BOXTELSE MARINIER KIJKT TERUG OP 'SPANNENDE' MISSIE

'Opbouw Irak gaat nog
vele jaren duren'

OP DE FOTO: Bart Mulder uit Boxtel monstert de omgeving bij de wachtpost in het kamp van de Nederlandse mariniers in de Irakese stad Al Khider.

Hoewel hij net teruggekeerd is van een missie in Irak zou marinier Bart Mulder (23) uit Boxtel er niet mee zitten als hij op korte termijn weer uitgezonden zou worden naar een andere brandhaard in de wereld. Het avontuur in de stad Al Khider in Al-Muthanna, een woestijngebied groter dan Nederland in het zuiden van Irak, is hem goed bevallen. ,,Het was leuk, spannend, uitdagend en heel indrukwekkend", aldus Mulder. De compagnie bestaande uit zo'n 140 man, waar hij samen met drie andere Boxtelse mariniers in Irak deel van uitmaakte, keerde vrijdag na ruim vier maanden terug op Nederlandse bodem; op het militaire vliegveld in Eindhoven.

Mulder behoorde tot de laatste groep Nederlandse mariniers die naar Irak zijn uitgezonden om de stabiliteit en veiligheid in het land te bewaken. ,,In november zijn we vertrokken. Voor mij was het de eerste missie als marinier. Ik ben er met een heel open houding ingestapt; je kunt je wel helemaal druk maken over wat er allemaal kan gebeuren, maar daar schiet je niks mee op. Ik heb gewoon alles over me heen laten komen. Wij waren in de stad Al Khider gevestigd met een complete compagnie, naast mariniers onder meer ook vertegenwoordigers van de landmacht die mee waren gegaan om ons te ondersteunen. Het kon daar ongelooflijk heet zijn, gemiddeld was het tussen de dertig en veertig graden; het record was 55 graden."

Naast de Nederlandse krijgsmacht zijn nog veel meer buitenlandse troepen gestationeerd in Irak. Amerikanen en Britten leveren het gros van de troepen die actief zijn in het kader van de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Dit is een multinationale vredesmacht die een rol speelt in het creŽren en handhaven van een veilige en stabiele omgeving in Irak. De taak van SFIR is helpen bij de wederopbouw van het land, het ondersteunen van de opbouw van een stabiele Iraakse regering en het realiseren van een snelle overdracht van de verantwoordelijkheden aan de Iraakse bevolking.

De eerste militairen van de Nederlandse krijgsmacht vertrokken in juli 2003 naar Irak als voorhoede van een contingent van circa 1.200 man, zo blijkt uit informatie van het Ministerie van Defensie. Van de eerste twee zogeheten rotaties van SFIR vormde een bataljon mariniers de harde kern.

Mulder: ,,De taak voor de marine in Irak zit er na de thuiskomst van de laatste groep mariniers op.Wij zijn in Irak afgelost door de Luchtmobiele Brigade. Onze compagnie beschikte over vrij beperkte middelen qua bewapening en uitrusting als je het vergelijkt met de Luchtmobiele Brigade, maar als leden van het Korps Mariniers zijn we opgeleid en gewend om te improviseren, initiatieven te nemen en zelf oplossingen te vinden bij problemen. Om dat ook in de praktijk te doen, vond ik een echte uitdaging."

RELATIEF VEILIG
Hoewel hij zelf geen levensbedreigende situaties meemaakte in Irak was Mulder tijdens het verblijf altijd op zijn hoede. ,,Vooraf was ons verteld dat het relatief veilig was in Irak, maar als je daar naartoe gaat, weet je dat er altijd iets kan gebeuren. Kijk maar naar de vele Amerikanen die gesneuveld zijn in Irak. Er zijn heel veel van die Ali Baba's, zoals wij ze noemden, die heel gevaarlijk zijn. Gelukkig is er niemand van onze compagnie gewond geraakt, al zijn er wel schietincidenten geweest. Onze konvooien zijn ook beschoten."

Mulder geeft aan dat veel Irakezen niks van de Amerikanen moeten hebben. Zelfs het feit dat zij het waren die Saddam Hussein in december gearresteerd hebben, doet daar volgens de Boxtelaar weinig van af. ,,De Irakezen nemen het de Amerikanen kwalijk dat ze hun land platgegooid hebben. Het viel mij op dat de Amerikanen rondliepen met een air alsof ze filmhelden waren en zich heel bot gedroegen ten opzichte van de Irakese bevolking; heel anders dan wij met de mensen daar omgingen. De Amerikanen keken ook nauwelijks om naar de bevolking, terwijl de Nederlanders zich veel meer lieten zien."

Opvallend was volgens Mulder dat de Irakezen veel minder moeite hadden met de aanwezigheid van Nederlandse troepen. ,,Dat terwijl wij toch de bondgenoot van Amerika zijn. Opmerkelijk is ook dat er tot dusverre al heel veel doden zijn gevallen onder de troepen in Irak, maar nog geen Nederlanders slachtoffer zijn geworden."

DICTATOR
Volgens Mulder is de missie van zijn compagnie in Irak feitelijk in twee delen te splitsen: de periode voordat Saddam Hussein opgepakt werd en de maanden na de arrestatie van de gevreesde Iraakse dictator. ,,In het gebied waar wij zaten heerste veel armoede en ellende. De mensen zijn gewend om van elkaar te stelen en er waren ook heel veel plunderingen. Het gekke is dat de mensen een stuk rustiger werden nadat Saddam opgepakt was; toen waren er ineens ook veel minder plunderingen. Dat komt misschien ook omdat ze zien dat hun land voorzichtig weer opgebouwd wordt met hulp van het buitenland. Ze beschikken weer over stroom, voedsel en water."

Toch denkt de Boxtelse marinier dat het nog heel lang kan duren voordat het land weer helemaal opgebouwd is. ,,Er is zoveel vernietigd. Er zijn heel veel Irakezen die er weinig vertrouwen in hebben dat het nog goed komt met hun land. Ze zijn jarenlang onderdrukt geweest, hebben oorlogen meegemaakt en veel ellende gezien", zegt Mulder, die van dichtbij meemaakte hoe de Irakezen feest vierden na de arrestatie van Saddam. ,,Er was een massa mensen op de been. De blijdschap was echt heel erg groot, want iedereen kwam naar buiten en begon met geweren in de lucht te schieten. Dat moet je hier in Nederland niet proberen, maar is daar heel normaal. Het is een uiting van vreugde."

SNELWEG
Mulder zag tijdens de missie in Irak ook veel ellende aan zich voorbijtrekken, zoals op de 'snelweg' tussen Al Khider en As Sam‚wah. ,,Dat was een eenbaansweg, die door Irakezen gebruikt werd als vierbaansweg. Tijdens het regenseizoen, in de eerste maanden van onze missie, zijn er op die weg ongelofelijk veel ongelukken gebeurd doordat de mensen rondreden in hele slechte auto's zonder verlichting, zonder remmen en met hele gladde banden. De mensen hebben daar zo weinig dat ze zelfs van mensen die dood in hun auto's zaten of bijna dood waren na een ongeluk de kleren van het lijf trokken", zegt Mulder.

,,Ik heb gezien dat honderdvijftig Irakezen op een voedselcontainer afstormden en elkaar bijna afmaakten om een plakje kaas. Voor ons was het toen zaak te zorgen dat het niet uit de hand liep; waarschuwingsschoten hielpen in zo'n geval niet. We waren zelfs genoodzaakt om de wapenstok te gebruiken om de situatie onder controle te houden. Dat zijn dingen die veel indruk op mij gemaakt hebben en die ik niet snel meer zal vergeten."

OP DE FOTO: Bart Mulder (links) uit Boxtel staat op het vliegveld in Eindhoven klaar voor het vertrek naar Irak.




1 april 2004

Print deze pagina

Terug