EDOUARD REYNDERS IN BOEK ESSCHENAAR GIEL KONINGS

Verzetsstrijder na halve eeuw
terug in Esch

Meer dan normaal staan we in deze dagen stil bij de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van het Duitse juk. Van Giel Konings, de overleden Essche schrijver, verschijnt binnenkort het boek 'Mijn verhaal'. Daarin is een uitvoerige passage gewijd aan de familie Reynders die in de oorlogsjaren woonde op de Villa Esschenreen, thans Gestelseweg 10 in Esch. Naar nu duidelijk is geworden in het verhaal van Giel Konings, die mocht putten uit de persoonlijke aantekeningen van de thans 79-jarige Eduard Reynders, heeft de hele familie zich met gevaar voor eigen leven ingezet bij het redden van piloten en bemanningsleden van neergeschoten Engelse vliegtuigen. Reynders moest zijn activiteiten in het verzet bekopen met een deportatie via Vught naar Sachsenhausen. Zijn metgezel Wim Brugman, die een pension had in Oisterwijk maar door de Duitsers beticht werd van communisme, overleefde dit concentratiekamp niet.

Ed Reynders werd op 22 april 1945 door de Russen bevrijd. Pas op 12 augustus werd hij voor verdere medische behandeling overgebracht naar het Groot Ziekengasthuis in Den Bosch. Hij woont thans in Haarlem en is sedert 1950 niet meer in Esch geweest. Vorige week was hij even terug op Essche bodem en kwamen de herinneringen aan die enerverende periode weer naar boven.

GASTFAMILIE
Nettie van de Langenberg, oud-onderwijzeres en zeer actief bij de Essche Heemkundekring heeft Ed Reynders vorige week uitgenodigd voor een bezoek aan Esch. Vanzelfsprekend zijn bij dat bezoek de nodige herinneringen opgehaald en bezoeken gebracht aan de locaties die in de Tweede Wereldoorlog zo'n belangrijke plaats hebben ingenomen in het verzet tegen de Duitse overheersing en de gevaren, verbonden aan het verbergen van Engelse militairen.

Het verhaal van de verzetsfamilie Reynders begint in 1943 in Breukelen waar zijn zoon Ben zoals zoveel jonge mannen is ondergedoken om te ontkomen aan de razzia's van de Duitsers. Op 27 april 1943 valt 's nachts een parachutist even buiten Breukelen door het glas van een bloemenkas. Via omwegen komt deze Nieuw-Zeelandse militair terecht op het onderduikadres van Ben. Samen met een aantal verzamelde Engelse militairen worden Ben en zijn lotgenoot mr. Jan Burger, de latere minister van Binnenlandse Zaken via Hellevoetsluis naar Engeland gesmokkeld. Op Esschenreen - waar vader, moeder, Ed en zus Tessa wonen - komt via radio Oranje het gecodeerde bericht dat Ben veilig in Engeland is aangekomen.

De activiteiten van het Essche gezin in Nederland beginnen onverwachts wanneer boven Esch enkele bemanningsleden van een door een Duitse jager aangeschoten Halifax bommenwerper uit hun vliegtuig springen. Enkelen overleven de val niet en komen om. Als de buurman van de familie Reynders, Bertus de Greeff komt melden dat hij een parachutist boven het landgoed Sparrenrijk heeft zien neerkomen, is het de 21-jarige Ed die de neergekomen bombardier Alfred Hagen vindt en hem meeneemt naar de villa Esschenreen. Nadat alle papieren van de Engelsman zijn verbrand, wordt hij in verband met de zoektocht door de Duitsers onmiddellijk verborgen onder het rieten dak van de villa. Aan de Essche Stroom wordt kort daarna het dode lichaam gevonden van airman R.H. King.

Eduard begeleidt de Engelsman op zijn weg naar het veilige Engeland. In de laatste boot is voor Ed geen plaats en ook nadien lukt het hem niet meer als Engelandvaarder de oversteek positief af te ronden.

VLIEGTUIGBOUWER
Ed Reynders volgt als jonge student in Den Bosch de MTS. Onderdeel van zijn studie betreft het vak Werktuigbouwkunde. Als hij in augustus 1944 wordt opgepakt door de Duitsers wordt hij tewerk gesteld in de Mannesmann-fabrieken in Düsseldorf. Het lukt hem nog een keer te ontsnappen maar hij wordt opnieuw opgepakt en na verhoor door de SD op 7 september 1944 met de trein naar Sachsenhaus getransporteerd. In die trein ontmoet hij Wim Brugman, die vanwege zijn communistische denkbeelden is opgepakt. De familie Reynders kent Brugman van een eerdere ontmoeting toen zij twee vliegeniers Charles Crook en Mike Fedoruk in veiligheid hebben gebracht. Op de terugreis doen zij het Oisterwijkse pension aan, maar laden daarmee ook de verdenking van de SD op zich. Als sympathisant van het communisme wordt vader Reynders samen met twee anderen gearresteerd, maar later weer vrij gelaten.

Op Esschenreen vindt intussen de ondergedoken politieman Van Dijk een veilig onderdak. Hij springt uit de rijdende trein die hem van Vught naar Sachsenhausen zou moeten brengen. De Duitsers zitten hem direct op de hielen en even nog dreigt hij door zijn vlucht naar het huis van Reynders de gehele familie in gevaar te brengen. Maar de ondergrondse schuilplaats is zo goed verborgen dat de Duitsers de politieman niet weten te vinden. In die periode vinden ook Wiebe van Oerle en zijn moeder een veilig onderkomen in de villa Esschenreen, die overigens niet zo lang daarna door de vijand wordt gevorderd als commandopost. In het naastgelegen klooster Sancta Monica vindt de familie Reynders een gastvrij onderkomen. De Duitse kok staat zelfs een deel van het voor de Duitsers bereide voedsel af aan de familie, maar de Duitse kok noch de Witte Zusters van Sancta Monica hebben destijds ooit geweten dat een deel bestemd was voor het levensonderhoud van de onderduikers, die in Sparrenrijk veilig waren.

PLEURITUS
Wanneer Ed door de Russen bevrijd wordt op 22 april 1945 duurt het nog maanden voordat hij door het Engelse Rode Kruis naar Den Bosch wordt vervoerd. De aanwezige chirurg Karthaus wil hem nog opereren vanwege pleuritus, maar de Royal Air Force bezorgt tijdig een aantal ampullen met het nieuwe medicijn Penicilline. Dankzij dit nieuwe wondermiddel wordt de al aangekondigde operatie afgeblazen.

Deze week heeft Ed Reynders opnieuw kennisgemaakt met zijn verleden in Esch. Nettie van de Langenberg is hem op het spoor gekomen mede dankzij haar werkzaamheden voor de gemeente Haaren om monumentale panden in de hele gemeente in kaart te brengen. Op haar rondgang door Esch stuitte zij op Esschenaren, onder anderen Joop de Greeff, de huidige bewoner van villa Esschenreen en die haar attent maakte op de geschiedenis van deze villa. Nettie van de Langenberg, die vanwege een rugkwaal heeft moeten afhaken als onderwijzeres, maakt zich nu verdienstelijk met haar onderzoek voor de gemeente. Maar ook haar jarenlange lidmaatschap van de Essche heemkundige kring is debet aan haar hang naar historische feiten. Zij heeft Ed Reynders weten op te sporen en hem uitgenodigd de bevindingen van de onlangs overleden Giel Konings, wiens boek binnenkort postuum verschijnt, nog eens te laten herleven. Een onderhoudende ontmoeting met een verzetsstrijder bij wie de periode Esch nog diep in het geheugen staat gegrift.




3 mei 2001

Terug