijk geworden dat velen uit ons overbevolkte land uitzien naar bestaansmogelijkheden in de wereld. Nederland is vol. Topvol.’

Duizenden Nederlanders maken begin jaren vijftig een keuze die hun verdere leven grondig zal beïnvloeden. Gestimuleerd door de overheid, maar ook door standsorganisaties, worden ze aangemoedigd de oversteek te maken naar landen waar de mogelijkheden onbeperkt lijken: de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië en Argentinië. Schepen als de Groote Beer, de Zuiderkruis en de Waterman, die in de jaren veertig nog militairen naar Indië verschepen en ontheemde Molukkers naar Nederland brengen, worden ingezet om emigranten vanuit Rotterdam naar de andere kant van de wereld te varen. Tot 1960 blijven de drie schepen onophoudelijk pendelen voor de Holland-Amerika Lijn en vervoeren ze vele duizenden emigranten.

In zaal De Ark aan de Prins Bernhardstraat worden in 1951 verschillende voorlichtingsbijeenkomsten gehouden. Doel is de potentiële emigranten zo goed mogelijk te informeren over de voordelen van ’landverhuizing’. Dat velen de overtocht moeten wagen, lijkt een vaststaand feit. ’De gedachten dat er iets moet gebeuren laat velen onder ons niet meer los’, concludeert Brabants Centrum als de overbevolking en het gebrek aan economische vooruitzichten in Nederland worden geschetst. De krant stelt dat emigratie vooral voor jonge mensen aantrekkelijk is; zij hebben een beter aanpassingsvermogen en ’hebben de geneigdheid offers te brengen voor de opbouw van hun toekomst. In de bereidheid om zulke offers te brengen, om als het ware in ballingschap te gaan voor de kinderen, daarin ligt de kracht voor het welslagen besloten’.

Kapelaan Verhagen van de Sint-Petrusparochie is nadrukkelijk betrokken bij het stimuleren van emigratie. Tijdens voorlichtingsbijeenkomsten wijst hij toekomstige landverhuizers op het ’missionele’ karakter van hun stap om in bijvoorbeeld Canada te gaan wonen. Daar ziet men soms in geen twee maanden een priester, houdt Verhagen zijn toehoorders in De Ark voor. Verhagen: ,,Er is een dringende noodzaak voor Katholieke emigranten om van hun gezin als het ware een heiligdom van de Kerk te maken met een intense huiselijke godsdienst. (...) Bij de aanpassing aan de aard en mentaliteit van het volk in zijn godsdienstbeleving zal de emigrant de kracht vinden het goede over te nemen en het kwaad te vermijden”.

EMIGRATIECURSUS
De Boxtelse standorganisaties spelen in 1951 een hoofdrol in de promotie van de emigratie. De Middenstandsvereniging, de Katholieke Arbeidersbeweging en de Boerenbond nemen het voortouw bij het houden van spreekbeurten en het vertonen van films, die veelal worden aangeleverd door ambassades van onder meer Canada en Australië. Ondanks de reclame die voor emigratie wordt gemaakt, worden potentiële landverhuizers opgeroepen zich ’ernstig’ voor te bereiden: ,,Het gaat hier om een levensstap die niet mag mislukken, want dan zijn de gevolgen niet te overzien”, zeggen de voorzitters van de standsorganisaties in een oproep in Brabants Centrum.

Dat zegt ook secretaris Jos van Campen van de in Den Haag gevestigde Emigratiestichting, die eind januari een spreekbeurt houdt in De Ark. Het komt ook aan de orde in september als de promotiefilms ’Australia today’ en ’Volk van Canada’ worden vertoond. Het motto van de bijeenkomsten is helder: ’Emigratie is een gewichtige levensstap en eist voorbereiding!’. Emigratie is alleen verantwoord voor mensen die tegen een stootje kunnen en gevaren kunnen trotseren, zo zeggen de standsorganisaties. Om te voorkomen dat inwoners van Boxtel onvoorbereid kiezen voor emigratie, wordt besloten mee te doen aan een cursus die reeds in 1948 is opgesteld door een speciale commissie van boerenbond NCB. In januari 1951 volgen in Brabant al meer dan zeshonderd boeren, vooral in Oost-Brabant en met name De Peel, deze emigratiecursus.

GODSDIENSTLES
Belangstellenden voor de cursus kunnen zich aanmelden bij het Sociaal Charitatief Centrum dat is gevestigd op het adres Burgakker 5. De cursus die in 1951 twee keer in Boxtel wordt gegeven bestaat uit dertig lessen van drie uur. De eerste emigratieles wordt op 1 februari verzorgd door een godsdienstleraar, die emigranten moest ’vormen tot bewuste belevers van hun godsdienst’. De kosten van de cursus bedragen 30 gulden, indien meerdere gezinsleden meedoen, dalen de tarieven voor die extra deelnemers naar 20, 15 en zelfs 10 gulden bij vier deelnemers uit één gezin.

Naast godsdienstles bestaat de emigratiecursus uit Engelse les. De taalles beoogt emigranten voldoende kennis bij te brengen van de Engelse taal, zodat men zich de eerste maanden in het nieuwe land kan behelpen. De cursisten krijgen ook les in mechanica; dat vak stelt ze in staat eenvoudige machines te bedienen en eventuele reparaties uit te voeren. Een zeer belangrijk lesonderdeel omdat de meeste landverhuizers overzee terechtkomen in de fabriek of de landbouw.

Een wezenlijk onderdeel van de emigratiecursus vormen de lessen van een verpleegster en een dokter. De verpleegster geeft ’praktische wenken’ voor verzorging van kleine kinderen en het behandelen van kleine ongevallen in het gezin. ’Een dokter geeft een inleiding in het volle leven.’ (Brabants Centrum, 19 januari 1951). Boxtelse emigranten die reeds een vertrekdatum hebben bepaald en de dertig lessen niet meer kunnen volgen, worden dringend verzocht een verkorte stoomcursus te volgen. Niemand mag onvoorbereid de grote overtocht wagen...

Hoeveel Boxtelaren in 1951 gekozen hebben voor emigratie staat niet vast. De emigratiecursus die dat jaar tweemaal wordt gegeven trekt beide keren zo’n dertig deelnemers. Of die allemaal hebben gekozen voor emigratie kon niet achterhaald worden. Brabants Centrum speelt in 1951 in elk geval een rol in de promotie van landverhuizing. Maandenlang wordt in een serie op de voorpagina ingegaan op de vele voordelen van emigratie naar landen als Canada en Australië.

De nadelen worden niet vermeld, maar tijdens de eerste informatiebijeenkomst in De Ark komen die bovendrijven. Emigratie betekent ontworteling, het loslaten van familiebanden. Een moeder van een gezin met tien kinderen: ,,Wij weten wel dat we daar nooit de aard zullen krijgen, maar wij doen het voor de kinderen.”

Wat er verder gebeurde in 1951:

  • Boxtel presenteert in december het uitbreidingsplan Selissen dat ruimte biedt aan 1.500 woningen rond een nieuw te bouwen kerk. Tussen Baroniestraat en Zandvliet is een provinciale weg geprojecteerd.

  • Burgemeester Martien van Helvoort laat zich als eerste Boxtelaar controleren op tuberculose. Een foto bij een wervingsartikel toont Van Helvoort met ontbloot bovenlijf voor een röntgenapparaat. ’Komt u ook?’

  • De Theresiaparochie in Lennisheuvel viert het 25-jarig bestaansfeest. De parochie in het kerkdorp telt welgeteld 870 zielen. Bij de festiviteiten is de Lennisheuvelse kapelaan Jan Peijnenburg nauw betrokken.

  • In juni 1951 wordt aan de Prins Hendrikstraat een buurtkapelletje ingewijd dat is toegewijd aan Onze Lieve Vrouwe van Fatima. Met de kapel dankt de buurt Maria voor de bescherming gedurende de oorlogsjaren.

  • Op bevel van de rijksoverheid moet bespaard worden op gas en elektra. Voorzitter Witteveen van de Boxtelse middenstandsvereniging roept winkeliers op etalageverlichting ’in het algemeen landsbelang’ na 20.30 uur te doven.




  • 23 december 2004

    Print deze pagina

    Terug