BERT BOSSINK VERZAMELT ALLES OVER 60'ER-JAREN MUZIEK

Grenzeloze liefde voor 'the fabulous sixties-sound'

Hij is een wandelende encyclopedie op het gebied van popmuziek uit de jaren zestig en heeft naast ontelbare bladen, video’s en singletjes liefst 17.000 lp's in zijn flatwoning aan de Baanderherenweg bij elkaar verzameld. Boxtelaar Bert Bossink (56) is echter niet alleen een gepassioneerd liefhebber van alles wat met de muziek uit die periode te maken heeft. Hij heeft daarnaast vele publicaties op zijn naam staan in talloze bladen en op internet, is de man achter het tijdschrift 'The sound of the sixties', de ontdekker van zanger Danny Everett en dé vraagbaak voor alle media die iets meer willen weten over de muziek uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. Een interview met een bijzondere man die zijn eigen passie goed kan relativeren. ,,Mijn verzamelwoede is een uit de hand gelopen hobby", aldus Bossink.

Het is geen wonder dat Bert Bossink binnen nu en een jaar hoopt te verhuizen naar een wat groter pand in de wijk Selissenwal. Wie zijn flatwoning binnenstapt, staat even perplex bij de aanblik van zijn kleine woonkamer; honderden, zo niet duizenden lp's, singletjes en videobanden liggen op elkaar gestapeld tussen twee banken, waardoor de bewegingsruimte nihil is. Verder is de aartsverzamelaar de eigenaar van een ontelbare hoeveelheid lectuur, cd's, posters en andere attributen die iets van doen hebben met zijn grote passie.

De vruchten van Bossinks verzamelwoede zijn behalve in de woonkamer ondergebracht in kasten, op boekenplanken en in een aan de woonkamer grenzende 'archiefruimte'. Voor een bezoeker oogt het, eufemistisch uitgedrukt, als een rommelig geheel, maar voor Bossink is er eerder sprake van een gestructureerde chaos. ,,Voor anderen ziet het er hier misschien wat rommelig uit, maar ik weet precies waar wat ligt en kan alles zo terugvinden", aldus Bossink.

VETKUIVEN
De Boxtelaar, in het dagelijks leven beheerder van de postkamer bij de Van Geel Group in zijn woonplaats, werd geboren in Amersfoort en groeide op in Zutphen en Nijmegen, alvorens hij in 1960 met zijn ouders neerstreek in de wijk Selissenwal in Boxtel. ,,Mijn vader kreeg een baan als bouwkundig opzichter aangeboden bij architectenbureau Strik. Zodoende zijn we hier komen wonen", vertelt Bossink. ,,Ik ben inmiddels wel een echte Boxtelaar geworden en voel me hier helemaal thuis. De samenleving is de laatste jaren harder geworden en dat merk je ook wel een beetje in Boxtel, maar verder is het hier nog gemoedelijk en kun je nog veilig rondlopen. Als je in de trein zit of in grote steden komt, merk je pas goed dat niemand tijd meer voor elkaar heeft en men ruw en bot met elkaar omgaat."

De jaren zestig waren volgens Bossink een verademing in vergelijking met de maatschappelijke verharding waar de laatste tijd sprake van is. Al kon het ook in dat veelbewogen decennium wel eens uit de hand lopen. Bossink: ,,Je had toen regelmatig knokpartijen tussen de 'artistiekelingen' en de 'vetkuiven'. De eerste groep, waarvan de leden zicht voortbewogen op een Puch en verder herkenbaar waren aan hun lange haren en een onvoorwaardelijke trouw aan de Rolling Stones, raakten slaags met oude rockers. De laatste groep kwam op voor hun idolen die voorbijgesneld dreigden te worden door de nieuwe lichting muzikanten. En dat kon wel eens hard op hard gaan. Sommige jongens gingen elkaar te lijf met zwepen en loden kogeltjes. Als je daar een klap van kreeg, lag heel je nek open."

DE ARK
Hoewel Bossink in die tijd ook met een vetkuif rondliep, wist hij vaak een pak slaag te voorkomen. ,,Ik zei gewoon dat ik de Rolling Stones ook een prima band vond. En dat was ook zo. Ik had en heb een heel brede smaak; van rock 'n roll en rockabilly, tot country en Nederlandstalige muziek. Ik weet nog wel dat ik in januari 1962 in 'De Ark' in Boxtel naar een teenagersparty ging, waar onder anderen Ria Valk, Eddie Christiani en de Blue Diamonds optraden. Ook van artiesten als Anneke Grönloh, Trea Dobbs en Willeke Alberti was ik gecharmeerd", aldus Bossink.

,,In diezelfde maand heb ik bij platenzaak Van den Broek in de Clarissenstraat zo'n tien singletjes gekocht. Destijds hield Van den Broek opruiming en kon ik voor een tientje spotgoedkope singletjes kopen van diverse sterren, waaronder Roy Orbison. In die jaren is mijn interesse voor de muziek uit de jaren zestig, het luisteren naar de diverse hitparades en het verzamelen van platen, bladen, boeken en geluidsbanden echt begonnen. Op een gegeven moment ben ik ook gaan schrijven. Voor het Connie Francis-fanclubblad en dat van Jim Reeves, maar ook over Elvis, Cliff Richard en voor country- en westernblaadjes."

DISCODREUNEN
Waar andere muziekliefhebbers meegroeiden met de tijd en in de jaren zeventig nieuwe trends oppikten, bleef Bossink hangen in de 'sound of the sixties'. Met de muziek uit de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft hij niet veel. ,,De opkomst van de discodreunen en de intrede van de synthesizer zijn de doodsteek geweest voor de popmuziek. Tegenwoordig kan iedereen toch een plaat maken. Daarvoor hoef je echt niets te kunnen. In de jaren zestig had je bands en artiesten als The Beatles, Buddy Holly, Roy Orbison, de Rolling Stones en The Searchers die met prachtige melodieën, schitterende samenzang en knappe arrangementen de wereld veroverden. Die jongens konden echt spelen, dat waren vaklui. Ik koop vrijwel nooit platen van hedendaagse artiesten. Ja, Shania Twain vind ik wel goed en vroeger vond ik Frank Boeijen wel aardig, maar verder is er tegenwoordig niet veel muziek die mij aanspreekt."
RADIO
Nee, dan de jaren zestig. Je hoeft Bossink maar naar een artiest uit die tijd te vragen, of hij schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Als de Boxtelaar, die zich gedurende het interview ontpopt als een heuse spraakwaterval, op gang komt is hij nauwelijks meer te stoppen. Hij vertelt met passie over zijn ontmoetingen met sterren als Cliff Richard, Carl Perkins en The Searchers en deejays als Joost den Draaijer en Tom Mulder, die regelmatig bij hem in Boxtel op bezoek kwam. Bossink werd door de jaren heen vanwege zijn publicaties en zijn medewerking aan radioprogramma's van de VARA en de NCRV een graag geziene gast bij de media. Onder meer het muziekblad Oor en het Algemeen Dagblad plaatsten paginagrote interviews met hem.

Vakbladen en omroepen maken overigens nog steeds gebruik van zijn grote kennis over de populaire muziek uit de jaren zestig, wat mede komt door het blad 'The sound of the sixties'; een uitgave die hij sinds 1975 bestiert als hoofdredacteur en uitgever. ,,Dat blad bestaat nog steeds, maar komt wat minder vaak uit dan vroeger. Ik heb jarenlang in mijn eentje drie keer per jaar zo'n blad gemaakt van ongeveer negentig pagina's. Sinds een paar jaar doe ik het wat rustiger aan, want zo'n tijdschrift maken kost naast ontzettend veel tijd en energie feitelijk alleen maar geld, hoe leuk het ook is."

BOUDEWIJN BÜCH
Bossink is naar eigen zeggen gek op statistische feiten en historische wetenswaardigheden over de muziek uit de jaren zestig. Als een deejay op de radio een fout maakt, is de kans groot dat hij aan de lijn hangt om de desbetreffende persoon op zijn blunder te wijzen. Ook iemand als de onlangs overleden Boudewijn Büch werd door Bossink wel eens met zijn neus op de feiten gedrukt. ,,Iemand had me aan zijn geheime telefoonnummer geholpen. Daar was Büch niet bepaald blij mee. 'Hoe kom jij aan mijn telefoonnummer', schreeuwde hij en noemde me vervolgens een muggenzifter en een zeikerd", lacht Bossink.

,,Soms waren er momenten dat mensen mij een hak wilden zetten. Zo ben ik een keer te gast geweest in het radioprogramma van Jack Spijkerman. Ze wilden wel eens uitproberen of ik werkelijk alles wist van de muziek uit de jaren zestig. Ik kreeg de meest lastige vragen op me afgevuurd, maar ik wist ze allemaal te beantwoorden. Het is zelfs zo erg dat deejays er vroeger op gewezen werden dat ze goed hun werk moesten doen, anders zouden ze weer door die vent van een Bossink verbeterd kunnen worden."

'LIVERPOOL'
Het gevolg van zijn verzamelkoorts is zijn indrukwekkende collectie oude en nieuwe albums, bootlegs, cassettes en cd's, maar ook hitlijsten, geluidsbanden van oude zeezenders, foto- en filmmateriaal, interviews, popbladen en vele boeken. Dit jaar publiceerde hij zelf in samenwerking met de Haagse auteur Ton van Steen het boek 'Het Liverpool van Nederland', waarin tal van wetenswaardigheden, interviews en discografieën staan van Haagse sixties-bands als The Golden Earrings, The Motions, The Tee Set, Shocking Blue en Sandy Coast. Veel materiaal werd gebuikt uit oude jaargangen van 'The fabulous sound of the sixties', de voorloper van 'The sound of the sixties'.

Bossink: ,,Het boek loopt tot nu toe redelijk volgens de uitgever, maar zo'n uitgave kost vooral veel geld. Mede dankzij diverse sponsors is dit project tot stand gekomen. Naast het boekwerk over Haagse beatbands schrijf ik ook nog voor bladen als Freewave en Nostalgie en zijn artikelen van mijn hand terug te vinden op 32 websites. Verder ben ik ook nog talentscout voor Rarity Records."

De vraagt dringt zich op of Bossink in zijn vrije tijd ook aandacht heeft voor andere zaken dan zijn passie voor muziek. ,,Ik wandel graag in de natuur met mijn vriendin Bep en vind het heerlijk om boeken te lezen. Verder ben ik ook een nieuwsfreak en kijk ik naar vrijwel alle actualiteitenrubrieken op televisie. Gelukkig heeft Bep geen moeite met mijn passie voor muziek, integendeel ze vindt het zelfs leuk en gaat ook vaak mee naar concerten en bijeenkomsten", aldus Bossink.

,,Nee, de jaren zestig zijn geen obsessie voor me en ik zou het ook geen verslaving willen noemen. Ik heb het liever over een uit de hand gelopen hobby. Ik sta gewoon midden in het leven en ben ook in deze tijd gelukkig, maar ik ben als tiener opgegroeid in de jaren zestig en die tijd en de muziek van toen hebben een grote en blijvende indruk op me gemaakt."




19 december 2002

Terug