SPOREN VAN ROMEINSE HOEVE OP BOSEIND

Bodem datacenter geeft geheimen prijs

© 2009 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Archeologen van ACVU-HBC verrichtten in december grondig bodemonderzoek op Boseind. Op deze plek wordt momenteel met man en macht gewerkt aan de bouw van het datacenter van Rabobank Nederland. (Foto: Albert Stolwijk).

DOOR MARC CLEUTJENS

De bewoningsgeschiedenis van het gebied Boseind is veel ouder dan altijd is gedacht. Uit archeologisch onderzoek dat eind vorig jaar werd verricht blijkt dat er in de Romeinse tijd al mensen woonden. De sporen van een eenvoudige boerenbewoning staan in schril contrast met het hypermoderne datacenter dat Rabobank Nederland momenteel op deze plek bouwt.

Het onderzoek op de plek waar het datacenter thans verrijst werd verricht door archeologen van ACVU-HBS uit Beesd, die eerder ook belangwekkende ontdekkingen deden in de bodem van de duurzame woonwijk In Goede Aarde. Daar werden sporen gevonden uit de late ijzertijd en de Romeinse periode. Archeoloog Karel-Jan Kerckhaert vertelde in december in Brabants Centrum dat de vondsten op Boseind niet zo bijzonder waren dan de sporen die in In Goede Aarde werden aangetroffen. Nu de onderzoeksresultaten klaar zijn, is desondanks een fraaie reconstructie te maken van het leven op Boseind in vroeger tijd.

,,Met zekerheid weten we nu dat dit gebied al bewoond is geweest in de eeuwen rond het begin van de jaartelling en in de 12e en 13e eeuw na Christus”, liet de gemeente Boxtel deze week weten. Tijdens de opgravingen zijn de resten aangetroffen van een erf uit de Romeinse tijd en twee erven uit de latere middeleeuwen. De erven bestonden uit boerderijen die omringd werden door verschillende schuurtjes en kleine gebouwen, zoals een hooiberg en een graanschuur.

Volgens de archeologen zijn de overige kleine gebouwen rondom de huizen geen stallen. ,,In de huizen woonden namelijk mensen en dieren, vooral runderen, onder hetzelfde dak maar wel gescheiden van elkaar”, aldus de gemeente. Aan de voorkant was de woonruimte voor de boerenfamilie, dan een deel met de ingang en achter een grote stal. ,,Vandaar dat de huizen ook lang zijn geweest. Zo is de boerderij uit de Romeinse tijd bijna 21 meter lang en die uit de middeleeuwen meet ongeveer 14 meter.”

WEINIG SCHERVEN
Opvallend is dat vrijwel geen scherven gevonden zijn. Dat heeft deels te maken met de geringe tijd die voor het onderzoek beschikbaar was. Kort na de opgravingen werd gestart met de bouw van het datacenter, waarvan de ruwbouw grotendeels klaar is. Omdat weinig potscherven gevonden zijn, is het moeilijk iets te zeggen over de welvaart en de rijkdom van de Romeinse en middeleeuwse families die op Boseind woonden.

Op basis van andere archeologische studies in Boxtel en omgeving, denken de archeologen dat de bewoners van de Romeinse boerderij niet in een dorp of gehucht woonden, maar op honderden meters afstand van elkaar. Waarschijnlijk vormden vier tot zes van zulke erven en families een buurtschap.

In de middeleeuwen waren er al wel gehuchten, dorpen en zelfs enige steden zoals ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond, waar omheen het boerenplatteland lag met her en der verspreide boerderijen. De archeologen verwachten dan ook dat rondom de opgraving op Boseind eerder vondsten uit de Romeinse tijd aan het licht komen dan uit de middeleeuwen. De akkers op Boseind zijn minder oud en werden in gebruik genomen na ontginningen omstreeks 1700. Uit deze periode zijn geen sporen van bewoning aangetroffen, maar wel veel sloten die duiden op talloze herverkavelingen. Wel troffen de onderzoekers overblijfselen aan van karrensporen. En die zijn volgens de gemeente Boxtel ‘in niets te vergelijken met de virtuele snelheid waarmee straks gegevens worden uitgewisseld in het datacenter’.




23 juli

Print deze pagina

Terug