![]() |
NATUURWERKGROEP PRESENTEERT RAPPORTEN ’Flora- en faunaonderzoek Kampina onmisbaar voor Natuurmonumenten’
OP DE FOTO: Boerenganzen gefotografeerd aan de oever van de Dommel ter hoogte van de Molenstraat. Op de achtergrond is het beeld 'De Geliefden' te zien. (Foto: Albert Stolwijk). DOOR MARC CLEUTJENS Er waren dagen dat de vrijwilligers van de Boxtelse vogelwerkgroep al om half vijf ’s ochtends in de Kampina bivakkeerden om broedvogels waar te nemen. Of ’s avonds na zeven uur, als alle wandelaars weg zijn en de rust in het natuurgebied tussen Boxtel en Oisterwijk terugkeert. Gisterochtend werden de resultaten van de zogeheten broedvogelmonitoring aangeboden aan Natuurmonumenten. En dat gebeurde natuurlijk op de plek waar veel vogels werden waargenomen... De zon is net op als de vrijwilligers van de Werkgroep Natuur- en Landschapsbeheer Boxtel met de boswachters Leo de Bruijn en Frans Kapteijns richting het Kogelvangersven struinen. Over besneeuwde en soms spekgladde paden beent het gezelschap – natuurlijk gewapend met verrekijkers – richting een van de plekken waar veel bijzondere waarnemingen werden gedaan. Onderweg duidt een hoopje veren op de restanten een houtduif, aangevallen en kaalgeplukt door een havik. In de verte roept een aalscholver, ganzen vullen het luchtruim boven de Huisvennen. De presentatie van de broedvogelmonitoring valt samen met de afronding van een onderzoek naar planten in de Kampina. En daarom kan voorzitter Marco Meihuizen van de Werkgroep Natuur- en Landschapsbeheer Boxtel twee rapporten overhandigen aan boswachter De Bruijn, die de vrijwilligers had uitgenodigd om op onderzoek uit te gaan. Binnen het beheergebied van Natuurmonumenten kan De Bruijn terugvallen op zo’n 160 vrijwilligers van natuurwerkgroepen, die allen meedoen aan tellingen en inventarisaties. ,,Hun werk levert veel informatie op die we als Natuurmonumenten nooit alleen zouden kunnen verzamelen”, vertelt de boswachter. Hij geeft aan dat alle onderzoeksresultaten digitaal verwerkt en opgeslagen worden in een database, zodat eenmaal per zes jaar een ’kwaliteitstoets’ gemaakt kan worden. ,,Die toets laat zien welke trends er in het bos zijn en met welke flora en fauna het goed of minder goed gaat”, vertelt De Bruijn. De onderzoeksresultaten belanden dus niet in de bureaulade van Natuurmonumenten.
RODE LIJSTVoorzitter Meihuizen vertelt aan de oever van het bevroren Kogelvangersven dat de Boxtelse natuurwerkgroep dit jaar het twintigjarig bestaan viert en tal van werkgroepen in de schijnwerpers zal zetten. ,,Vandaag richten we onze aandacht op de vogel- en de florawerkgroep, die belangrijk werk hebben verricht in de Kampina”, zegt Meihuizen. Beide rapporten laten volgens hem zien dat de vrijwilligers met veel bezieling op pad zijn gegaan en bijzondere onderzoeksresultaten kunnen laten zien. ,,Vooral het feit dat veel vogels zijn gespot die op de rode lijst staan is bijzonder.”Uit de inventarisatie van de broedvogels blijkt dat de maatregelen van Natuurmonumenten rond de Huisvennen vruchten afwerpen. Weliswaar zullen vogels als de fuut en de dodaars daardoor wat minder vaak waargenomen worden, maar daar tegenover staat de terugkeer van de kleine plevier. Onder de noemer bijzondere waarnemingen vallen de lepelaar, de beflijster, de grote zilverreiger, de zwarte stern, de visdief, de bruine kiekendief en de roodhalsfuut. EXCURSIEVolgens de Boxtelse werkgroep is het opvallend dat kort na de werkzaamheden van Natuurmonumenten weer een behoorlijk aantal broedvogels is waargenomen. De florawerkgroep deed onderzoek naar plantensoorten als de grote en kleine veenbes, beenbreek, lavendelheide, klokjesgentiaan, stekelbrem en moeraswolfsklauw. Voor de onderzoeksmethode is een looproute ontwikkeld die iedere vijf jaar wordt afgelegd, zodat achterhaald kan worden of soorten zich uitbreiden of juist minder vaak voorkomen.De Werkgroep Natuur- en Landschapsbeheer Boxtel staat later deze maand uitgebreid stil bij het twintigjarig bestaan. Boswachter De Bruijn van Natuurmonumenten bood de vrijwilligers van de vogel- en florawerkgroep gisteren een excursie in de Kampina aan, als dank voor het vele werk dat is verricht en als presentje voor het vierde lustrum. Intussen staat het volgende onderzoeksgebied al vast: het kwetsbare gebied Smalbroeken, aan de zuidoostkant van Kampina.
| 4 februari 2010
|