SANERING SELISSENWAL AFGEROND

'Oorzaak asbestdeeltjes moeilijk
te achterhalen'

De herbouw van het centrumgebied in de wijk Selissenwal kon deze week van start gaan, nadat in november een asbestsanering werd opgestart die inmiddels succesvol is afgerond. Het is onzeker of de oorzaak van de verontreiniging kan worden achterhaald, stelt milieuwethouder Ger van den Oetelaar vooruitlopend op een binnenkort te presenteren evaluatierapport over de sanering.

De herinrichting van het wijkcentrum werd vertraagd doordat in juni 2002 op het terrein witte en blauwe asbestvezels werden aangetroffen. Na grondig onderzoek werd een saneringsplan opgesteld en in november 2003 zijn de giftige resten in opdracht van Sint-Joseph verwijderd door het Boxtelse aannemingsbedrijf H. Wagenaars dat eerder ook de sloop van de bestaande bebouwing uitvoerde.

De sanering behelsde afgraving van de met asbest verontreinigde grond en de afvoer van een restant asbesthoudend puin. Ook werden daarbij resterende rioolpijpen en regenwaterafvoeren verwijderd die waren gemaakt van asbestcement. De sanering werd uitgevoerd onder milieukundige begeleiding van het Bossche adviesbureau Haskoning Nederland BV. Het gemeentebestuur kondigde gisteren aan dat het evaluatierapport dat Haskoning heeft uitgebracht binnenkort wordt vastgesteld door het college van B. en W. Daarna wordt het beschikbaar gesteld aan de raadscommissie Ruimtelijke Zaken.

Ger van den Oetelaar, als milieuwethouder van de gemeente Boxtel verantwoordelijk voor de asbestsanering, verwacht niet dat aangetoond kan worden waar de verontreiniging daadwerkelijk vandaan komt. ,,Het betreft hele kleine vezels, zonder 'poststempel of adres van de afzender'. Dus is het moeilijk te achterhalen wat de precieze herkomst is van de asbestdeeltjes. In het gebied zijn natuurlijk ook eerder werkzaamheden verricht, zodat ook daar de asbestresten vandaan komen die op en vlak onder de grond zijn aangetroffen", aldus Van den Oetelaar.

Zijn collega Van Erp, die als projectwethouder leiding geeft aan de herstructurering van de wijk Selissenwal, acht het echter niet uitgesloten dat de verontreiniging is terug te voeren op oude regenwaterafvoeren en rioolpijpen van asbestcement. ,,Voordat met de sloop werd begonnen, is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van asbest. Op de plaatsen waar gecontroleerd is, bleken deze pijpen van pvc te zijn. Achteraf bleek dat dit alleen gold voor de pijpen in en onder de gebouwen, maar niet voor de buizen in het openbaar gebied", aldus Van Erp.

Tijdens het bewuste onderzoek is volgens Van Erp ervan uitgegaan dat overal dus ook buiten de grenzen van de bebouwing de in vroeger jaren gebruikte pijpen in de loop van de tijd zijn vervangen door pvc-buizen. Dat bleek achteraf dus niet het geval te zijn, stelt Van Erp. Inhoudelijk wilde Van Erp zich niet verder over de asbestverontreiniging uitlaten omdat het niet zijn portefeuille is, maar die van zijn collega Van den Oetelaar.




8 januari 2004

Print deze pagina

Terug