GERBERT VAN DER AA GEBOEID DOOR AFRIKA

’Ik wil vertellen hoe Afrika er werkelijk uitziet’

OP DE FOTO: Gerbert van der Aa poseert bij zijn ouderlijk huis in het buitengebied van Boxtel voor zijn Peugeot 404.

Hij is net terug uit Mali. En Libië of Nigeria vormen waarschijnlijk zijn volgende reisdoel. De op de grens van Boxtel en Liempde opgegroeide Gerbert van der Aa (1968) heeft van zijn passie voor Afrika zijn beroep gemaakt. De historicus reist een paar keer per jaar naar het continent dat hij in 1988 voor het eerst zag. Zijn verhalen over politiek en economie vinden de weg naar een groot publiek via NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, Elsevier en Internationale Samenwerking. ,,Ik geloof niet in ontwikkelingshulp.”

Van der Aa aarzelt welk Afrikaans land hij hierna als eerste wil bezoeken. Nigeria heeft hem altijd getrokken - hij schreef er al eens een boek over in opdracht van het Koninklijk Instituut voor de Tropen - maar Libië is een land in ontwikkeling waar de nog altijd omstreden leider Muammar Khaddafi erin geslaagd is de grote olieopbrengsten te investeren in de opbouw van zijn land. ,,Voor velen is Khaddafi nog altijd een boef, maar hij heeft goed voor zijn mensen gezorgd”, zegt Van der Aa, die na een eerder bezoek graag terug wil keren naar Libië om de veranderingen te zien.

In Mali zag Van der Aa dat dit land flink in ontwikkeling is. Mali ontbeert oliebronnen die Libië en Nigeria zo rijk maken; het is een land dat gedomineerd wordt door de woestijn en waar in enkele oases ruimte is voor landbouw. ,,Er waait een democratische wind door Mali terwijl er tien, vijftien jaar geleden nog een sovjetbewind zat.” Van der Aa bespeurde echter dat in Mali en andere Noord en West-Afrikaanse landen veel sympathie is voor het terrorismenetwerk Al Qa’ida. ,,De landen gruwelen van de westerse hoogmoed en houden er nog steeds niet van als een blanke hen komt vertellen hoe het moet. Ze vinden het stiekem prachtig dat Al Qa’ida de Verenigde Staten op hun nummer hebben gezet.”

Als journalist trekt Van der Aa drie weken tot twee maanden rond, op zoek naar de verhalen waarvoor de ideeën thuis achter zijn bureau in Amsterdam zijn ontstaan. Vaak maakt hij zich bekend als journalist, maar in sommige politiestaten als Algerije en Sudan is de oud-Boxtelaar ’toerist’. ,,Als journalist krijg je altijd een gids mee. Dat is iemand van de geheime dienst die je continu in de gaten houdt. Dan kun je nooit in alle vrijheid werken.” Zijn uitrusting bestaat vaak alleen maar uit een pen en wat losse vellen papier, heel soms een laptop. ,,Losse velletjes kan ik gemakkelijk in mijn broekzakken stoppen. Eenmaal thuis schrijf ik de verhalen.”

SINT-CHARLES
Van der Aa werd geboren in Esch. Hij bezocht in Boxtel basisschool De Hobbendonken en het Jacob-Roelandslyceum. De liefde voor Afrika deed Van der Aa op in de kapel van het inmiddels verdwenen missieklooster Sint-Charles, aan de rijksweg tussen Boxtel en Vught. Daar ging hij met zijn ouders wekelijks naar de kerk en hoorde hij de prachtige verhalen over het continent. In 1988, een jaar na het behalen van zijn vwo-diploma aan het Jacob-Roelandslyceum, kwam hij er voor het eerst. Al liftend, via Turkije en Israël, kwam hij in Egypte. ,,Ik vond het een fascinerende kennismaking met de niet-westerse wereld”, blikt Van der Aa terug. ,,Ik ging me afvragen waarom mensen daar in hutten wonen en waarom wij wel en zij geen stromend water hebben.”

Om een verklaring te vinden voor die vragen koos Van der Aa voor een studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Al snel specialiseerde hij zich in Afrika en het Midden-Oosten. Een lange vakantie benutte hij voor een reis, opnieuw als lifter, door Afrika. Via Marokko en Algerije door de Sahara naar Nigeria. Echt avontuurlijk waren de reizen waarbij hij met een vriend voor duizend gulden een oude Peugeot kocht en die in Afrika met winst trachtte te verkopen. ,,We hadden gehoord dat je er zo zesduizend gulden voor kon krijgen. Dat zou een gratis vakantie betekenen.” De auto werd verkocht op de grens van Niger en Nigeria. Lachend: ,,Uiteindelijk hebben we veel verlies geleden. We bleken niet zo’n goeie onderhandelaars.”

Een roofoverval in 1992 door een groep Touareg-nomaden in Zuid-Algerije temperde de reislust van Van der Aa. Hij moest alle bezittingen, geld én auto inleveren aan de oorspronkelijke bewoners van de Sahara, die strijden voor autonomie of zelfs zelfstandigheid. Nu kijkt hij nuchter terug op het incident. ,,Ik heb geen groot gevaar gelopen”, meent hij. ,,Dit soort overvallen gebeurde wel vaker, ook al was er een vredesakkoord tussen de overheid en de Touareg. Ik ben de hele dag mee op sleeptouw genomen door mannen met kalashnikovs, maar uiteindelijk hebben ze me netjes afgezet in een oase.” Na terugkomst wijdde Van der Aa zich aan zijn studie, die uitmondde in een onderzoek naar de achtergronden van de bekering van de Nigeriaanse bevolking tot het christendom.

HEIMWEE
In 1995 verkocht Van der Aa zijn eerste verhaal. Nadat hij in de Volkskrant al enkele opiniestukken had geschreven over Algerije, verscheen zijn eerste betaalde artikel in Elsevier. ,,Ik wijdde me helemaal aan het schrijven over Afrika. Ik merkte tijdens dat proces dat veel bladen niet zo zaten te wachten op reisverhalen, maar meer interesse hadden in stukken over politiek en economie”, zegt Van der Aa. Zijn verhalen vonden een plek in de kolommen van de Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw, Het Parool en het Katholiek Nieuwsblad.

Reizen is cruciaal voor zijn verhalen. Van der Aa is niet iemand die achter een bureau in Nederland een artikel wil schrijven over Afrika. ,,Ik moet op reis om materiaal te verzamelen. Dat betekent dat ik soms lange tijd van huis ben. Sinds ik twee kinderen heb, is het moeilijker om zo lang van huis te zijn. Ik heb eerder last van heimwee.” Mede om die reden nam hij zijn vrouw en zijn kinderen vorig jaar vier weken mee op een trip met een Land Rover door Algerije en Tunesië.

Tijdens zijn laatste reis door Mali schreef Van der Aa verschillende artikelen. In Internationale Samenwerking, een uitgave van het ministerie van Buitenlandse Zaken, verscheen een artikel over bestuurlijke decentralisatie. Voor Algemeen Dagblad maakte hij een reisverslag over Tombouctou, terwijl in Elsevier een artikel verscheen over de strijd van Amerikaanse militairen in Mali tegen een plaatselijk netwerk van Al Qa’ida. ,,Ik bedenk vooraf onderwerpen die passen bij de bladen waarvoor ik schrijf”, legt Van der Aa uit.

HOGERE DOELEN
De vraag werpt zich op wat Van der Aa met zijn artikelen over Noord en West-Afrika wil bereiken. ,,Ik ben geen wereldverbeteraar, ik streef geen hogere doelen naar. Ik wil mensen vooral vertellen hoe Afrika er werkelijk uitziet”, zegt hij. ,,Nog steeds bestaat een verkeerd beeld van het continent. Ten onrechte wordt nog altijd gedacht dat de mensen daar allemaal zielig zijn en zitten te wachten op ontwikkelingshulp.”

Hij vervolgt: ,,Ik geloof helemaal niet in ontwikkelingshulp. Het heeft weinig effect. Handel is in mijn ogen veel belangrijker. Op mijn reizen zie ik tal van voorbeelden van ontwikkelingshulp die niet zoveel nut hebben. Laatst nog stuitte ik in Mali op een schooltje dat was gebouwd met hulp uit Margraten. Dat schooltje is echter helemaal niet belangrijk; je kunt ook lesgeven onder een boom. Als je dan toch hulp wilt geven, zorg dan dat er goede leraren zijn met een goed salaris die niet meer naar Algerije of Spanje emigreren om daar meer geld te verdienen. Laat mensen studeren!”

Waar veel Afrikaanse landen nog echt mee worstelen is corruptie. Op alle fronten blijft geld aan de strijkstok hangen. Van der Aa: ,,Smeergeld is een veel groter probleem dan oneerlijke handel met het westen. Het probleem zit vooral in Afrika waar de landen zelf iets moeten doen aan het grote zakkenvullen. Om die reden gaat het in Algerije nog altijd slecht. Dat geldt ook voor een schatrijk olieland als Nigeria, waar generaties lang mensen aan de macht zijn geweest die alleen maar aan zichzelf denken.”

Van der Aa verwacht dat hij zal blijven schrijven over Noord en West-Afrika. Het is niet alleen de fascinatie voor deze regio die hem inspireert. Noord en West-Afrika zijn ’een braakliggend terrein’ waar nauwelijks Nederlandse correspondenten zitten. De meeste media hebben niet zo veel aandacht voor deze landen; hun correspondenten zitten veelal in Kenia of Zuid-Afrika, waarover veel vaker wordt gepubliceerd. ,,Over de landen in Noord en West-Afrika wordt nauwelijks gepubliceerd en daarom schrijf ik erover. Je zou het een gat in de markt kunnen noemen.”




15 april 2004

Print deze pagina

Terug