BOXTEL EEN VAN DE OUDSTE KERNEN VAN BRABANT

Archeologische vondst toont aan dat gemeente 3000 jaar bestaat

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Links het gladde zwarte potje uit de late bronstijd. Rechts de unieke bruine knobbeltjespot met negen oortjes waarvan het baksel typerend is voor de ijzertijd, en de vorm stamt uit de bronstijd.

Twee potten van Boxtelse bodem, zoals later blijkt één uit de late bronstijd en één uit de vroege ijzertijd, waren reden voor René Fraaije, directeur van oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel, om een gespecialiseerde archeoloog in te schakelen. Al snel bleek het om twee bijzondere vondsten te gaan die aantonen dat Boxtel 3000 jaar oud is en daarmee één van de oudste kernen van Brabant is waar gewoond wordt. Bovendien is één van de twee potten een unieke knobbeltjespot, naar verluidt het enige gave exemplaar dat in Nederland bekend is.

,,Ik noem het geen urnen want ik ken de oorspronkelijke inhoud niet”, stelt Godfried Scheijvens, archeoloog meldpunt bodemvondsten bij de provincie Noord-Brabant, tijdens de officiële onthulling van de twee vondsten dinsdagmiddag in het oertijdmuseum. Daar hebben de twee zogenaamde bijpotjes van tien centimeter hoog een ereplaats in een vitrine gekregen. Scheijvens werd 10 juni door René Fraaije benaderd met de vraag de twee vondsten nader te onderzoeken. De archeoloog vermoedt dat de bijpotjes in een grotere urn hebben gezeten. Dat was destijds gebruikelijk. ,,Althans, wanneer het om crematie ging, en dat is nog niet zeker.”

UNIEK
De twee potjes zijn 65 jaar geleden dicht bij elkaar in de buurt opgegraven. Toch vertonen de twee weinig overeenkomsten. De een glad en zwart, de ander bruin en versierd met oortjes. De zwarte stamt volgens de archeoloog uit de late bronstijd en is een courant exemplaar, wat betekent dat dergelijke potjes vaker voorkomen. De bruine pot met negen oortjes, de knobbeltjespot, is echter uniek. Het baksel is typerend voor de ijzertijd, terwijl de vorm stamt uit de bronstijd. ,,Het is bijzonder dat de twee bijpotjes zo dicht bij elkaar in de buurt gevonden zijn, maar het meest bijzondere is dat ze nog heel zijn en dat iemand de moeite heeft genomen ze 65 jaar te bewaren”, licht Scheijvens toe.

De zogenaamde knobbeltjespot kwam overigens wel vaker voor in de late bronstijd, maar de archeoloog heeft nooit eerder een gaaf exemplaar gezien. En ook voor de Rijksdienst was een dergelijke vondst nieuw. ,,Ze flipten toen ik hen een paar foto’s opstuurde. Ze zeiden het ook niet te kennen”, lacht de archeoloog.

BOXTEL 3000 JAAR
Waar de potjes ruim zestig jaar geleden precies zijn opgegraven wil de provinciaal archeoloog nog even stil houden. ,,Het is in ieder geval in het gebied Molenwijk”, laat hij los. Duidelijkheid over de oorsprong en de functie van de potjes is er nog niet. Daarom zet de archeoloog zijn onderzoek naar de twee schatten van Boxtelse bodem voort. Niet met directe opgravingen maar in de vorm van een wetenschappelijke publicatie. ,,Het is interessant om te weten dat er drieduizend jaar geleden al mensen leefden op deze plaats. De potjes stammen uit de periode waar de oude bronstijd overgaat in de vroege ijzertijd en over die periode, tussen 1000 en 700 jaar voor Christus, is relatief weinig bekend.”

Samen met een collega speculeert de archeoloog al enige tijd over een mogelijk gebruiksdoel van de potjes. ,,Het kan zijn dat er een grafveld gevestigd is geweest en daardoor zouden er meer vondsten gedaan kunnen worden. Maar het kan ook zijn dat, als er ooit iets heeft gelegen, het met de afgravingen allemaal is verdwenen. Twee bij elkaar liggende potjes maken natuurlijk nog geen grafveld. Heel misschien was het een soort offerplaats en vonden er rituelen plaats, maar we weten nog niets zeker. De voorlopige context zetten we op een grafveld, maar mogelijk is het dus iets anders. Het is in ieder geval een wonder dat de potjes er nog zijn.”

AFGRAVINGEN
Het is de Boxtelse Antoon van de Biggelaar die in 1939 samen met zijn vader de twee potjes tijdens afgravingen vond. Op ongeveer negentig centimeter diepte, rolden de twee potjes destijds tevoorschijn. ,,Samen met mijn vader heb ik ze opgegraven, schoongemaakt en op zolder gezet”, vertelt Van de Biggelaar tijdens de onthulling van de twee bijpotjes. Hij weet nog dat er zwartkleurige as inzat, maar die is niet bewaard gebleven.

Vanwege immigratieplannen heeft Antoon de potten in de jaren ’50 overhandigd aan de heer Van Puijenbroek, toenmalig directeur van het Arbeidsbureau in Boxtel. Na diens overlijden in 2000 ontfermde zijn zuster zich over de twee potjes. ,,Hij had ze keurig bewaard samen met informatie over familie Van de Biggelaar”, vertelt mevrouw Van Puijenbroek uit Tilburg in het Boxtels museum. Zij wist dat haar broer de spullen graag terugbracht naar de plaats van herkomst en besloot een aantal weken geleden op zoek te gaan naar een geïnteresseerd museum in Boxtel. Al snel kwam de Tilburgse bij De Groene Poort terecht.

,,Ik trof de heer Fraaije en vroeg hem of hij geïnteresseerd was. Nou, dat was hij. Hij is er vervolgens ontzettend snel mee aan de gang gegaan en binnen een week kreeg ik al bericht dat hij er een archeoloog bij had geroepen.” Met de informatie die Van Puijenbroek bij de potjes bewaarde, maakten de archeoloog en de directeur van het oertijdmuseum een afspraak met burgemeester Jan van Homelen. Toevallig kende de burgemeester de familie, en wist vrijwel meteen waar Antoon van de Biggelaar te vinden was.

VERDER ONDERZOEK
Samen met een collega zal archeoloog Scheijvens een wetenschappelijke publicatie wijden aan de twee prachtig bewaard gebleven potjes. Daartoe wil hij de exacte locatie achterhalen en bekijken hoe groot het gebied van afgraving destijds was. ,,Het wordt een artikel van 7 à 10 pagina’s met foto’s en illustraties”, legt hij uit. De twee bijpotjes zijn te bewonderen in het oertijdmuseum aan de Bosscheweg. De twee vondsten maken daar onderdeel uit van de nieuwe expositie over de geschiedenis van Het Groene Woud binnen De Groene Poort.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: De twee bijzondere potjes hebben een plaats in het oertijdmuseum gekregen.




5 augustus 2004

Print deze pagina

Terug