![]() |
OBRERAS DE LA CRUZ VIJFTIG JAAR WERKZAAM IN BOXTEL 'Werken op Simeonshof is een cadeau'
OP DE FOTO: De Obreras de la Cruz drinken koffie in hun woonkamer op Zandvliet. Van rechts naar links Marie-José Spijkers, Anne-Marie Oonincx, Felisa García en Anita Collado. (Foto: Albert Stolwijk). DOOR MARC CLEUTJENS De aanwezigheid van bisschop Anton Hurkmans is een geschenk, net als de komst van een van de eerste Spaanse zusters die in juli 1958 in Boxtel neerstreek om mee te werken aan de opbouw van het gloednieuwe bejaardenhuis Simeonshof aan de Annastraat. Maar het grootste cadeau dat de Obreras de la Cruz bij de viering van hun gouden jubileum in Boxtel mogen ontvangen is de steun voor hun projecten in Bolivia, waar kinderen met hulp van de 'Werksters van het Kruis' kleding en schoolmateriaal krijgen en geld ontvangen om hun opleiding te betalen. Iets meer dan vijftig jaar geleden zetten de eerste acht Obreras de la Cruz voet op Boxtelse bodem. Een toevallige ontmoeting van deken Ignatius Broekman in Spanje had geleid tot intensieve contacten met het lekeninstituut dat werd gesticht door priester Vicente Garrido Pastor. Een tekort aan religieuzen in Boxtel was de aanleiding voor een zoektocht naar verzorgend personeel. Medio 1957 slaagde Broekman – pastoor van de Heilig Hartparochie - erin de komst van de Spaanse zusters naar Boxtel veilig te stellen. ,,Een geschiedenis waarin de Voorzienigheid duidelijk de hand in heeft gehad", tekende de deken later op. TWEEKAPPERThans wonen in Boxtel nog vier Spaanse zusters. Dat ze zo worden aangeduid - 'we zijn eigenlijk geen zusters' - stamt uit de beginjaren op Simeonshof, toen nog niemand sprak over de Obreras de la Cruz. Naast Felisa García (67) en Anita Collado (76), die oorspronkelijk uit de regio Valencia komen maar al vele jaren in Boxtel wonen, betreft het de in Boxtel geboren en getogen Marie-José Spijkers (61) en Anne-Marie Oonincx uit Oisterwijk (61). Met z'n vieren wonen ze op Zandvliet, in een sfeervol ingerichte tweekapper waarvan de garage is verbouwd tot kapel, compleet met glas-in-loodramen en altaar.De band met Simeonshof is er nog altijd, hoewel alleen Spijkers nog echt werkzaam is in het recent vernieuwde woonzorgcentrum. De Boxtelse, die volgend jaar veertig jaar werkt bij het woonzorgcentrum, bekleedde veel functies, was onder meer teamleider, maar is nu actief als pastoraal werker in zowel Simeonshof als zorgcentrum Sint-Jozef in Esch. ,,En dat blijf ik doen, ook al denk ik soms wel eens aan stoppen", vertelt Spijkers. ,,Ik heb er moeite mee om te stoppen omdat de nood zo hoog is. Verzorgend personeel heeft geen tijd meer om met mensen te praten, een luisterend oor te bieden." De Boxtelse biedt steun aan mensen die eenzaam zijn, zich depressief voelen of ernstig ziek zijn. Ze leidt gebedsvieringen en voert gesprekken met groepen ouderen, die vaak over het verleden gaan. ,,Als je met de mensen teruggaat naar het verleden komen ze los", glimlacht Spijkers, die ook terminale zorg verricht en voorgaat in avondwakes. Anne-Marie Oonincx werkte elf jaar in Simeonshof en is nu actief bij de thuiszorg van Vivent. ,,Ik verbleef ook enkele jaren in Spanje en langdurig in Italië." Lachend: ,,Ik werd gevraagd om voor een periode van zes weken te werken in een pelgrimshuis van ons instituut in Rome, maar ben er 22 jaar gebleven." Anita Collado is niet meer werkzaam in Simeonshof, maar verzorgt nog wel conversatielessen Spaans en vertaalt boeken en documenten. Daarnaast bezoekt ze nog altijd zieken. ,,Ik heb alle afdelingen van Simeonshof gezien, behalve de receptie", vertelt Felisa García, die vooral actief was in de keuken van het bejaardenhuis. Sinds haar afscheid als beroepskracht, is ze actief als vrijwilliger bij het kienen en gaat ze op visite bij zieken. 'HET SLOT'De eerste Obreras de la Cruz werden in 1958 ondergebracht in het Ursulinenklooster aan de Baroniestraat. Voor de 'zusters' was nog geen woonruimte geregeld en dus kreeg men onderdak in het klooster van de strenge Ursulinen, die wel eens de wenkbrauwen fronsten. ,,Ze vonden het raar dat de Obreras de la Cruz niet gekleed waren als zusters, ook al was duidelijk aangegeven dat we afkomstig waren van een lekeninstituut", blikt Spijkers terug. In 1959 betrokken ze een eigen plek op de derde etage van Simeonshof, die 'Het Slot' werd genoemd. Ook de vier laatste Obreras de la Cruz hebben daar nog gewoond.,,In die jaren was het normaal dat we zeven dagen per week, dag en nacht, werkten en altijd bereikbaar waren", vertelt Oonincx. Het waren tropenjaren, maar er werd niet geklaagd. ,,Het was vooral ook een mooie tijd", blikt García terug. ,,Elke avond deden we onze ronde, gingen we wandelen met de mensen of werd er met de bewoners gekaart." Toch gaf de verhuizing naar een eigen woning aan de Bachstraat en later naar Zandvliet lucht. ,,Net als het personeel konden we nu ook de deur eens achter ons dichttrekken en de accu opladen voor gebed of iets anders", stelt Spijkers. Wennen was het wel, vooral aan het pleintje in Boxtel-Oost waar het vaak erg stil was. ,,Heel anders als je Madrid gewend bent", grinnikt García. De overstap van Spanje naar Nederland was sowieso groot, ook al hadden zowel García als Collado zich vrijwillig gemeld voor een verblijf in het buitenland. Het klimaat was anders, het koffie drinken en eten op vaste tijdstippen vergde enige gewenning. ,,En dan het eten! In het begin moest ik echt niets hebben van boerenkool, zuurkool en spinazie." Het was de onlangs overleden mevrouw Van Santen die als bestuurslid van Simeonshof zorgde voor meer comfort voor de Obreras de la Cruz. ,,We mochten ons gezicht wat kleur geven met een hoogtezon, kregen een fiets en we kregen de gelegenheid om voor onszelf Spaanse gerechten te koken", blikt Collado terug. Teruggaan naar Spanje is overigens niet aan de orde voor de twee uit Valencia afkomstige zusters. ,,Natuurlijk, Spanje blijft trekken en we missen onze familie wel eens. Maar hier leven we tussen de mensen die ons dierbaar zijn, hier voelen we ons thuis en hebben we een band opgebouwd", stelt Collado. Het toeval wil dat ze juist komend weekeinde naar Spanje zou reizen voor familiebezoek en retraite. ,,Maar ik heb mijn ticket moeten omboeken omdat er kennelijk allerlei festiviteiten georganiseerd zijn." VERBONDENHEIDVandaag de dag blijven de Obreras de la Cruz actief in de gemeenschap. In hun woningen ontvangen ze graag buurtbewoners en andere mensen die zich bij het geloof betrokken voelen. Soms komen kinderen uit de buurt bidden of een kaarsje opsteken in de kapel. En iedere vrijdagavond is er in de kapel ruimte voor aanbidding. ,,We krijgen veel steun van acht zogeheten 'cooperadores' die meehelpen in het apostolaat en het parochiewerk en leven in de spiritualiteit van ons instituut", vertelt Spijkers. De Obreras de la Cruz krijgen ook veel bijstand van een trouwe groep sympathisanten die woonachtig zijn in de wijde omgeving van Boxtel.Terugkijkend op de vijftig jaren die de Spaanse zusters achter zich hebben, zegt Spijkers dat het een periode van grote verbondenheid is geweest. ,,We hebben tijdens al die jaren in Simeonshof zoveel meegekregen, dat is bijna niet in woorden uit te drukken. Het geeft zoveel energie dat je er eigenlijk nooit moe van wordt. Het is een cadeau om in Simeonshof te mogen werken." Maar de steun voor het project van de Obreras de la Cruz in Bolivia is misschien nog wel een groter geschenk. Tijdens de eerstvolgende Vastenactie, in 2009, staat dat project centraal en wordt gecollecteerd voor kinderen in het Zuid-Amerikaanse land die geld nodig hebben voor scholing en kleren. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de zogeheten padrinos, de peetouders die in Nederland voor een bedrag van 110 euro per jaar een kind ondersteunen. ,,Er was geen mooier gebaar denkbaar dan steun aan ons project", stelt Spijkers.
OP DE FOTO: In de vroegere garage van hun woning hebben de Obreras de la Cruz een sfeervolle kapel gerealiseerd, waar elke vrijdagavond gebeden kan worden. (Foto: Albert Stolwijk).
|
25 september
|