PATERS ASSUMPTIONISTEN HOUDEN OPEN HUIS

Kwajongens van internaat Stapelen

© 2010- Brabants Centrum

OP DE FOTO: Klaas Schilder (links) en Mart Lemmens op de trappen van de ridderzaal van kasteel Stapelen. ,,Als jonge priesterstudenten was deze plek voor ons streng verboden. Hier kwamen alleen de paters.” (Foto: Albert Stolwijk).

DOOR HENK VAN WEERT

Als twee kwajongens startten ze zestig jaar geleden met hun priesteropleiding in Boxtel. Ze waren destijds met hun klasgenootjes de benjamins van het Missiehuis Sint-Theresia. Nu is Mart Lemmens (73) de benjamin van de elf paters assumptionisten die kasteel Stapelen bewonen. Zijn een jaar jongere kompaan van destijds Klaas Schilder is tijdelijk terug uit Congo. Hun pretoogjes verraden dat het nog altijd ’kwajongens’ zijn.

Op de trappen van de ridderzaal genieten de beide paters van het fraaie zomerweer. Ze vertellen met volle teugen over hun komst naar Boxtel. ,,Het was een wereldreis. Ik werd met de auto weggebracht en was nog nooit buiten mijn geboortedorp Reusel geweest. Kregen we nota bene ook nog een lekke band en dus kwam ik te laat…” Lemmens kijkt lachend terug naar het jaar 1950. Datzelfde doet Schilder die destijds per trein vanuit Volendam in Boxtel arriveerde. ,,Ik was niet zo’n braaf ventje thuis. Ze keken dan ook heel verbaasd op toen ik zijn dat ik wilde gaan studeren. Toch logisch, want ik wilde al heel jong missionaris worden in Afrika.”

De Volendammer sloot een hechte vriendschap met de jongen uit een van de acht zaligheden. Het tweetal trok veel met elkaar op. Echte boekenwurmen waren ze niet, dat geven ze grif toe. ,,De leerjaren op het internaat waren onderverdeeld in een A- en een B-groep. Wij behoorden tot de werkers, de B-groep. Vonden het prachtig dat we mee mochten metselen aan het schooltje en de garageboxen die er nog altijd staan”, vertelt Schilder glunderend.

Al meer dan veertig jaar werkt hij als missionaris in Congo. Terugkeren naar Nederland is er voorlopig nog niet bij. Daarvoor verblijft hij te graag in de voormalige Belgische kolonie waar hij pastoraal werk verricht in een parochie van ruim 55.000 mensen en diverse kerken realiseerde.

ONAFSCHEIDELIJK
Nadat ze waren afgestudeerd en Lemmens aangaf dat hij groepsleider van het internaat wilde worden, keken de toenmalige assumptionisten vreemd op. ,,Klaas en ik waren onafscheidelijk dus ze dachten dat ik ook naar de missie zou gaan. Maar nee, dat was niks voor mij.”

Lemmens is sinds vier jaar rector van woonzorgcentrum Molenweide en gaat ook in Simeonshof wekelijks voor tijdens de mis. ,,Nadat het internaat in 1976 de deuren sloot ben ik vijftien jaar industriepastor geweest, eerst in Roosendaal, later in Etten-Leur. Een moeilijke, maar mooie tijd. Ook toen was er recessie. Met name bij Tomado ging het hard tegen hard. Ik mocht op een gegeven moment zelfs niet meer in de fabriek komen. Uiteindelijk ging de fabriek failliet; een verschrikkelijk moment dat ik nooit zal vergeten.” In 1991 werd Lemmens voor een periode van veertien jaar provinciaal overste van zijn orde en keerde hij terug naar Stapelen.

Het tweetal blikt nog eens over de binnenplaats van het kasteel. ,,Mooie plek is dit toch. Zeker ook met het park eromheen. Een voorrecht om hier te wonen!”, mijmert Lemmens. Schilder is vooral blij dat het wooncomplex Stapelen, het vroegere internaat, nog zo herkenbaar is. Het is duidelijk, op Stapelen ligt een dierbaar stuk van hun beider leven. ,,Nou, niet hier precies hoor. In het kasteel mochten wij als jonge studenten niet komen. Hier huisden alleen paters, voor ons was het verboden gebied.”

ZORGAPPARTEMENTEN
Al bijna honderd jaar is Stapelen hun thuis. De paters assumptionisten kochten het Boxtelse kasteel in 1915. Na een grondige renovatie beschikken de elf overgebleven, hoogbejaarde geestelijken er over moderne zorgappartementen. Zaterdag 19 juni is er open huis; in aanloop daar naartoe vertellen enkele assumptionisten over hun favoriete plekje in of bij het kasteel en over hun leven.




10 juni 2010

Print deze pagina

Terug