ARCHEOLOGEN WERKEN AAN AFRONDING ONDERZOEK
In Goede Aarde was al
bewoond in mesolithicum

OP DE FOTO: Projectleider Eric Norde (rechts) en veldtechnicus Valentijn van den Brink onderzoeken scherven die in de Boxtelse wjk In Goede Aarde werden opgegraven. (Foto: Marc Cleutjens).
De opgravingen door de archeologen van het aan de Vrije Universiteit van Amsterdam verbonden instituut ACVU-HBS in de Boxtelse woonwijk In Goede Aarde hebben opzienbarende resultaten opgeleverd. Nadat eerder al sporen uit de Romeinse tijd en de niddeleeuwen werden gevonden, blijken in de laatste fase meer dan 150 vuursteenscherven te zijn opgegraven. ,,Het bewijs dat er in het mesolithicum en het neolithicum al jagers en verzamelaars in dit gebied leefden", zegt projectleider Eric Norde.
Met vreugde blikt Norde in zijn werkkamer aan een polderweg even buiten Beesd terug op de opgravingen die hij met zijn collega's in de duurzame Boxtelse woonwijk verrichtte. Nadat in drie etappes proefsleuven werden gegraven en bodemmonsters werden veiliggesteld, werkt de projectleider momenteel aan de afronding van zijn onderzoeksrapport waarin hij de gebouwen zal beschrijven waarvan goed geconserveerde plattegronden werden aangetroffen. Ook wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van alle sporen die aan de Einsteinstraat werden gevonden.
,,Maar nog niet alle conclusies kunnen worden getrokken", benadrukt Norde, die met een klein dozijn archeologen en andere specialisten werkt vanuit een vroegere viskwekerij die is omgebouwd tot archeologisch filiaal van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In het Duitse Kiel wordt door specialisten gewerkt aan een onderzoek naar de vuursteentjes die pal langs de Einsteinstraat werden gevonden en aantonen dat er al in de midden- en nieuwe steentijd mensen actief waren in In Goede Aarde. ,,Andere onderzoekers bestuderen de aardewerk scherven of verdiepen zich in de pollen en zaden die zijn veiliggesteld."
Nu al durft Norde te stellen dat de archeologische opgravingen in Boxtel zeer de moeite waard zijn geweest. Nadat collega's van de Universiteit van Amsterdam vorig jaar de aanzet gaven voor het onderzoek, nam ACVU-HBS de klus in het voorjaar van 2008 over. ,,Op een relatief kleine plek hebben we sporen gevonden uit hele verschillende tijdvakken, van mesolithicum tot middeleeuwen. Heel veel disciplines komen samen en wat vooral leuk is: de wijkbewoners hebben ons werk zo enthousiast gevolgd." Met genoegen denkt de projectleider terug aan de kijkdag die in februari van dit jaar door enkele honderden mensen werd bezocht.
Norde wil niet voor zijn beurt praten, maar denkt dat Boxtel een vervolg zou moeten geven aan het archeologisch onderzoek dat is verricht. ,,Naast een wetenschappelijk rapport zou het aardig zijn om een publieksvriendelijke publicatie met leuke verhalen en mooie plaatjes te maken", stelt de projectleider. ,,Daarnaast zou met de Heemkundekring Boxtel een expositie ingericht kunnen worden met enkele vondsten. Men zou een bruikleenovereenkomst kunnen sluiten met het provinciaal depot voor bodemvondsten, waar al het materiaal terechtkomt. Ook het nabouwen van een gebouwtje of het reconstrueren van een plattegrond zou leuk zijn."

OP DE FOTO: Een van de meest opzienbarende vondsten in In Goede Aarde was een Romeinse boerderij met een verdiept gelegen potstal. De humusrijke bodem van de potstal is te herkennen aan het donkere grondpakket op de foto. (Foto: ACVU-HBS, Beesd).
DRIE TIJDVAKKEN
De sporen die in het onderzoeksgebied aan de Einsteinstraat zijn gevonden zijn grofweg te verdelen in drie tijdvakken. Op een gedigitaliseerde tekening laat Norde zien dat de tijdvakken netjes naast elkaar liggen: westelijk de steentijd, in het midden op de hoge dekzandrug de Romeinse tijd en oostelijk de middeleeuwen. ,,Vooral de vondst van de vuursteenscherven is zeer opzienbarend", zegt de projectleider verrukt. Op een natte plek dicht aan de straat werden meer dan 150 scherven gevonden. ,,Op deze plek werd waarschijnlijk vuursteen bewerkt. Vuursteen werd gebruikt voor de vervaardiging van werktuigjes en gereedschappen. Omdat er zoveel scherven bij elkaar lagen, was hier waarschijnlijk de plek waar het materiaal werd bewerkt. Het afval liet men liggen."
Norde legt uit dat de vondst van het vuursteen uniek is. Om die reden werd de bodem met de hand geschaafd en gezeefd. Een vuursteenspecialist onderzocht het materiaal en kwam tot een opzienbaren conclusie: de scherven zijn afkomstig uit zowel de midden steentijd (8800-5300 voor Christus) als de nieuwe steentijd (na 5300 voor Christus). Dat betekent dus dat in twee tijdvakken vuursteen bewerkt werd in de wijk In Goede Aarde en dat jagers en verzamelaars hier actief waren. Bewoningssporen zijn niet gevonden. ,,Logisch", zegt Norde. ,,In die tijd hadden de mensen geen vaste woonplaats en trokken rond. Alleen af en toe werden kleine kampjes ingericht."
De conclusies van de vuursteenspecialist worden onderschreven door een tweede onderzoek van pollen. Een laboratorium ontdekte dat in de bodem pollen bewaard zijn gebleven uit zowel de midden- als de nieuwe steentijd. ,,De pollen leren ons dat in het mesolithicum sprake was van een gesloten boslandschap. In het neolithicum waren er al verschillende open plekken en wordt de invloed van de mens op het landschap merkbaar."
SPIEKERS
Het waren archeologen van de UvA die eerder op de eerste sporen van een boerderij uit de Romeinse tijd stuitten. Voor Norde en zijn medewerkers was het de reden uitgebreid vervolgonderzoek te starten in een gebied dat vroeger een hoger gelegen dekzandrug moet zijn geweest. ,,Nadat we een proefsleuf hadden gegraven kwam de wand van een tweede huis te voorschijn. We hebben meteen naar de gemeente gebeld en aangegeven dat het hele terrein waarschijnlijk bezaaid zou liggen met sporen. We kregen direct toestemming voor een grootschaliger onderzoek."
Het leverde bijzondere vondsten op, bijvoorbeeld van een Romeinse boerderij waarvan de potstal verdiept gelegen was. ,,Dikke pakketten humusrijke grond werden teruggevonden. Waarschijnlijk was het een stal waarin koeien stonden", vertelt de projectleider. Naast de boerderij werd een derde buitenplaats gevonden, alsmede een plattegrond van een bijgebouwtje en een waterput, die voorzichtig wordt gedateerd omstreeks 147 na Christus. ,,Gelet op het aardewerk dat we ook gevonden hebben, is het aannemelijk dat de Romeinse sporen dateren uit de tweede eeuw na Christus."
Norde vult aan dat ook vele paalsporen werden gevonden van zogeheten spiekers: kleine graanopslagplaatsen die waarschijnlijk plaats boden aan de voorraden van gezinnen of families. ,,De mensen waren in die tijd zelfvoorzienend en creëerden geen surplus om te verhandelen. Daarom zijn de spiekers waarschijnlijk zo klein." De graanschuurtjes dateren uit de jaren 120 tot 200 na Christus, zo laat de zogenaamde houtskooldatering zien.

OP DE FOTO: Detailopname van de middeleeuwse rammelaar die aan de Einsteinstraat in Boxtel werd gevonden. (Foto: ACVU-HBS, Beesd).
JAARRINGEN
Het archeologisch onderzoek naar de middeleeuwse vondsten werd onder meer gehouden met behulp van jaarringenonderzoek, ook wel dendrochronologie genoemd. Aan de hand van die methode kon achterhaald worden dat de houten palen die werden gebruikt voor de bouw van een waterput afkomstig waren van een boom die in de winter van het jaar 1069 werd gekapt. In een grote kuil – vermoedelijk een gedempte put – werd aardewerk gevonden, maar ook een overblijfsel van een middeleeuwse rammelaar, die vermoedelijk stamt uit de elfde of twaalfde eeuw.
De waterput lag ooit langs een bootvormige boerderij. ,,Pal ernaast vonden we de plattegrond van een tweede boerderij, die vermoedelijk iets jonger is", vertelt Norde. ,,Waarschijnlijk hebben de bewoners de ene boerderij verlaten en ernaast een groter exemplaar gebouwd." De moestuinbedden die ook al tijdens de studie van de UvA-medewerkers te voorschijn kwamen, zijn van later datum. ,,Het is waarschijnlijk dat er na de dertiende eeuw geen bewoning meer was in het gebied. Recentere sporen komen pas uit de achttiende eeuw en tonen verdere ontginning aan. We vermoeden dat de mensen in de dertiende eeuw zich richting de huidige kern van Boxtel hebben verplaatst."
GRAFVELD
Naast de rijke oogst heeft vooral het enthousiasme van zowel de wijkbewoners als de gemeente Norde en zijn medewerkers geraakt. Ze beleefden veel hoera-momenten aan de Einsteinstraat. ,,Het is jammer dat niet veel meer sporen gevonden kunnen worden omdat er huizen zijn gebouwd en straten liggen", zegt Norde. In de eerste en tweede fase van In Goede Aarde werd nog geen archeologisch onderzoek verricht, mede omdat de wetgeving dat toen nog niet voorschreef.
,,Nu kun je op basis van al die vondsten in zo'n klein gebied zeggen dat dat zonde is", zegt Norde. ,,Maar het is niemand kwalijk te nemen omdat de regels toen nu eenmaal zo waren. Ik acht de kans vrij groot dat we beslist meer sporen hadden kunnen vinden. Zo hebben we geen grafveld gevonden. En in een gebied waar Romeinse woningen stonden, tref je zo'n veld vaak aan. De bewoners cremeerden hun doden in die tijd en begroeven de asresten dicht bij huis. Grote kans dus dat er ergens in In Goede Aarde nog een grafveld verborgen ligt."

OP DE FOTO: Scherven van een pot uit de Romeinse tijd, opgegraven in de wijk In Goede Aarde. (Foto: ACVU-HBS, Beesd).