KINDSHEIDOPTOCHT TREKT VIJFHONDERD DEELNEMERS

’Laat collectantjes bezwijken onder hun last van kwartjes’

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Boxtelse kinderen verkleed en geschminkt als negers lopen mee in de kindsheidoptocht van 1950. De foto is genomen in de Prins Bernhardstraat.

’Dit was ’t cadeau van Sinterklaas Voor dezen kleinen goeien baas. Wat of er van hem worden moet? God zorgt ervoor, als Wim z’n best maar doet.’

De Engelbewaarder was net als andere weekbladen voor de katholieke jeugd een belangrijk middel om jongens en meisjes al op jonge leeftijd te interesseren voor ’de geestelijke staat’, zoals Michel van der Plas stelt in zijn documentaire ’Uit het rijke Roomsche Leven’. Daarom blonk het blad uit in het afdrukken van rijmpjes en foto’s over jongetjes in priesterkleren, waarbij werd aangegeven: ’Toekomstige missionarissen’. Een ander middel om kinderen het katholieke geloof met de paplepel in te gieten en kennis te laten maken met de missie waren de Kindsheidoptochten. In 1950 vierde het genootschap in Boxtel de veertigste verjaardag.

De Heilig Hartparochie is in juli van dat jaar in rep en roer als een grootse Kindsheidoptocht door de straten van Breukelen moet trekken. Niet minder dan vijfhonderd jongens en meisjes doen mee aan een stoet, die niet alleen bestaat uit verschillende loopgroepen, maar ook praalwagens. In de kerkberichten in deze krant worden de deelnemers dringend opgeroepen zich op tijd te melden voor het omkleden. De jongens moeten om half twee aanwezig zijn in de Franciscusschool, de meisjes verzamelen op hetzelfde tijdstip in de Angelaschool. Anderhalf uur later gaat de stoet van start bij parochiehuis De Ark in de Prins Bernhardstraat. De zusters Ursulinen leiden bijgestaan door parochiële zelatrices de Kindsheidoptocht.

PAUSELIJK
In de eerste helft van de twintigste eeuw bestonden in de katholieke zuil verschillende genootschappen die elk op hun manier het Woord van Jezus Christus verspreidden. Die genootschappen kregen in 1922 van paus Pius IX de pauselijke status en vormen het bewijs dat de Brabantse katholieken zich bewust werden van hun verantwoordelijkheid voor de bekering van andere landen en werelddelen. Voor volwassenen bestond het genootschap Voortplanting des Geloofs.

Sinds 1920 bestond Sint-Petrus’ Liefdeswerk dat geld inzamelde voor de opleiding van de inheemse clerus in de missielanden. Naast dit genootschap voor ’inlandse priesters’ bestond het Genootschap der heilige Kindsheid, kortweg Kindsheid. De Kindsheid was een genootschap die in heel Nederland actief was en in veel plaatsen lokale afdelingen had. De inzet was vooral gericht op kinderen in de missiegebieden, zoals Afrika en Zuid-Amerika.

In Boxtel is bekend dat getracht werd aanstaande moeders al over te halen om hun nog niet geboren baby reeds lid te maken van de Kindsheid. Dat kon door één gulden te betalen. Later bedroeg de contributie één tot tien cent per maand. Doorgaans werden kinderen als lid ingeschreven bij hun geboorte; ze bleven lid tot hun plechtige communie en sloten zich daarna aan bij Voortplanting des Geloofs. Elk jaar kwamen zelatrices in de parochie de bijdrage ophalen.

Vaak gingen jonge meisjes langs de deuren met de collectebus om geld op te halen voor arme leeftijdsgenootjes in verre overzeese gebieden. De leden van de Kindsheid in Breukelen werden vaak eenmaal per jaar getrakteerd. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de boerderij van mevrouw Van Alphen op Luissel, waar een feestavond werd gehouden. Onder leiding van kapelaan Verbruggen van de Heilig Hartparochie werd zelfs een reisje naar Volendam georganiseerd. Maar hét hoogtepunt van de Kindsheid was de jaarlijkse optocht. De jubileumstoet van 1950 in Breukelen brak met vijfhonderd deelnemers alle records.

MISSIEGEEST
Om kosten te besparen en dus middelen over te houden voor missiedoeleinden werden geen programmaboekjes voor de optocht gedrukt. Lezers van Brabants Centrum werden op de voorpagina van de editie van 14 juli 1950 opgeroepen de krant te bewaren of het artikel over de optocht uit te knippen, zodat men de volgorde van de stoet kende. ’De kinderen lopen door de straten, verkleed als Pater of Zuster, met afgemeten stappen en bengelende rozenkransen, onwennig in die vreemde kleren. Of ze stappen trots en fier, omdat ze een koning, ridder of Zoeaaf voorstellen. Negers zingen hun eentonig lied en de roodhuiden scharen zich om een kampvuur.’

De redactie van Brabants Centrum maakte de lezers duidelijk dat de stoet niet enkel bedoeld was om kinderen een prettige middag te bezorgen. ’Hij beoogt vooral de Missiegeest in U wakker te roepen. Bij dit veertigjarig jubileum kloppen de kinderen bij U aan om een feestgave voor de Missie. (...) Daarom, laat de collectantjes bezwijken onder hun last van kwartjes, dubbeltjes en centen. Vul de levende Missiebussen tot aan de rand. Maak de zakjes van de patertjes en negers boordevol!’.

De Kindsheidoptocht telde zes praalwagens. De praalwagen van de buurtschap Luissel die Willibrordus uitbeeldde kwam te laat en kon niet meer meerijden. De thema’s van de overige wagens: ’Indisch huisje’, ’O.L. Vrouw, Koningin der engelen’, ’Roodhuiden’, ’O.L. Vrouw van Lourdes’, ’Missie in de Congo’ en ’De wonderbare visvangst’. Loopgroepen beeldden tal van personen uit, zoals Jeanne d’Arc, de heilige Theresia, Jezus en Sint-Anneke, missiearbeiders, een slavenhandelaar met slaven, een Dajak-opperhoofd, negers, roodhuiden en de heiligen Agnes, Barbara, Catharina, Cecilia en Elisabeth.

BRUIN ZUSTERTJE
Het Kindsheidfeest wordt in juli 1950 geopend met een kindermis in de Heilig Hartkerk. Kinderen verkleed als indiaantjes, Japanse meisjes, ’een bruin zustertje en een rasecht Ursulientje’ collecteerden voor het vrijkopen van een ’heidens kindje’. Dat kindje moest de naam Johanna Maria krijgen en werd daarmee genoemd naar een pas gestorven lid van de Kindsheid in Breukelen, Joke Baast. Dat gebeurde vroeger vaker bij dergelijke optochten. In de pastorie van de Heilig Hartparochie bewaart pastoor De Jong een kroontje, dat in de jaren vijftig op kistjes werd gelegd van overleden Kindsheidleden.

De weergoden waren de optocht in juli 1950 niet goed gezind. De hele dag viel de regen met bakken uit de hemel. Maar in alle delen van de Breukelse parochie werd gebeden om beter weer: op de Roond, op Luissel, op Nergena en in het dorp, waar massaal werd gezongen: ’Onze Lieve Heertje, geef mooi weertje’. En de zon begon, zo vermeldt het verslag in Brabants Centrum, prompt te schijnen... De stoet trok veel bekijks en bracht een aanzienlijk geldbedrag op. Het leverde ook de nodige lachsalvo’s op: ’De zingende, dansende en springende negers maakten het paard voor de Congo-wagen zo dartel, dat het een flinke hap beet uit een verlokkend rieten rokje!’.

Bronnen: Michel van der Plas, Uit het rijke Roomsche Leven. Een documentaire over de jaren 1925-1935 (Baarn 1963, herdruk 1977). P.J.A. Nissen, ’Het Rijke Roomse leven’, in: Geschiedenis van Noord-Brabant, deel 2: 1890-1945 Emancipatie en industrialisering (Amsterdam 1996).

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Auteur Michel van der Plas schrijft in zijn documentaire ’Uit het rijke Roomsche Leven’ over jongetjes in priesterkleren. Twee Boxtelse jongetjes spelen op bovenstaande foto uit de jaren vijftig priester en misdienaar. (Foto: privé-collectie).

Wat er verder gebeurde in 1950:

  • Op 27 mei koerst de Ronde van Nederland door Boxtel. Van de inwoners wordt bij de doortocht van het wielerpeloton ’de meest mogelijke discipline’ gevraagd: ’Laat kleine kinderen en honden thuis!’

  • Het 350-jarig bestaan van het Essche Sint-Willebrordusgilde wordt groots gevierd met een uitbundige gildendag. Fanfare Laetitia begeleidt twintig gilden naar het feestterrein buiten het dorp.

  • Ter gelegenheid van de elektrificatie van de spoorlijn Boxtel-Rotterdam organiseren de gemeente en Boxtel-Vooruit een treinreis. De bestemming is Amsterdam, waar dierentuin Artis wordt bezocht.

  • 9 Oktober 1950: Liempde opent het gerenoveerde raadhuis en neemt de drinkwaterleiding in gebruik. De officiële openingshandeling wordt verricht door de commissaris van de koningin.

  • Bij de firma Van Boxtel in Boxtel wordt voor het eerst een televisietoestel gedemonstreerd. Conclusie: ’Televisie is eigenlijk veel intiemer dan de film, men voelt zich meer verenigd met het beeld’.




  • 11 november 2004

    Print deze pagina

    Terug