RONDGANG LANGS REDOUTES EN LANDWEREN

Boxtel wil restauratie oude verdedigingswerken

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Onderzoek bij de redoute in park Molenwijk. Op het bruggetje van links naar rechts Ger van den Oetelaar, Nico Landwehr-Johan, Anja Verweij, David Ross en Peter van Oers.

Boxtel werkt aan plannen voor het herstel van oude verdedigingswerken. Deze week maakte een gemeentelijke delegatie onder leiding van wethouder Ger van den Oetelaar een rondgang langs de redoute in wandelpark Molenwijk en een landweer op landgoed Velder. De plannen passen in de toekomstige restauratie van de stelling van 's-Hertogenbosch.

De Boxtelse politiek heeft zich onlangs uitvoerig gebogen over de ontwikkelingsvisie Esschebaan. In dat plan is ruimte voor de versterking van park Molenwijk. Onderdeel van het park vormt een redoute. Dat is een verdedigingswerk tussen de tennisbanen van De Merletten en de eendenvijver van dierenpark De Groene Waranda. De redoute is in de volksmond bekend als het fortje of de heksenberg.

Deskundige David Ross uit Roosendaal maakt momenteel studie van verdedigingswerken in de provincie Noord-Brabant. Hij heeft zich verdiept in de redoutes die tussen Boxtel en Esch gelegen hebben. Zijn onderzoek wijst uit dat er tussen Boxtel en Esch drie redoutes hebben gelegen. Daarnaast lagen er in en om Boxtel tien andere kleinschalige verdedigingswerken. Ook in Liempde zou een verdedigingswerk aanwezig zijn geweest, maar die locatie is niet achterhaald.

Ross maakte deze week een rondgang door Boxtel, samen met wethouder Van den Oetelaar, de ambtenaren Peter van Oers en Anja Verweij en Nico Landwehr-Johan, die zich bezighoudt met de historie en de belevingswaarde van park Molenwijk.

SPANNINGEN
De redoutes en verdedigingswerken in Boxtel maakten deel uit van een groot complex van militaire versterkingen rondom de stad 's-Hertogenbosch. Deze stelling van 's-Hertogenbosch werd in de periode 1830-1839 opgeworpen omdat in die jaren de afscheiding van BelgiŽ voor de nodige spanningen zorgde. Vooral in 1838 liepen de spanningen hoog op en groeven tienduizenden militairen zich in Brabant in met het oog op een aanval vanuit het opstandige BelgiŽ, dat toen nog niet als staat bestond.

De verdediging van Nederland bestond in die tijd vooral uit het inunderen van grote gebieden. Ten zuiden van de Hollandse Waterlinie konden ook in Brabant - de 'Zuiderfrontier' - grote stukken land onder water gezet worden. Rondom Boxtel liet men in tijden van oorlog en crisis de Dommel, de Run en de Leij overstromen om een doortocht van vijandelijke legers te bemoeilijken. Op hoger gelegen gronden werden redoutes en forten gebouwd.

Tussen Boxtel en Esch hebben drie redoutes gelegen die vermoedelijk dateren uit 1838. Twee van deze aarden verdedigingswerken zijn behouden gebleven. Naast de redoute in park Molenwijk bevindt zich een redoute op particulier terrein aan de westzijde van recreatieplas De Langspier. De derde redoute lag dichter bij Esch, maar is waarschijnlijk tijdens de ontginning van heidevelden verloren gegaan.

De redoutes waren volgens deskundige Ross in perioden van spanning langere tijd bemand door Nederlandse militairen. De soldaten werden mogelijk ingekwartierd bij inwoners van Boxtel en Esch. Archiefonderzoek moet uitmaken hoeveel militairen in Boxtel gelegerd waren en welke rol zij toen speelden in de dorpse samenleving. Het kwam regelmatig voor dat beroepsmilitairen zich misdroegen; in archieven zijn daarvan vaak stukken terug te vinden.

Het staat nog niet vast wanneer en op welke wijze de redoute in park Molenwijk hersteld kan worden. Volgens wethouder Van den Oetelaar vormde de rondgang slechts een eerste inventarisatie. Wel werden tijdens de excursie tal van ideeŽn geopperd, zoals een gedeeltelijk herstel van de redoute. Kinderen zouden op die manier spelenderwijs kennis kunnen maken met een verdedigingswerk. Nu fungeert de redoute ook als speelplek. Het verdedigingswerk zou onderdeel kunnen vormen van een wandel- en fietsroute. Een informatiebord zou de historie van de verdedigingswerken rond Boxtel kunnen belichten. ,,Herstel van de redoutes past in het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Boxtel. Op die manier kun je een beleefbare biografie van Boxtel maken", aldus Van den Oetelaar.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Op de redoute in park Molenwijk worden oude kaarten vergeleken met de bestaande situatie. Van rechts naar links wethouder Ger van den Oetelaar, Anja Verweij, Nico landwehr-Johan, David Ross en Peter van Oers.

VELDWERKEN
Niet alleen redoutes maakten rond Boxtel deel uit van de stelling van 's-Hertogenbosch. Onderzoek van Ross toont aan dat zich in Boxtel tien kleine verdedigingswerken bevonden. De onderzoeker is erin geslaagd de exacte locaties van de kleine fortjes en aarden wallen te bepalen. Hij baseert zich op een zogeheten memorie van de toenmalige Prins van Oranje, de latere koning Willem II.

De veldwerken lagen bijvoorbeeld op de huidige hoek van de Doornakkerlaan en de Jan van Brabantstraat en nabij de brug in de Breukelsestraat en de Brugstraat. Ook waren veldwerken aangelegd op de plaats waar thans cafť De Kom in de Stationsstraat gevestigd is. Andere verdedigingswerken lagen nabij de Raaphof, in de buurt van het huidige stationsemplacement, op het sportveld aan de Jacob Roelandsstraat en bij de watermolen in de Mgr. Wilmersstraat. Waar thans flat 6 van Hoogheem en sporthal Den Haagakker staan, lagen vroeger ook veldwerken, net als bij de brug in de Bosscheweg ('t Schipke).

Volgens Ross zijn vrijwel zeker geen sporen te achterhalen van deze verdedigingswerken. ,,Het ging om relatief kleine aarden wallen, van stenen muren was zeker geen sprake. Zodra de verdedigingswerken hun functie verloren, zijn ze in verval geraakt of verwijderd", aldus de onderzoeker. In zijn studie wil Ross aantonen dat de verdedigingswerken uit de periode 1838-1839 dateren; een eerder onderzoek verwijst naar een latere periode halverwege de negentiende eeuw.

VELDERSEWAL
Een cultuurhistorisch overblijfsel van geheel andere orde bezocht de delegatie op landgoed Velder. Daar werd onder leiding van wethouder Van den Oetelaar gekeken naar de Veldersewal. Dat is een zogeheten landweer die vermoedelijk dateert uit de vijftiende eeuw. Een landweer is een enkele meters hoge aarden wal rondom een landgoed die indringers moest weren en wild op het landgoed moest houden. Op het wild werd door de eigenaren van het landgoed fervent gejaagd.

De Veldersewal is geen verdedigingswerk zoals de redoutes tussen Boxtel en Esch. Wel laat de landweer zien hoe in vroeger eeuwen een landgoed werd beschermd. ,,Het Veldersbos was altijd in bezit van de Heren van Boxtel, die er na de jacht waarschijnlijk flinke schranspartijen op nahielden", aldus Van den Oetelaar. De landweer is een zeldzaam verschijnsel; de meeste wallen zijn de in de loop der eeuwen tijdens ontginningen omgeploegd.

De landweer vormt voor een deel de huidige gemeentegrens tussen Boxtel en Oirschot. Uit archiefstukken blijkt dat de lengte van de wal bepaald kan worden op 'ťťn uur gaans'. Om indringers te weren en wild binnen te houden werd de landweer vaak beplant met hulst en meidoorn, of een ander soort doornhaag.

De wethouder vindt dat ook de landweer op landgoed Velder behouden moet blijven. Op welke wijze zo'n project vormgegeven moet worden staat nog niet vast. Dat geldt ook voor het herstel van redoutes en verdedigingswerken. ,,Boxtel zal zeker aansluiting zoeken bij andere gemeenten, die volgens het onderzoek van David Ross ook tal van redoutes binnen de grenzen hebben gehad. Sint-Oedenrode is daar een goed voorbeeld van."

Van den Oetelaar vindt voorts dat de plannen van Boxtel passen binnen het project dat moet leiden tot het herstel van de stelling van 's-Hertogenbosch. Daarvoor is inmiddels een stichting opgericht, die geleid wordt door Jan Pommer, de burgemeester van Sint-Michielsgestel.

Meer informatie over forten, redoutes en verdedigingswerken in Noord-Brabant staat op de website www.forten-brabant.nl.

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Werkbezoek aan de landweer op landgoed Velder. Van links naar rechts wethouder Ger van den Oetelaar, David Ross, Anja Verweij en Nico Landwehr-Johan.




22 juli 2004

Print deze pagina

Terug