CISCA VAN DEN BRAAK UIT ESCH:

Voor de zestigste keer naar Onze Lieve Vrouw in 't Zand

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: De 73-jarige Cisca van den Braak uit Esch gaat voor de zestigste keer op bedevaart naar Onze Lieve Vrouw in 't Zand te Roermond. Uit dankbaarheid voor haar genezing van tuberculose.

Hoe ze er destijds zijn gekomen (in het zuiden van het land werd immers aan het einde van de Tweede Wereldoorlog fel gevochten) weet ze niet meer. Met haar ouders maakte Cisca van den Braak (73) uit Esch een bedevaart naar de kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand te Roermond. Uit dankbaarheid voor de genezing van open tuberculose, waarvoor ze tweeŽnhalfjaar in het sanatorium verbleef. Haar belofte om jaarlijks terug te keren deed ze gestand...

Vroeger reisden we met zes, zeven bussen naar Roermond. Honderden mensen uit deze regio namen deel aan de zogenaamde 'Bossche' bedevaart naar Onze Lieve Vrouw in 't Zand", herinnert Cisca zich. ,,Tegenwoordig is dat heel anders. Als zaterdag 28 augustus een man of vijftig Ė waarvan tussen de vijftien en twintig uit Esch - in de bidkapel komen, is het veel. We gaan ook allang niet meer met bussen. Ieder reist op eigen gelegenheid."

De veranderingen in de geloofsbeleving en het teruglopend aantal bedevaartgangers zijn voor Cisca geen reden om haar jaarlijkse gang naar Roermond te beŽindigen. ,,Zolang ik lichamelijk kan, ben ik elk jaar op 28 augustus bij Ons Lief Vrouwke. Ik heb er baat bij en al zeg ik het zelf: ik kan goed bidden." Lachend: ,,Ik zeg wel eens schertsend dat ik Maria onderhand van haar troon gebeden heb."

In het begin van de oorlog werd bij Cisca als enige in het gezin van veertien kinderen tuberculose geconstateerd. Ze had open wonden aan haar bovenarm en rug. TweeŽnhalfjaar moest ze haar familie verlaten en voor herstel naar het sanatorium, eerst in Utrecht, later in het Limburgse Horn. ,,Al die tijd heb ik niks gedaan. He-le-mŠŠl niks; nog geen boek gelezen. Schande eigenlijk. Ik lag daar maar te liggen onder een afdakje in de buitenlucht", blikt Cisca terug op haar jongste tienerjaren. Het verblijf in het sanatorium had effect. In januari 1943 mocht de Essche naar huis en was ze genezen.

,,Uit dankbaarheid voor mijn herstel besloten mijn ouders een jaar later een bedevaart naar Onze Lieve Vrouw in 't Zand te maken. In een van die eerste jaren dat we er kwamen, hebben we een gedenktegeltje achtergelaten. Het hangt er nog steeds, tussen heel veel anderen. Elk jaar dat ik er kom, kijk er nog even naar. Heel lang ben ik samen met mijn moeder op bedevaart gegaan; ik heb haar beloofd ook na haar dood jaarlijks bij Maria in Roermond te gaan bidden. Die belofte ben ik altijd nagekomen. Ik heb nooit een jaar overgeslagen."

De reis naar Roermond op 28 augustus is voor Cisca geen opoffering. ,,Ik ben nog nooit op vakantie geweest; heb ik ook geen behoefte aan. Maar de bedevaart naar Onze Lieve Vrouw in 't Zand is voor mij het hoogtepunt van het jaar. Ik maak er een gezellig uitstapje van samen met mijn zus Truus, die ook volgende week meereist. We gaan niet alleen naar de bidkapel, maar gaan ook steevast even de stad in voor een kop koffie en iets lekkers erbij."

Meestal reist Cisca met het openbaar vervoer. Vroeger stapte ze met haar moeder op de trein vanaf het station Esch aan de Runsdijk. Nu neemt ze met zus Truus eerst de buurtbus naar Boxtel om vervolgens per spoor verder te treinen. ,,We mogen een aantal keren per jaar vrij reizen met de NS. Ons laatste kaartje bewaren we steevast voor het bezoek aan Roermond."

Dit jaar brengt Cisca's zoon de twee Essche zussen weg. ,,Omdat het de zestigste keer is, wil ik ook de eucharistieviering bijwonen, die wordt opgedragen door emeritus-pastoor Herman de Beer uit Boxtel. Als we dan met de trein reizen, zouden we al om zes uur 's ochtends moeten vertrekken. Dat is wel heel erg vroeg. Daarom ben ik blij dat onze Frans en zijn echtgenote ons wegbrengen. Maken we er met vieren een leuke dag van en natuurlijk nemen we een Limburgse vlaai mee voor thuis", glimlacht Cisca.

De Essche Maria-aanbidster is een gelovig mens. ,,Ik ga elke week naar de kerk. En op mijn slaapkamer hangt een wijwaterbakje: elke avond voordat ik ga slapen sla ik met dat water driemaal een kruisteken. Het water breng ik mee uit Roermond. Een fles gaat ongeveer een jaar mee."

Het bedevaartsoord in de Limburgse stad dankt zijn bestaan aan een Poolse herdersjongen die in de vijftiende eeuw op de plek waar nu de bidkapel staat in een emmer een eikenhouten Mariabeeldje uit een waterput zou hebben opgediept. Al snel werden wonderbaarlijke gebeurtenissen aan het beeld toegeschreven. Door de jaren heen bleven gelovigen naar het Mariabeeld trekken om de moeder van Christus te aanbidden. De verering kreeg in de negentiende eeuw een impuls toen de paters Redemptoristen zich over de bidkapel ontfermden. Er werd een processiepark met kruiswegstaties aangelegd en een calvarieberg. ,,Alles is nog intact. Maar er zijn niet veel paters meer over om het te onderhouden", weet Cisca.

Als Cisca volgende week zaterdag voor de zestigste maal voor het Roermondse Mariabeeld staat, weet ze dat haar een huldiging ten deel valt. ,,Dat is al drie keer eerder gebeurd: bij mijn 25ste, 40ste en 50ste bezoek. Ik krijg een oorkonde uitgereikt door mijn neef Sjef Bekkers uit Boxtel, een van de broedermeesters van de Bossche bedevaart. Een mooi moment." Of het een vermoeiend dagje is, zo'n pelgrimstocht? ,,Welnee, van iets wat je graag doet, lijd je niets. Bovendien put ik kracht uit mijn bezoek aan Maria. Niet alleen op die ene dag. Ook als er een bekende ziek is, bel ik naar de paters in Roermond en vraag ik hen een kaarske aan te steken bij Ons Lief Vrouwke. Ik voel dat dat helpt."




19 augustus 2004

Print deze pagina

Terug