![]() |
DRUKKE OPENING 'BRABANT GOEDGEMUTST' Poffer als schild van eer en deugd
OP DE FOTO: Ans van den Bosch (rechts) geeft tijdens de opening van museum Brabant Goedgemutst uitleg bij haar bijzondere collectie poffers en andere kledingstukken. (Foto: Gerard Schalkx). DOOR MARC CLEUTJENS De tuin, de grote partytent en natuurlijk de twee tentoonstellingsruimten die Bernard Vekemans vrijdag 30 mei openstelde voor de opening van zijn vernieuwde tweelingmuseum waren te klein om alle gasten te verwelkomen. Meer dan 150 genodigden ontving de 'museumdirecteur' in de Stationsstraat, waar naast het vernieuwde Wasch- en Strijkmuseum nu ook het poffermuseum Brabant Goedgemutst is gevestigd. De collectie is zó bijzonder dat het publiek zal toestromen. Uitbreiding van de beperkte openingstijden lijkt nu al onontkoombaar... Natuurlijk was de officiële opening veel te druk om rustig kennis te maken met de geheimen die het tweelingmuseum herbergt. Daarvoor is een terugkeer op een ander moment noodzakelijk; om dat doopmutsje te zien dat ooit door een baby in Boxtel is gedragen, de schort die ooit werd voorgebonden door waardin Mieke Vingerhoeds en de poffers die met zoveel liefde en toewijding door Ans van den Bosch zijn verzameld. De collectie van de Vughtse is door Vekemans aangeschaft en heeft in zijn vroegere woning een prachtig onderkomen gekregen. In groepen van pakweg twintig werden de bezoekers van de besloten openingsplechtigheid rondgeleid. Maximaal twintig minuten was er tijd om door de kleine kamers te struinen, waar een collectie poffers en andere kledingstukken bijeen is gebracht die heel veel vertelt over het Rijke Roomsche Leven in de Meierij. Want kennis maken met de poffers is kennismaken met een belangrijke fase uit de geschiedenis van deze regio, zo hield professor Gerard Rooijakkers van de Universiteit van Amsterdam zijn publiek voor.
TOEWIJDINGProfessor Rooijakkers was de hoofdgast tijdens de opening van het tweelingmuseum en toonde zich onder de indruk van de twee collecties die Vekemans aan de Stationsstraat onderdak biedt. ,,Wat een liefde, wat een toewijding, wat een zorg", sprak de professor, die zijn toespraak doorspekte met heerlijke anekdotes uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, die de geschiedenis zijn ingegaan als het Rijke Roomsche Leven. ,,Klederdracht kreeg in die periode, ook in de Meierij, extra betekenis. Het was meer dan alleen maar kleding, het was een symbool van ongereptheid en onbedorvenheid, ver weg van al die stadse fratsen waar de arbeiders het steeds meer voor het zeggen kregen." Volgens Rooijakkers was de poffer een typisch streekeigen dracht, die gezien kan worden als een weerwoord op de 'apenhoedjes' die stadse vrouwen aan het eind van de 19e eeuw gingen dragen. ,,De poffer was een schild van eer en deugd", citeerde de professor een tijdgenoot; de plattelandscultuur werd verheerlijkt en dat gebeurde onder meer door steeds fraaiere poffers te maken. Rooijakkers kreeg de lachers op zijn hand met prachtige verhalen over zedelijke kleding, moreel verval en de rel over de Belgische prinses Astrid – 'de Máxima van België in die tijd' – die in de Katholieke Illustratie in 1928 werd afgebeeld met onbedekte armen, een rok tot boven de knieën en een decolleté waarvan vandaag de dag niemand op zou kijken. ,,Het blad heeft excuses moeten maken en ging diep door het stof!"
IN DE VERKOOPInitiatiefnemer Vekemans vertelde tijdens de opening dat hij per toeval stuitte op de collectie van Van den Bosch. ,,Toen ik hoorde dat ze de poffers aan verschillende gemeente wilde gaan aanbieden en de rest via internet in de verkoop zou gaan, ben ik in actie gekomen." De ondernemende Boxtelaar besloot de complete collectie te kopen en er een museum voor te realiseren. Tijdelijk werden de poffers geëxposeerd in 't Hofje aan de Markt, maar dat bleek veel te klein. Nu is een groot deel van de kledingstukken die de Vughtse de voorbije veertig jaar heeft verzameld en gerestaureerd in de Stationsstraat te zien. De combinatie met het Wasch- en Strijkmuseum, dat Vekemans er in 1990 opende, is treffend. Beide collecties vullen elkaar prima aan en hebben duidelijke raakvlakken. ,,De poffers van Ans vertegenwoordigen de kledingdracht in heel Brabant", aldus Vekemans, die blij is dat de verzameling bewaard is gebleven. ,,In dit huis, gebouwd in 1872, kunnen we zien hoe onze voorouders gekleed waren." Ook Ans van den Bosch was in haar nopjes. ,,Ik ben op het juiste moment de juiste persoon tegengekomen om de collectie te redden." Het Wasch- en Strijkmuseum lokt momenteel zo'n 1.500 tot 2.000 bezoekers per jaar. En dat alleen op afspraak. Ook nu sprake is van een tweelingmuseum houdt Vekemans vast aan beperkte openingstijden; de collecties zijn alleen op afspraak te bezichtigen. De vraag is hoelang hij dat vol kan houden. De verzamelingen verdienen een groot publiek, net als de prachtige verhalen, over eer en deugd en de weerstand in de jaren twintig tegen de veel te wufte Twilfit-korsetten. Dat waren nog eens tijden... Museum Brabant Goedgemutst is – net als het Wasch- en Strijkmuseum – op afspraak geopend. Bezoekers worden rondgeleid door enkele vrijwilligers die zich als gids hebben verdiept in de collectie. Belangstellenden kunnen bellen naar telefoonnummer (0411) 67 18 84 of mailen: info@waschenstrijkmuseum.nl. Faxen kan ook: (0411) 68 81 33.
|
5 juni 2008
|