![]() |
MIDDELEEUWSE RELIEK WORDT GEKOESTERD IN SINT-PETRUSKERK Heilig Bloeddoek houdt Boxtels mirakel in ere
OP DE FOTO: Het messing kluisje deed ooit dienst als tabernakel in het Ursulinenklooster. Op de deur staat een pelikaan die met eigen bloed haar jongen voedt. (Foto’s: Albert Stolwijk).(Foto: Albert Stolwijk). DOOR HENK VAN WEERT Slechts eenmaal per jaar gaat de kluis in de Bloedkapel aan de oostkant van de Sint-Petruskerk open. Op Drievuldigheidszondag, steevast een week na Pinksteren, haalt koster Martijn Vlaminckx de Heilig Bloeddoek te voorschijn voor de jaarlijkse processie. Een eervolle taak, zo vindt hij zelf. Bij hoge uitzondering gunt Vlaminckx de lezers van Brabants Centrum deze week een kijkje in de kluis. Sinds de restauratie van de Sint-Petruskerk in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw wordt de Heilig Bloeddoek in de bloedkapel bewaard. In een van de binnenmuren is een messing kluis geplaatst, het voormalige tabernakel uit het vroegere Ursulinenklooster. De corporale, een vierkante altaardoek van iets meer dan een meter doorsnee, ligt opgevouwen in een speciaal etui met een rand van goudbrokaat en is verpakt in een roodfluwelen doosje. Een prima opbergplaats met een constante temperatuur waardoor het weefsel – dat volgens wetenschappelijk onderzoek inderdaad dateert uit de veertiende eeuw – goed geconserveerd is, stelt koster Vlaminckx. Hij is de enige die de Heilig Bloeddoek ooit in handen heeft. Maar niet voordat daarvoor speciaal handschoenen heeft aangetrokken.
OP DE FOTO: Brief van een gelovige uit Lent waarin ze verzoekt om toezending van een Boxtels bloeddraadje. ,,Op de zondagochtend na Pinksteren open ik voor de hoogmis de kluis en haal er voorzichtig de Bloeddoek uit. Vervolgens worden de zogeheten bloeddraadjes voor pelgrims ‘aangestreken’ en daarna plaats ik de corporale in de opstelkast in de kerk, zodat tijdens de eucharistieviering iedereen de doek kan aanschouwen. Na de mis wordt de Bloeddoek in de zogeheten bursa geplaatst, een speciale opbergzak, en deze wordt ’s middags in de reliekschrijn door de Boxtelse straten gedragen.” PIËTEITAngst dat er ooit iets met de Bloeddoek zal gebeuren heeft Vlaminckx niet. ,,Wel dat de piëteit van processiegangers helemaal verloren gaat. Vroeger vielen processiegangers nog op hun knieën als ze het Allerheiligste voorbij zagen komen, maar dat zie je vandaag de dag nauwelijks... Jammer, maar het is een tijdsverschijnsel.Toch is de belangstelling voor de Bloedprocessie zeker niet tanend. Ook tijdens de slotplechtigheid na afloop in onze kerk is het nog steeds druk. Veel deelnemers aan de processie weten dat niet eens. Die haken namelijk al eerder af om zich in Sint-Petrusschool op de Burgakker weer om te kleden. Maar de profeten die in de processie meelopen doen in de kerk ook nog een keer hun verhaal. En natuurlijk wordt het Mariabeeld binnengedragen en het reliekschrijn. Ik vind het altijd een heel indrukwekkende gebeurtenis. Het doet iets met je.”
OP DE FOTO: In een apart kartonnen doosje worden eindjes draadgaren bewaard die tegen de Boxtelse Bloeddoek worden gestreken. Deze bloeddraadjes worden op verzoek uitgereikt aan bedevaartgangers die er hoop op heil en genezing uit putten. Hoewel de Boxtelse processie door de jaren heen voor veel mensen vooral een folkloristisch karakter heeft gekregen, is het toch vooral een religieus evenement. En er komen nog altijd gelovige pelgrims naar de stoet kijken en een enkeling vraagt zelfs om een zogeheten bloeddraadje. Hij toont een brief die hij in het kluisje bewaard die twee jaar geleden werd geschreven door een 77-jarige mevrouw uit Lent. Ze verzocht pastoor Richard Niessen om de toezending van zo’n bloeddraadje. ,,Het hare had ze afgegeven aan haar groenteman die een bloedneus had die maar niet wilde stelpen. Vanaf het moment dat hij het bloeddraadje bij zich droeg was het euvel verholpen. Curieus toch?” Jaarlijks worden volgens koster Vlaminckx enkele bloeddraadjes uitgereikt. ELIGIUSRuim zes eeuwen geleden moet de eerste Heilig Bloedprocessie door de Boxtelse straten zijn getrokken. De historische achtergrond van deze ommegang moet gezocht worden in de jaren vóór 1380. Toen droeg de priester Eligius van den Aker, rector van het Heilige Geestaltaar te Esch, een mis op in de Boxtelse Sint-Petruskerk. Na de consecratie – waarbij brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus - stootte de geestelijke per ongeluk de kelk om. De geconsacreerde witte miswijn liet rode vlekken na op het altaarlinnen van het Driekoningenaltaar.Vergeefs trachtte Eligius de vlekken uit te spoelen maar toen hij merkte dat zijn inspanningen geen baat hadden, verborg hij de twee bemorste doeken (de corporale en altaardwaal) in een koffertje. Pas op zijn sterfbed durfde Eligius over de wonderbaarlijke gebeurtenis te vertellen en de bergplaats van de bloeddoeken bekend te maken.
OP DE FOTO: De Heilig Bloeddoek ligt een heel jaar lang opgevouwen in een roodfluwelen doosje. Koster Martijn Vlaminckx is de enige die de Boxtelse relikwie jaarlijks in handen heeft. Mét handschoenen aan natuurlijk. Het oudste document waarin van het Heilig Bloedwonder gewag wordt gemaakt, is een diploma van kardinaal Pileus de Prata. Het werd uitgegeven in Frankfurt aan de Main op 27 juni 1380. De kardinaal was de gezant van paus Urbanus VI in de landen ten noorden van de Alpen. Op verzoek van de Boxtelse edelman Willem van Merheim en de plaatselijke gemeenschap gaf de kardinaal schriftelijk toestemming om de doeken eenmaal per jaar het gelovige volk van Christus te vertonen. Het vormde de aanzet tot de jaarlijkse Bloedprocessie. HOOGSTRATENNadat de vrede van Münster (1648) een einde maakte aan de hegemonie van het katholieke geloof in deze streken, werden de twee bloeddoeken naar de Zuidelijke Nederlanden overgebracht uit angst dat ze in de handen van de protestanten zouden vallen. Uiteindelijk kwamen de doeken in het Belgische Hoogstraten terecht, waar de verering ervan een grote bloei bereikte die tot op heden voortduurt.In 1924 is één van de doeken (de corporale) na lang aandringen teruggekomen in Boxtel. Sindsdien wordt deze bewaard in de Heilig Bloedkapel van de Sint-Petruskerk en net als in het verleden wordt nog eenmaal per jaar, op Drievuldigheidszondag, de doek rondgedragen door Boxtel zodat iedereen de relikwie kan aanschouwen. In 1949 gaf de kunstenaar Lucas van Hoek de processie een heel nieuw aanzien en ook daarna vonden nog uitbreidingen plaats. Jaarlijks trekt de stoet door Boxtel en is daarmee een van de weinige ommegangen in het land. Boxtel houdt daarmee niet alleen vast aan een dierbare traditie, maar wil op deze wijze vooral ook ingetogen en in een wisseling van muziek, zang, voordracht, ritme en kleur eer brengen aan Christus.
OP DE FOTO: Koster Martijn Vlaminckx van de Sint-Petruskerk toont de Heilig Bloeddoek die komende zondag in een reliekschrijn door de straten van Boxtel wordt gedragen.
|
4 juni
|