FAMILIE VOS KIJKT TERUG OP VARKENSPESTCRISIS

'Maandenlang hebben we geen
inkomsten gehad'

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Niet alleen in 1997 en 1998 was er sprake van een crisis door de varkenspest. Bovenstaande foto is gemaakt in april 1974: Met een mammoettransport wordt door de Encebe een dreigende stagnatie in de slachtproductie afgewend. Door ruim tweehonderd vrachtwagens worden 15.000 varkens naar Boxtel getransporteerd, waarmee een kapitale strop voor de Exportcentrale voorkomen wordt. De varkenspest en het vervoersverbod dwongen tot deze unieke strategische krachttoer. Behalve in de stallen van de Encebe zelf worden de varkens verspreid over de voetbalvelden van de Exportcentrale en de Dommelwei bij het gemeentelijk slachthuis (foto). Op de achtergrond is verzorgingshuis Molenweide zichtbaar.

Nadat de varkenspest een jaar eerder ontdekt werd in Venhorst nabij Boekel, hield het besmettelijke pestvirus de Nederlandse varkenssector ook in 1998 nog enkele maanden in de greep. Door de varkenspest werden destijds verschillende vervoersverboden afgekondigd, waardoor in de regio Boxtel met name Liempdse varkenshouders getroffen werden. Zij zaten vele maanden ingesloten. In totaal waren er op dat moment in Boxtel en Liempde ongeveer 125 agrariërs met varkens en runderen, waaronder het bedrijf van Toon (41) en Erica Vos- van de Langenberg (40) aan de Vrilkhovenseweg in Liempde. Zij kijken terug op de varkenspestcrisis, die een normale bedrijfsvoering maandenlang in de weg stond.

De varkenspestcrisis was begin 1998 al bijna een jaar aan de gang toen bij een agrarisch bedrijf in Liempde in de maand januari alle varkens preventief geruimd moesten worden. Reden daarvoor was dat er contact geweest was met een varkenshouderij in Escharen, waar een week eerder varkenspest ontdekt werd. De varkens in de stallen in Liempde waren eigendom van een andere varkenshouder, die de stallen van een Liempdenaar huurde.

Als de ziekte geconstateerd zou worden, zou een vervoersverbod ingesteld kunnen worden in een straal van tien kilometer rondom het besmette bedrijf. De afkondiging van een vervoersverbod zou een ramp betekend hebben voor de ruim honderd varkenshouderijen in Boxtel, Liempde en omgeving. Zeker ook omdat vleesconcern Dumeco in het geval van een verbod deel uitmaakte van het gebied waarbinnen transport van varkens en andere dieren verboden was. De aanvoer van slachtvarkens zou in dat geval stilvallen.

,,Het was destijds een beetje een mysterieus geval, want waar die stallen zich bevonden en wie de eigenaar van de dieren was, wisten we niet", aldus Erica. ,,Het ging wel om een bedrijf dat, vanuit ons gezien, aan de andere kant van de Rijksweg A2 gesitueerd was. Dat wil zeggen: aan de kant waar de dorpskern van Liempde zich bevindt."

TEGENSLAGEN
Nadat Toon en Erica in 1997 de maatschap, die zij voorheen met hun (schoon)ouders hadden zelfstandig voortzetten, kreeg het vleesvarkensbedrijf diverse tegenslagen te verduren. De eerste grote tegenslag voor Erica en Toon als nieuwe eigenaren van het vleesvarkensbedrijf kwam keihard aan. ,,Ik weet het nog goed. Op 6 februari werd varkenspest ontdekt in Venhorst en rond 10 februari werd er een vervoersverbod ingesteld nadat een bedrijf in Best verdacht bleek te zijn", kijkt Toon terug.

,,Er werd een vervoersverbod afgekondigd in een straal van tien kilometer rondom het besmette bedrijf en we konden geen kant op met onze varkens. De levering van biggen werd stopgezet en wij konden onze dieren niet meer kwijt. Dat betekende dat de varkens veel te groot groeiden tot wel 200 kilo terwijl ze normaal gesproken gemest worden naar 110 tot 115 kilo en dan naar de slachterij gaan. Ons bedrijf was daar niet op berekend.We kwamen weliswaar in aanmerking voor de zogeheten welzijnsruimingen, maar toen na een maand of drie, vier een einde kwam aan het vervoersverbod, zijn maar tweehonderd van de ongeveer duizend te groot gegroeide vleesvarkens geruimd. Na twee dagen werd het vervoersverbod weer van kracht nadat er een nieuw geval ontdekt was en zaten we weer in hetzelfde schuitje."

GEVOLGEN
Erica vult aan: ,,In het begin dacht ik nog dat de varkenspest maar een paar maanden zou duren, maar uiteindelijk hebben we er ruim een jaar de gevolgen van ondervonden. Door de nasleep van de crisis duurde het nog langer voordat de bedrijfsvoering weer op de normale, vertrouwde wijze verliep. Maandenlang hadden we geen inkomsten, maar we waren dolblij dat het pestvirus niet bij ons was uitgebroken. In die periode was er binnen de sector sprake van grote inkomensverschillen, doordat varkenshouders die buiten de vervoersverbodgebieden gevestigd waren hoge prijzen voor hun varkens konden vragen. Zij beleefden een gouden topjaar en konden reserves opbouwen, terwijl bedrijven die wel in de vervoersverbodgebieden gevestigd waren, met tekorten zaten.”

Behalve een financiële strop was de varkenspestcrisis voor veel getroffen varkenshouders ook emotioneel gezien een pijnlijk verhaal. Toon: ,,Met de varkens moet je natuurlijk je brood verdienen, maar dat neemt niet weg dat we ook een band hebben met onze dieren. Het is natuurlijk heel moeilijk voor een varkenshouder als z’n dieren geruimd worden. Dat gun je niemand, vandaar dat we in de tijd van de varkenspestcrisis alle mogelijke maatregelen namen om het virus buiten de deur te houden. Je moest elk risico uitsluiten, wat onder meer betekende dat er geen vreemden op het bedrijf mochten komen. Met collega’s sprak je alleen via de telefoon over de problemen, dat gold zelfs voor je buurman.”

De jaren na de varkenspest zijn volgens de Liempdse varkenshouders ook geen vetpot geweest. Dat had mede te maken met de mond- en klauwzeercrisis die ook van invloed was op de bedrijfsvoering van de familie Vos. ,,De jaren 1998 tot 2003 zijn slecht tot matig geweest”, zegt Toon, wiens bedrijf zo’n 2.500 vleesvarkens telt.

,,Na de crisis zijn de regels veel strenger geworden en strikter, maar daar zijn we inmiddels aan gewend geraakt. Zeker op het gebied van hygiëne zijn we altijd al heel voorzichtig geweest. We hebben daarnaast een vaste leverancier en een vaste afnemer en werken dus een op een. Er komt geen ander aan te pas. Toch kun je risico’s nooit helemaal uitsluiten; net zo min als je kunt voorkomen dat mensen de griep krijgen. ”

Hoe de toekomst van hun vleesvarkensbedrijf er uit zal zien, is volgens Erica koffiedik kijken. ,,Ik weet niet hoe ons bedrijf er over tien jaar uit zal zien, daar kunnen we nu nog weinig over zeggen. Maar ondanks de moeilijke jaren denken we er niet aan om iets anders te gaan doen. We zijn varkensboer in hart en nieren.”

Wat er verder gebeurde in 1998:

  • Oud-wethouder Harrie Lagarde neemt in de maand februari afscheid van de Boxtelse gemeenteraad. Hij wordt bij die gelegenheid benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau.

  • In de maand maart wordt het nieuwe Haarense gemeentehuis geopend. Inwoners van Haaren, Esch, Helvoirt en Biezenmortel komen massaal af op de open dag, die een paar dagen later gehouden wordt.

  • Het Boxtelse NS-station wordt in de loop van 1998 gesloopt. In het daarop volgende jaar wordt gestart met de bouw van een nieuw station. Tot verdriet van een van de slopers: ,,Het is zonde van zo'n prachtig oud station."

  • Commissaris van de Koningin Frank Houben opent op woensdag 17 juni met de onthulling van een borstbeeld van koningin Beatrix het vernieuwde gemeentehuis van Boxtel. Veel genodigden wonen de plechtigheid bij.

  • Esch neemt in de zomer op grootse wijze afscheid van pastoor Norbert Smulders. De 71-jarige priester werd in de loop van het jaar opgevolgd door Dominique Donders.

    © Brabants Centrum

    OP DE FOTO: De boerderij van Toon en Erica Vos- van de Langenberg aan de Vrilkhovenseweg in Liempde.




  • 28 oktober 2004

    Print deze pagina

    Terug