DOOR VAN DER MEIJDEN KEERT TERUG BIJ MEEUWENVEN

Rugzak vol suiker voor Amerikanen
in Kampina

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Zestig jaar geleden bracht Door van der Meijden een eenmalig bezoek aan de Amerikaanse militairen in de Kampina. Met boswachter Mari Klijn ging ze deze maand voor het eerst terug naar de plek waar haar man zes weken lang hulp bood aan de soldaten.

Slechts eenmaal mocht Door van der Meijden-Konings in de herfst van 1944 met haar man Gerard naar de Kampina. Daar hield hij met een groep verzetsmensen uit Boxtel en omgeving ruim honderd voornamelijk Amerikaanse militairen verborgen voor de Duitse bezetter. Zestig jaar na dato keert de echtgenote van de Boxtelse verzetsman terug aan de oevers van het Meeuwenven. ,,Onvoorstelbaar dat die jongemannen hier zolang verscholen hebben gezeten."

,,Maak er alsjeblieft geen heldenverhaal van", zegt Van der Meijden (84) als ze in de door vier wielen aangedreven Suzuki van boswachter Mari Klijn van Natuurmonumenten stapt. De Boxtelse heeft zestig jaar na de bevrijding geen behoefte aan een artikel waarin de heldendaden van haar in 1985 overleden echtgenoot en al die andere verzetsstrijders worden opgesomd. Het past bij de zwijgzaamheid die ook Gerard van der Meijden altijd in acht heeft genomen. ,,Mijn man heeft na de bevrijding nooit meer over de oorlog en het verzet gesproken. 'Het is voorbij, ik heb mijn plicht gedaan', was het enige dat hij erover zei", blikt Van der Meijden terug.

Met boswachter Klijn rijdt de Boxtelse over de hobbelige paden richting de plek waar ze in oktober 1944 slechts eenmaal door haar man naartoe werd gebracht. Klijn is nog een van de weinige inwoners van Boxtel die de plek feilloos weet te vinden. ,,Een paar jaar geleden ben ik nog op mijn fiets gestapt om op zoek te gaan", vertelt Van der Meijden onderweg. ,,Toen ik bijna in Oisterwijk zat, besefte ik dat ik het nooit meer zou vinden." Dat is niet gek omdat het bos rond het Meeuwenven door commerciële houtkap, storm en bosbeheer in zestig jaar tijd onherkenbaar is veranderd. ,,Vroeger was dit een dichtbegroeid jong productiebos", zegt boswachter Klijn. ,,Nu zijn er veel open plekken."

CAFÉ ROYAL
Gerard en Door van der Meijden zijn van meet af aan betrokken geweest bij de illegaliteit. In café Royal aan het Stationsplein 12, dat door het echtpaar na hun huwelijk in 1942 werd gerund kwamen regelmatig verzetslieden bijeen. Vooral Gerard was betrokken bij het verzet; hij was plaatselijk actief binnen de LO, de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers die in datzelfde jaar was opgericht door dominee Frits Slomp, alias Frits de Zwerver.

In het boek Beelden uit de bezettingsjaren. Boxtel 1940-1944 van Gied Segers staat dat café Royal een centraal punt werd binnen de Brabantse LO. Distributiebescheiden, bonkaarten, persoonsbewijzen, kleding voor onderduikers en geld van het Nationaal Steunfonds en wapens die door het verzet waren buitgemaakt werden vanuit het café door het hele land verspreid. Daarbij werd vooral gebruik gemaakt van koeriersters, die per trein in Boxtel arriveerden. ,,Gerard wist precies met welke trein iemand arriveerde. Aan de hand van de kleur van een zakdoek werd aangegeven of de kust veilig was. Dat konden we vanuit het café zien", vertelt Van der Meijden.

De Boxtelse benadrukt dat ze in die jaren nauwelijks wist met welke zaken haar man zich bezighield. Vaak werden vergaderingen in het café belegd, waar zogenaamd over de handel in mijnhout gesproken werd. Gerard van der Meijden zat in de houthandel en kende om die reden de Kampina op zijn duimpje.

,,Ik vermoed dat dat de reden is geweest om hem bij het verbergen van de Amerikanen te betrekken. Niemand in Boxtel was zo thuis in de Kampina als Gerard", zegt Van der Meijden. Ze vertelt dat ze tijdens de oorlog nooit vragen stelde over zijn verzetswerk. ,,Ik kan me herinneren dat ik nogal eens maaltijden voor die mannen heb moeten maken. Ze aten als wolven als ze van een karwei terugkwamen."

SPECIALE DAG
Na de landing in Normandië en het oprukken van de geallieerde legers trok Door van der Meijden bij haar ouders in Esch in. Café Royal was bij beschietingen flink beschadigd en van echt veel aanloop was aan het einde van de oorlog geen sprake meer. Zondag 17 september 1944 herinnert ze zich als de dag van gisteren omdat toen de operatie Market Garden begon en vele vliegtuigen naar het gebied tussen Son en Arnhem vlogen. De vliegtuigen trokken gliders voort waarin manschappen zaten die achter de Duitse linies gedropt moesten worden.

Veel van deze motorloze zweefvliegtuigen landden te vroeg, mede doordat de vliegtuigen die deze gliders voorttrokken werden neergehaald door Duits afweergeschut. Ook in de omgeving van Boxtel maakten veel gliders een noodlanding waarbij tal van groepen militairen midden in bezet gebied terechtkwamen. Groepsgewijs werden de troepen door lokale verzetsstrijders samengebracht en verborgen.

Ook Gerard van der Meijden trok er op 17 september op uit om de 'piloten' bij te staan. 'Nu hebben ze me nodig', waren de laatste woorden die hij sprak voordat hij op pad ging. Zijn echtgenote: ,,Daarom heeft die dag een speciale betekenis. Toen het een paar weken geleden 17 september was, voelde ik ineens de behoefte om naar het verzetsmonument in de Kampina te gaan." Op dat monument staat de naam van Van der Meijden, samen met die van andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de hulp aan gestrande militairen.

In de weken die volgden liet Gerard van der Meijden zich amper zien in Esch. ,,Vaak kreeg ik via-via te horen dat hij het goed maakte en de groeten deed", vertelt de Boxtelse. ,,Eén keer klopte hij aan bij mijn ouders met het verzoek om zoveel mogelijk voedsel te geven. Mijn moeder, die in Esch een winkeltje had, was er niet gelukkig mee. 'Gerard, ge kleedt me helemaal uit', riep ze. Maar ze werkte mee en samen met mijn man ging ik op pad richting de Kampina. Ik had op dat moment geen idee waar ik naartoe gebracht werd."

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Gerard van der Meijden (linksonder met pleister op het voorhoofd) poseert met enkele Boxtelse verzetsmensen temidden van een groep Amerikaanse militairen in de Kampina. (Foto: collectie Gied Segers, archief Heemkundekring Boxtel).

Met twee rugzakken vol suiker en jam ging het echtpaar richting schuilplaats van de Amerikanen. Angst om aangehouden te worden hadden ze niet. ,,We gingen zogenaamd picknicken", blikt Van der Meijden terug. Eenmaal aangekomen bij het Meeuwenven volgde de begroeting door de militairen, die zich verschanst hadden in diepe kuilen, die gevuld waren met stro en waren afgedekt met een tentzeil. ,,Het was overduidelijk dat die mannen blij waren dat ze iemand te zien kregen. De begroeting was uitbundig en op dat moment vond ik het heel erg dat ik geen Engels kon verstaan."

Van der Meijden herinnert zich dat de militairen een ongewassen indruk maakten. De rauwe baarden vielen op, net als de steenkoude handdrukken omdat ze al zo lang in weer en wind in de buitenlucht verbleven. ,,Het was alsof je een dode een hand gaf", gruwt de Boxtelse. Op de terugweg werd het echtpaar Van der Meijden, dat in gezelschap was van de Boxtelse verzetsman Klaas Dekker, aangehouden door een Duitse patrouille die op zoek was naar boswachter Aalt van den Ham. Het drietal beleefde benauwde momenten, zo valt uit de dagboeknotities van Klaas Dekker op te maken die in het boek van Gied Segers uitgebreid zijn beschreven. Dekker slaagde er ternauwernood in een klein pistool tussen zijn portefeuille te verbergen.

RESPECT
Zestig jaar na haar tocht naar de schuilplaats aan het Meeuwenven herkent Van der Meijden hoegenaamd niets van de plek waar tot de bevrijding van Boxtel op 24 oktober ruim honderd Amerikaanse militairen verborgen zaten. De vier kuilen en schuttersputjes die duidelijk in het glooiende landschap herkenbaar zijn, zijn overwoekerd met gras. Hier en daar liggen takken en omgevallen bomen. ,,Onvoorstelbaar dat die jongemannen hier verscholen hebben gezeten", verzucht de Boxtelse.

Ook haar echtgenoot verbleef vrijwel continu in deze bossen. Boswachter Mari Klijn zegt dat de Vereniging Natuurmonumenten de schuilplaats doelbewust met rust laat, uit respect voor de gebeurtenissen van zestig jaar geleden. Om te voorkomen dat de plek te vaak wordt bezocht door belangstellenden is het dichtstbijzijnde bospad een paar jaar geleden afgesloten en overwoekerd.

Het pad is inmiddels niet meer te herkennen en maakt 'ontdekking' van de schuilplaats extra moeilijk. Plannen voor het oprichten van een verzetsmonument bij de kuilen heeft Natuurmonumenten tegengehouden om te voorkomen dat te veel mensen in het dichtbegroeide bos doordringen. Het monument werd in oktober 2003 onthuld aan het Verzetslaantje, aan de rand van de Kampina.

Klijn zegt dat Natuurmonumenten met respect wil omgaan met de plaats waar de bevrijders van Boxtel bijna zes weken lang zijn verborgen. Om die reden spreken de boswachters van Natuurmonumenten al lang niet meer van Meeuwenven en is gekozen voor een nieuwe naam: Parachutistenven.

Door van der Meijden kan zich vinden in die benaming. De Boxtelse houdt de herinnering aan het verzetswerk van haar man levend met twee onderscheidingen die hij ontving van onder meer de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower. De oorkondes hangen sinds kort in fraaie lijsten in haar woonkamer. Verder is het boek van de Tweede Wereldoorlog gesloten. ,,Alleen het geluid van een helikopter of een vliegtuig brengt soms herinneringen terug. Ik zal ook nooit een oorlogsfilm kijken. Ik kan er niet tegen."

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Boswachter Mari Klijn rijdt met Door van der Meijden over de Van Tienhovenweg op weg naar de vroegere schuilplaats van meer dan honderd Amerikaanse militairen.




21 oktober 2004

Print deze pagina

Terug