BOXTELSE DIENSTPLICHTIGEN VERTREKKEN NAAR INDIň

'Het liefste was ik na thuiskomst weer teruggegaan'

© Brabants Centrum

OP DE FOTO: Boxtelaar Wout van Weert (linksboven), die van 1947 tot 1950 als dienstplichtige in Nederlands-IndiŽ verbleef en daar ook actief was als kapper, poseert met enkele dienstmakkers.

In de edities van Brabants Centrum in het jaar 1947 vormde 'Contact met IndiŽ' een veel gelezen rubriek. Hierin stonden verhalen over het verblijf van dienstplichtigen die in het toenmalige Nederlands-IndiŽ (het huidige IndonesiŽ) de vaderlandse driekleur moesten verdedigen. Ook veel jonge Boxtelse soldaten voeren met schepen als de 'Johan van Oldenbarnevelt' en 'Kota Inten' naar de toenmalige kolonie, volslagen onwetend over wat hen daar 'in den vreemde', aan de andere kant van de wereld, stond te wachten. Piet van den Aker (78) en Wout van Weert (77) kijken terug op hun verblijf op het eiland Java. ,,Ik heb het in IndiŽ ondanks alles goed naar mijn zin gehad", aldus Van Weert.

Hoewel het bijna zes decennia geleden is dat de Boxtelse IndiŽ-gangers Van Weert en Van den Aker samen met vele duizenden andere jonge Nederlandse mannen per boot richting Nederlands-IndiŽ vertrokken, herinneren ze zich nog vrijwel alles van de gebeurtenissen in de periode 1947-1950. Van Weert fungeerde behalve als soldaat ook als kapper; niet alleen tijdens het verblijf in IndiŽ, maar ook aan boord van het schip knipte hij de vertegenwoordigers van het Nederlandse leger.

,,Vergis je niet hoor. Als ik niet stond te knippen, was ik gewoon bezig met patrouilles lopen en wachtlopen. Ik deed het knippen er gewoon bij", aldus Van Weert. ,,Of we iets verdienden in IndiŽ? We kregen ťťn gulden per dag en daar moesten we het mee doen. Nee, we kregen ook geen wedde voor ons verblijf daar of een vergoeding voor de familie in Nederland. Wij hadden net de Tweede Wereldoorlog achter de rug en toen moesten we als dienstplichtigen naar de andere kant van wereld. Wij wisten helemaal niet wat we daar gingen doen en stapten totaal onwetend op de boot. We moesten alles achterlaten en gingen als kerels van twintig, eenentwintig jaar een ongewis avontuur tegemoet. Onze taak was om orde en vrede te scheppen in IndiŽ, meer wisten we niet."

MOREEL
Zowel Van Weert als Van den Aker verbleef op Java, maar beide Boxtelaren, die elkaar al voor het vertrek uit Nederland goed kenden, kwamen elkaar maar ťťn keer tegen. Van Weert vertrok in mei 1947 met het schip 'Kota Inten' richting IndiŽ en keerde in april 1950 terug in Nederland. Van den Aker vertrok aan boord van de 'Johan van Oldenbarnevelt' in februari 1947 en keerde eveneens terug in april 1950. Van den Aker: ,,Ruim drie jaar ben ik uiteindelijk in IndiŽ gebleven, terwijl ons vooraf duidelijk was gemaakt dat we veertien maanden weg zouden blijven. Door de politionele acties werd ons verblijf echter verlengd. Hoewel we het niet slecht hadden, was dat een geweldige klap voor het moreel. We wilden dolgraag naar huis en moesten nog veel langer blijven. Daar had iedereen het moeilijk mee."

Het vertrek uit Nederland staat beide Boxtelaren nog helder op het netvlies. ,,We vertrokken uit Rotterdam", blikt Van den Aker terug. ,,Ik had toen al een tijdje vaste verkering met mijn huidige vrouw. Op het moment dat de mensen aan wal uit ons gezichtsveld verdwenen, kreeg iedereen aan boord het te kwaad en begonnen we te huilen. Dat was een heel dramatisch moment."

De bootreis naar het eiland Java nam volgens Van den Aker een aantal weken in beslag. ,,Daar aangekomen hadden we alleen contact met onze vriendinnen en familie door het schrijven van brieven. Telefonisch contact was niet mogelijk. Wat wel eens gebeurde was dat per brief relaties beŽindigd werden door vriendinnen van soldaten. Dat waren hele emotionele momenten voor de betrokkenen. Ik herinner me nog een getrouwde soldaat die per brief vernam dat zijn vrouw een eind aan het huwelijk wilde maken. Hij was buiten zinnen van verdriet en ging in plaats van terug te keren naar Nederland vechten in Korea, waar hij uiteindelijk is gesneuveld."

Van den Aker had naar eigen zeggen niet altijd het gevoel dat er een oorlog woedde tijdens zijn verblijf in IndiŽ. ,,Natuurlijk waren er wel eens schietincidenten en waren er gevaarlijke bendes actief, maar over het algemeen was het vrij rustig in de gebieden waar ik met mijn peloton gelegerd was. We hadden een goed contact met de bevolking daar", aldus Van den Aker.

,,Het mooiste vond ik de kameraadschap tussen de soldaten onderling. Je zat als dienstplichtigen allemaal in hetzelfde schuitje en was op elkaar aangewezen in een ver, vreemd en warm land. In zo'n situatie krijg je een hele hechte band met elkaar. Tot op de dag van vandaag zie ik dienstmakkers van toen nog. Enkelen van hen zijn afgelopen dinsdag (dinsdag 11 mei Ė red.) nog op mijn verjaardag geweest. Onder de jongens uit mijn peloton waren er heel veel uit Brabant."

AANPASSINGSPROBLEMEN
Toen in 1950 eindelijk het moment was aangebroken dat de Nederlandse soldaten terugkeerden naar het vaderland, betekende dat een grote opluchting voor alle betrokkenen. Maar de terugkeer in Nederland ging niet van een leien dakje. Van Weert: ,,Ik heb een aantal maanden nodig gehad om weer aan Nederland te wennen en kampte echt met aanpassingsproblemen. Alles is hier zo klein vergeleken met IndiŽ. Op Java was je ťťn met de natuur en leidde je een totaal ander leven samen met je kameraden. Ik heb het altijd goed naar mijn zin gehad in IndiŽ en wilde na onze thuiskomst in Boxtel het liefste meteen weer terugkeren. Ook de manier waarop we in Nederland ontvangen werden, viel ons koud op het dak. We kregen een onderscheiding en dat was het dan. We werden gewoon aan ons lot overgelaten."

Van den Aker vult aan: ,,Later is de waardering voor onze verdiensten gelukkig toegenomen, maar toen we eenmaal terug waren, voelden we ons echt een beetje in de steek gelaten. Die drie jaar in Nederlands-IndiŽ hebben grote indruk op me gemaakt, meer nog dan de Tweede Wereldoorlog. Ik weet alles nog van die tijd en kijk er ondanks alles met een goed gevoel op terug, vooral vanwege de onderlinge kameraadschap."

Wat er verder gebeurde in 1947:

  • Prinses Maria Christina (Marijke) wordt geboren op 18 februari. Beatrix, Irene en Margriet hebben een zusje gekregen. Ook Boxtel neemt spontaan deel aan de algemene feestvreugde.

  • In het Sint-Paulus sportpark (bij 'De Rots') wordt bij voetbalclub RKSV Boxtel een honderdtal meters afrastering ontvreemd. 'Van de daders is nog weinig bekend', meldt Brabants Centrum op vrijdag 7 maart.

  • Pastoor Van Besouw van de Sint-Petruskerk viert in de maand juni zijn zilveren priesterfeest. De parochianen brengen 12.000 gulden bijeen voor de aanschaf van nieuwe kerkklokken.

  • De Zusters Ursulinen zijn van plan om een middelbare school voor meisjes op te richten, die ook toegankelijk is voor 'externe' leerlingen. Deze MMS is de voorloper van de latere Bracbant-Havo.

  • 'Zondag 27 juli is een grote dag voor Boxtel', kopt Brabants Centrum op vrijdag 25 juli. 'Door de Brabantse Landdag en de premiŤre van het Sint-Willibrordspel staat Boxtel in heel Brabant in de belangstelling'.




13 mei 2004

Print deze pagina

Terug