HARRIE VAN DEN BOSCH UIT LENNISHEUVEL

Zestig jaar actief als imker

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Diamanten jubilaris Harrie van den Bosch uit Lennisheuvel bij zijn bijenkasten in de bijenhal aan de Koevoortseweg.

Harrie van den Bosch (81) uit Lennisheuvel stond zaterdag tijdens de zogeheten Ambrosiusviering in café Fellenoord in de schijnwerpers. Daar werd hij gehuldigd voor zijn zestigjarig lidmaatschap van zowel de Boxtelse bijenhoudersvereniging Sint-Ambrosius als de Bond van Bijenhouders ZLTO. Van den Bosch keerde huiswaarts met een fraai en kleurrijk handgemaakte gedenktegel, geschonken door Sint-Ambrosius, en een legpenning van de bijenhoudersbond.

De diamanten jubilaris is officieel lid sinds 1 januari 1945. ,,Eigenlijk ben ik dus pas over een paar weken echt zestig jaar lid, maar ze hebben het naar voren geschoven naar de Ambrosiusviering", aldus Van den Bosch. Behalve de Lennisheuvelnaar werden andere leden gehuldigd voor hun 25-jarig lidmaatschap: Harrie Eijkemans en Adri van den Langenberg uit Lennisheuvel, Wim van der Leest uit Gemonde en Mart Schouten uit Esch. Maar de meeste aandacht ging uit naar Van den Bosch, die al in de oorlogsjaren actief was in het imkervak bij het ouderlijk huis aan de Mijlstraat.

,,Een oom van mij maakte me enthousiast voor de bijen. Hij gaf mij tips en goede raad en maakte mij wegwijs in de bijenwereld. Toen mijn broer ging trouwen, die zich ook bezighield met imkeren, heb ik het bijenhalletje overgenomen. Vroeger heb ik wel eens tien bijenkasten gehad, tegenwoordig heb ik er nog vijf. Ik ben altijd een echte hobbyimker geweest. De honing is vooral bedoeld voor eigen gebruik. Soms vragen mensen mij wel eens of ze iets bij me kunnen kopen, maar dan moet ik ze teleurstellen. Als we vroeger te veel honing over hadden, brachten we het naar de honingzemerij, daar kregen we een bedrag voor."

Van den Bosch moest zijn grote passie een paar keer bijna vaarwel zeggen. Toen zijn vrouw Zus, die Harrie meehielp met de bijen, vele jaren geleden gestoken werd door een bij en daar zo ziek van werd dat ze de gevolgen vandaag de dag nog steeds ondervindt, wilde Harrie zijn bijen opruimen. Destijds stonden de bijen nog achter de woning van Zus en Harrie aan de Mijlstraat.

De schoonvader van Harrie kwam met een oplossing. Harrie: ,,Hij zei: 'zet ze maar bij ons neer', dat was op een plek in het buitengebied aan de Koevoortseweg. Daar ben ik nog steeds actief. De hal bestaat in feite uit drie vakken: de bijenstal, een opslagruimte en een zitje. Het is een hal met een lengte van twaalf meter." Zus, die bij het gesprek aanwezig is, vult aan. ,,Er is een glazen wand in de hal, waar ik achter kan gaan staan en onbezorgd naar de bijen kan kijken. Nee, als die wand er niet was, zou ik daar niet komen."

Een andere moeilijke periode die Harrie niet licht zal vergeten, is het jaar 1998 toen de besmettelijke bijenziekte Amerikaans vuilbroed flink huis hield in Boxtel. ,,Alle bijen moesten geruimd worden en de kasten vernietigd. Ik was in een keer alles kwijt en kon weer helemaal opnieuw beginnen. Dat was heel moeilijk, maar ik ben uiteindelijk gewoon weer vanaf nul begonnen met een paar oude bijenkasten die nog bij mij thuis stonden. Die waren niet besmet en daarmee werk ik nog steeds."

Ook op vergevorderde leeftijd is Harrie nog altijd druk in de weer met zijn grote hobby. Volgens de Lennisheuvelnaar is de kans heel klein dat hij als imker opgevolgd wordt door een van zijn vier kinderen. ,,Onze dochters hebben schrik van de bijen en de twee jongens zijn er ook niet echt dol op. Zelf heb ik nooit angst gehad. Ja, ik ben heel vaak gestoken, maar na verloop van tijd word je immuun voor die steken. Dan voel je de pijn nog wel, maar zet de huid niet meer op. Toch zorg ik ervoor dat ik me goed bescherm met een bijenkap, zodat de bijen me niet in mijn gezicht kunnen steken. Belangrijk is dat je niet in de weg gaat staan en de bijen niet voor de voeten loopt. En als ik toch gestoken word, doe ik er azijn op tegen de jeuk."

Harrie krijgt regelmatig bezoek van basisschoolleerlingen, die maar al te graag meer willen weten over het vak van imker. ,,Dan kunnen ze daar een spreekbeurt over houden. Ik ben ook wel eens naar een school geweest om te vertellen over het imkervak", aldus Harrie. ,,Ik heb hier een doosje met antieke imkermaterialen, waaronder een bijenpijp voor het verdrijven van bijen, een koninginnenkluisje en een oud mes voor het schoonmaken van gereedschap. Dat kunnen de kinderen gebruiken als ze een spreekbeurt houden."

Het contact met andere imkers is in vergelijking met vroeger afgenomen, aldus Harrie. ,,Toen gingen de imkers nog samen op pad, maar de onderlinge samenhang tussen de leden is in de loop der jaren wel afgenomen. We spreken elkaar nog wel eens tijdens de vergaderingen van de verenigingen, maar verder is het nu meer ieder voor zich. Dat is iets wat je ook in de maatschappij van vandaag de dag ziet, maar jammer blijft het wel."




16 december 2004

Print deze pagina

Terug