MELDINGEN NEMEN AF, PROBRLEMEN BLIJVEN

Gemeente Boxtel worstelt met overlast hangjeugd

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: De Kanaaldijk langs het omleidingskanaal is tegenwoordig een van de plekken waar hangjongeren vertoeven. Ze zorgen er niet voor overlast, maar zijn wel moeilijker te controleren.

Dat het aantal meldingen van overlast door hangjongeren dit jaar aanzienlijk lager lijkt uit te pakken dan in 2003, wordt in de ogen van wethouder Anton van Aert vooral veroorzaakt door het feit dat de jongerengroepen zich hebben verplaatst van de bebouwde kom naar het buitengebied. Van Aert is niet blij met die ontwikkeling. ,,We raken het overzicht kwijt en de kans dat de jongeren het criminele pad opgaan is levensgroot."

Boxtel kende een explosieve stijging van het aantal meldingen van jeugdoverlast in 2002 (van 93 naar 224). Het was een van de redenen van de gemeente Boxtel om aan te haken bij een onderzoek dat vijf Brabantse gemeenten hebben laten uitvoeren door onderzoekers van de Universiteit van Tilburg.

Inventarisatie van de overlastsituaties leert dat in Boxtel het aantal meldingen door burgers afneemt. Vorig jaar werden 206 meldingen geregistreerd; tot september van dit jaar 109. Deze cijfers leiden niet tot optimisme bij wethouder Van Aert (jeugd- en jongerenwerk), die zelf zitting nam in de klankbordgroep die het onderzoek begeleidde.

,,We constateren dat jongerengroepen zich verplaatsen naar de rand van de bebouwde kom. Hierdoor komen weliswaar minder meldingen van overlast binnen, maar verliezen we ook de controle op de groepen. De kans dat jongeren het verkeerde pad opgaan neemt daardoor toe en dat is iets wat we niet willen." De resultaten van het onderzoek ziet Van Aert als een aanmoediging nog slagvaardiger aan het werk te gaan om in de verschillende wijken ontmoetingsplaatsen voor jongeren (JOP's) te plaatsen.

BELEVING
In de beleving van veel wijk- en buurtbewoners veroorzaakt een toenemend aantal groepen hangjongeren overlast. Om de aard en omvang van de overlast helder in beeld te krijgen en de aanpak en het effect daarvan in kaart te brengen, hebben vijf Brabantse gemeenten, waaronder Boxtel, onderzoek laten doen naar de jongerengroepen.

Dat burgers zich in toenemende mate ergeren is zorgelijk, schrijven de onderzoekers van het bureau IVA Beleidsonderzoek en Advies, dat is verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hierdoor ontstaat afstandelijkheid en verharding tussen burgers en de jongeren, hetgeen als storend wordt ervaren. Bovendien gaan burgers volgens de onderzoekers twijfelen of de politie wel in staat is om corrigerend op te treden. Anderzijds onderkent men de mogelijkheid dat asociaal gedrag van jongeren kan uitgroeien tot criminele handelingen.

Boxtel telt ongeveer negenduizend inwoners die jonger zijn dan 25 jaar. Het aantal meldingen van overlast fluctueert. In 2000 werden 134 meldingen geregistreerd en een jaar later 93. In 2002 viel een forse stijging te constateren met 224 meldingen, die vorig jaar afnam tot 206. Tot aan september van dit jaar werd in 109 gevallen geklaagd bij de politie over hinder door jongerengroepen.

REGISTRATIE
De onderzoekers schrijven in hun vorige week gepresenteerd rapport dat het in Boxtel moeilijk is om een goed beeld te krijgen welke jongeren overlast veroorzaken. De reden daarvoor is dat de politieagenten in hun dagrapport niet of nauwelijks namen noemen. Er worden termen gebruikt als 'de bekende groep' die zich bevindt 'op de bekende plaats'. Wethouder Van Aert vindt dat die registratie duidelijker moet en heeft daarop ook aangedrongen in een gesprek met de portefeuillehouder openbare orde en handhaving, burgemeester Jan van Homelen.

Ondanks de summiere registratie in het politierapport hebben de medewerkers van IVA vier jongerengroepen die overlast veroorzaken in beeld kunnen brengen. Zij houden of hielden zich op de volgende locaties op: Frans Staelstraat, Munsel, Kanaaldijk, park Molenwijk en Hoogheem.

HINDERLIJK
Twee groepen worden omschreven als hinderlijk. De ene bestaat uit vijftien tot twintig personen in de leeftijd van 18 tot 22 jaar en vertoeft tegenwoordig langs de Kanaaldijk, aan de oostkant van het omleidingskanaal van de Dommel. Eerder kwam deze groep bijeen aan de Ladonkzijde van het NS-station en in de Frans Staelstraat, waar men troep achterliet, hard met auto's reed en luide muziek draaide.

Vanwege de grootte van de groep is deze moeilijk beheersbaar. Van een echte aanpak is geen sprake geweest. Na meldingen van overlast ging de politie erop af; bovendien wordt preventief gecontroleerd.

De tweede groep die als hinderlijk wordt afgeschilderd is iets kleiner en de leden zijn in het algemeen iets jonger. Aanvankelijk was de groep groter, maar eerder dit jaar is na een meningsverschil een splitsing ontstaan. De afscheidingsgroep houdt er extreem rechtse ideeën op na. De groep hield zich op in wandelpark Molenwijk en zorgde daar voor troep en geluidsoverlast. Soms was ook sprake van mishandeling, vooral nadat alcohol was genuttigd. Inmiddels bivakkeren deze jongeren veelal aan de Laarakkerweg, het fietspad langs de rijksweg A2 tussen Boxtel-Oost en Liempde.

Beide 'hinderlijke' groepen zorgen de laatste tijd voor minder overlast. Vooral het feit dat ze naar afgelegen locaties zijn verkast (Kanaaldijk en Laarakkerweg), is daaraan debet.

CRIMINEEL
Ook bij de ingang van de Hoogheemflats houden jongeren zich veelvuldig op. De flatbewoners ervaren hun aanwezigheid in en voor de hal als bedreigend. Die angst wordt onder meer veroorzaakt omdat sommige jongeren zich met een scooter in de lift begeven. Bewoners durven overlast niet of nauwelijks te melden bij de politie, uit angst voor represailles. Vandaar dat meldingen tegenwoordig via Woonstichting Sint-Joseph lopen. De politie geeft toe op deze veroorzakers van overlast slechts met moeite grip te krijgen.

Een groep van vijftien tot twintig jeugdigen uit Liempde wordt niet alleen aangeduid als veroorzaker van overlast. Ook vertonen sommige leden – in groepsverband - crimineel gedrag in de vorm van inbraken en tasjesroven die vaak gepaard gingen met geweld. De daders werden gepakt en hebben een contactverbod met de overige leden van de groep. Momenteel heeft de Liempdse groep geen vaste ontmoetingsplek; men treft elkaar door de uitgekozen plek via mobiele telefoons door te geven. In Liempde heeft de groep geen tot weinig krediet.

In gesprekken met de politie, wethouder Van Aert, jongerenwerkers, buurtcoördinatoren, jeugdagenten en ambtenaren is geconstateerd dat het grootste probleem is, dat men de jongeren niets te bieden heeft. Er zijn te weinig plaatsen waar jongeren ongestoord kunnen samenkomen. Wat dat betreft zouden de JOP's die de gemeente Boxtel in elke wijk wil realiseren een uitkomst kunnen bieden. JOP's leveren echter veel kritiek op van omwonenden. Het plan om zo'n voorziening aan te leggen op D'n Tip in Liempde strandde hierdoor.

Enkele weken geleden kondigde het gemeentebestuur aan dat nabij de skateramp in de Dr. De Brouwerlaan een JOP komt. Vanuit de buurt zijn daarop afwijzende reacties gekomen. Wethouder Van Aert: ,,Toch komt die JOP er. We hebben met de gemeenteraad in september afgesproken dat we het niet iedereen naar de zin kunnen maken. De JOP's moeten er komen. We hebben de omwonenden van de Dr. De Brouwerlaan uitgenodigd voor een gesprek en acht van hen hebben hierop gereageerd. Wij hopen hen te kunnen overtuigen van het nut van een ontmoetingsplek voor de jeugd."

Ook in andere wijken zullen JOP's verrijzen, verzekerde Van Aert. De wethouder toonde zich overigens niet verrast door de uitkomsten van het onderzoek: ,,Er zijn geen nieuwe zaken aan het licht gekomen."

AANBEVELINGEN
De maatregelen die in de gemeente Boxtel genomen worden om jeugdoverlast tegen te gaan typeren de Tilburgse onderzoekers als 'op afstand'. Mensen kunnen anoniem melden, de politie controleert actief en schrijft verbalen, er worden contactverboden opgelegd en straffen uitgedeeld. Deze manier van handelen herbergt een risico in zich: de relatie tussen de jongeren en hulpverleners enerzijds en de bewoners anderzijds kan erdoor verhard raken. Om dit tegen te gaan adviseren de onderzoekers de jeugd ook positief te benaderen.

Die positieve benadering zou moeten bestaan uit het aanbieden van activiteiten en het verbeteren van mogelijkheden voor de jeugd om elkaar te ontmoeten in de eigen wijk.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Naast luide muziek en rondscheurende auto's is de rommel die de hangjongeren achterlaten veel burgers een doorn in het oog. De parkeerplaats aan de westzijde van het station is zo'n plek waar veel rotzooi achterblijft. (Archieffoto Brabants Centrum).




16 december 2004

Print deze pagina

Terug