FAMILIE VAN DER LINDEN HIELD GLIDERBEMANNING SCHUIL

Duitsers in de boerderij; Amerikanen in het kippenhok

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Martien van der Linden wijst op de bossen van Het Speet, waar vier Amerikaanse militairen twee weken lang verborgen werden gehouden.

Het verzetsmonument dat zondag 24 oktober in Gemonde wordt onthuld, is een eerbetoon aan de mensen die zestig jaar geleden geallieerde militairen verborgen hielden in de bossen van de Gasthuiskamp. Nog slechts één van hen is in leven: Martien van der Linden. In de ouderlijke boerderij aan de Savendonksestraat te Liempde haalt hij samen met zijn enige zus en broer, Sjaan en Harrie, herinneringen op aan de laatste oorlogsdagen.

Eind september landde nabij de Schijndelsedijk een glider. ,,Het zweefvliegtuig moet op een of andere manier zijn losgeraakt van het 'moedervliegtuig'. In ieder geval had het niet helemaal hier moeten landen", weet Martien (79). De vier Amerikaanse inzittenden wisten uit de handen van Duitse bezetters te blijven en gingen te voet op weg naar hun oorspronkelijke doel: Son.

De familie Van der Linden woonde in de boerderij, die vandaag de dag nog steeds het thuis is van Harrie (73). Aan de bosrand en omgeven door weilanden is het gedoentje niet ver van het Duits Lijntje gesitueerd. Ze woonden er destijds alleen. ,,De mensen in deze buurt waren geëvacueerd. Mijn ouders weigerden echter hun boerderij en dieren achter te laten", zegt Sjaan (75).

HOESTDRANK
Toen ze het zweefvliegtuig hadden zien neerkomen, ging de toen 19-jarige Martien samen met zijn vader op zoek naar de bemanningsleden. ,,Tijdens onze zoektocht door de bossen, hoorden we op een gegeven moment geritsel. Voorzichtig wenkten we de vier Amerikanen. Ze vertrouwden ons en we verstopten ze in de bossen van Het Speet, een paar honderd meter achter onze boerderij, aan de rand van het natuurgebied De Geelders. Het was mooi najaarsweer en we hebben de vier mannen daar ongeveer twee weken schuil gehouden."

Toen de weersomstandigheden slechter werden, besloten de ouders van Martien, Jan van der Linden en Mina van de Langenberg, de vier Amerikanen een beter en vooral droger onderkomen te bieden in hun kippenhok. ,,We konden de jongens niet langer in de bossen laten zitten. Ze waren hartstikke verkouden geworden. In Boxtel hebben we bij dokter Kluijtmans nog hoestdrank voor ze moeten halen", vertelt Sjaan.

Ze herinnert zich dat het viertal vooral de appelmoes van haar moeder zo lekker vond. De oorlogshandelingen kwamen steeds dichterbij. Harrie: ,,Op een gegeven moment woonden we zelfs in een stuk niemandsland tussen de oprukkende geallieerden ten zuiden van het Duits Lijntje en de Duitsers nabij de Schijndelsedijk."

De schrik sloeg het gezin Van der Linden om het lijf toen Duitse militairen hun intrek namen in hun woning. ,,Ja, dat was een angstige situatie. In de boerderij zaten de Duitsers en in de kippenkooi vier Amerikanen. Een onhoudbare situatie natuurlijk."

DUWEN EN TREKKEN
Na contact te hebben gehad met de Gemondse veldwachter Adriaan Lavrijssen werd besloten de vier inzittenden van de onfortuinlijk gelande glider over te brengen naar de bossen van de Gasthuiskamp, een bosgebied aan de noordkant van de Schijndelsedijk. Daar werd ook al een groep van dertien andere geallieerden verborgen gehouden.

,,Terwijl mijn moeder de Duitsers afleidde, gingen mijn vader en ik in het donker met de vier Amerikanen op pad door de bossen. Om elkaar niet kwijt te raken, hielden we een touw vast. Omdat op de Schijndelsedijk veel Duitsers patrouilleerden moesten we door een duiker kruipen om aan de overkant van de weg te komen. Eén van de Amerikanen was echter nogal dik en het kostte heel wat moeite om hem door de nauwe opening te krijgen. Het was behoorlijk trekken en duwen", grinnikt Martien.

Eenmaal aan de overkant van de Schijndelsedijk aangekomen, werden de vier Amerikanen overgedragen aan Dorus de Bie, een van de mannen die de groep van dertien militairen in de Gasthuiskamp verborgen hield. ,,Waar de onderduikers precies hebben gezeten, weet ik niet. Ik ben zelf nooit op die plek geweest. Maar ze moeten in een droge sloot hebben gebivakkeerd. Later zijn ze naar Schijndel gebracht", weet Martien.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: De boerderij van de familie Van der Linden aan de Savendonksestraat ligt verscholen in het groen.

OPGEPAKT
Een dag nadat ze de vier Amerikanen hadden weggebracht, werden Martien en zijn vader opgepakt door de Duitsers. ,,Niet vanwege het feit dat we de vier Amerikanen geholpen hadden - dat hebben ze nooit geweten. Maar de Duitsers hadden 's nachts in de bossen wel elders onraad bespeurd en daar werden wij van verdacht. Bewaakt door acht soldaten hebben we eerst een dag opgesloten gezeten in een kippenhok bij boerderij De Halfgalg en vervolgens zijn we naar Esch gebracht."

Hij vervolgt: ,,Daar moesten we ons verantwoorden bij een officier die bezit had genomen van het huis Esschenreen aan de Gestelseweg. Gelukkig meldde zich daar op dat moment een Duitse ordonnans, die ook bij ons thuis was ingekwartierd. Die heeft de officier ervan overtuigd dat wij goei mensen waren. En zodoende werden we vrijgelaten", herinnert Martien zich. Te voet ging het terug naar huis.

Van de bevrijding zelf herinnert de familie Van der Linden alleen dat op een gegeven moment geallieerde soldaten door het veld en de bossen liepen. ,,Gewapende mannen met een sigaret in hun mond", kenschetst Harrie het beeld dat nog immer op zijn netvlies in gebrand. Het was daags voor zijn veertiende verjaardag, op 24 oktober 1944. Sjaan – die in Boxtel woont - weet nog dat ze langs het Duits Lijntje de treinen met geallieerde soldaten voorbij zag komen. ,,Ze gooiden chocolade en sigaretten uit de wagons."

OORKONDE
Terugkijkend op de tijd dat ze de geallieerde onderduikers hielpen, beseffen de twee broers en hun zus dat het een gevaarlijke situatie was. ,,Als de Duitsers het hadden ontdekt – en dat was natuurlijk heel goed mogelijk geweest, omdat ze op een gegeven moment bij ons in huis waren ingekwartierd – hadden ze ons hele gezin doodgeschoten. Maar daar stond je op dat moment niet bij stil. Die Amerikanen moesten gewoon geholpen worden."

De Van der Lindens vinden het dan ook geen verdienste dat ze de helpende hand toestaken. ,,Dat was vanzelfsprekend." Toch is er later waardering gekomen. ,,Mijn vader heeft een oorkonde gekregen van generaal Eisenhower. Die bewaar ik thuis nog steeds", vertelt de in Helmond woonachtige Martien.

Na de oorlog is er nog twee keer contact geweest tussen de familie Van der Linden en de mannen aan wie de helpende hand werd toegestoken. ,,Kort na de oorlog arriveerde hier een groot pakket met handdoeken en allerlei linnengoed. Dat stuurde een van de jongens naar mijn moeder als dank", weet Sjaan. Haar broer Martien kijkt verbaasd op als hij dit hoort vertellen.

,,Volgens mij was het een doos met slechts drie oude damesmantels hoor", probeert hij zijn zus op andere gedachten te brengen. ,,Nee hoor, ik weet het zeker. Ons moeder heeft de spullen nog heel lang gebruikt", klinkt Sjaan overtuigd. De tweede keer dat iets van hun tijdelijke Amerikaanse gasten werd vernomen was in 1979 toen een van hen bij Harrie op de stoep stond. Het was een hartelijk weerzien.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Harrie, Sjaan en Martien van der Linden op een bankje voor hun ouderlijke boerderij, die nu nog steeds bewoond wordt door Harrie en zijn vrouw.




21 oktober 2004

Print deze pagina

Terug