ROOFDIER SINDS 1991 WEER GESIGNALEERD

Vondst steenmarter toont belang van Het Groene Woud

OP DE FOTO: De vondst van een (dode) steenmarter is het bewijs dat het aan elkaar knopen van natuurgebieden in Het Groene Woud van belang is voor flora en fauna. De steenmarter is de 'doelsoort' bij uitstek voor het zogenaamde ontsnipperingsbeleid.

Jeugdlid Dirk Eijkemans van de Natuurwerkgroep Liempde heeft vrijdag op de kruising Vleutstraat-Hamsestraat een dode steenmarter aangetroffen. De vondst die de jongeman uit Olland deed is het bewijs dat de steenmarter (weer) voorkomt in deze regio. Bovendien onderstreept de vondst volgens natuurkenners het belang van ontsnippering in Het Groene Woud.

De steenmarter die in Liempde is aangetroffen is de eerste vondst sinds 1991. Toen werd in deze contreien de laatste steenmarter gesignaleerd in natuurgebied Kampina. Het gaat beslist om een steenmarter; maandag is het dode dier door meerdere deskundigen gedetermineerd, onder meer door Annemarie van Diepenbeek, de schrijfster van een bekende diersporengids.

Ook de Boxtelse bioloog Kees Margry heeft het dier bekeken en komt tot de conclusie dat het gaat om een steenmarter. Het gaat volgens Margry om een ’schoolvoorbeeld’ van een steenmarter vanwege een witte gevorkte bef en witte ondervacht. Daarin onderscheidt het dier zich van bijvoorbeeld een boommarter. De bioloog laat weten dat al eerder sporen van een marter waren gevonden in een bosuilenkast. Het ging om uitwerpselen die aan een marter werden toegeschreven.

De vondst van de steenmarter toont volgens deskundigen aan dat Het Groene Woud – het toekomstige aaneengesloten natuurgebied tussen Kampina en Geelders – steeds aantrekkelijker wordt voor dit soort dieren. Ook toont de vondst van het dier aan dat de noodzaak van ontsnippering groot is. Door bijvoorbeeld faunatunnels en verkeersremmers aan te leggen, kunnen natuurgebieden aan elkaar gekoppeld worden en kunnen dieren makkelijker migreren.

De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorliefde voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en vooral ook gebouwen. Het dier komt voor in gemengde bossen en bosranden, maar voelt zich ook thuis in bosloze gebieden. Hij voelt zich vooral thuis op boerenerven waar de landbouw nog min of meer kleinschalig wordt bedreven, met oude schuren, heggen en bosjes.

Steenmarters zijn vooral verzot op eieren. Om die reden wordt nogal eens gejaagd op de dieren, hoewel dat volgens de Nederlandse wetgeving niet is toegestaan. Het vangen of doden van een steenmarter is verboden, zo laat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weten.

Wethouder Ger van den Oetelaar, groot pleitbezorger van Het Groene Woud, liet deze week in een reactie weten enerzijds bedroefd te zijn over de dood van het dier. ,,Anderzijds geeft het aan dat er steenmarters in Het Groene Woud leven. Het is alleen niet te hopen dat dit het enige exemplaar was.”




8 januari 2004

Print deze pagina

Terug