![]() |
OPBRENGST ACTIES VRIENDEN VAN BELAPDI VOOR VERVOERSPROJECT Met de bus naar Belarus. Een kwestie van geduld...
OP DE FOTO: Paul van Alphen (links) biedt in Minsk de autosleutels aan van het Boxtelse personenbusje voor de Stichting Belapdi. Geheel rechts Wim Ketelaars die met Van Alphen naar Wit-Rusland reisde. (Foto: Stichting Vrienden van Belapdi). DOOR HENK VAN WEERT
Wim Ketelaars en Paul van Alphen hebben onlangs namens de Stichting Vrienden van Belapdi een personenbusje afgeleverd bij de hulporganisatie in de Wit-Russische hoofdstad Minsk waar het tweetal zich al jaren voor inzet. Met het busje kunnen gehandicapte kinderen van en naar school worden gebracht. Het busje is aangeschaft met geld dat werd ingezameld dankzij concerten van de Stripe Big Band, door de kerstactie van Sterk in Werk en de lokale Lions Club. Terwijl twee andere bestuursleden per vliegtuig naar Minsk waren afgereisd om contacten te leggen die nodig zijn om in Minsk een dagbestedingscentrum van de grond te krijgen, reisden Van Alphen en Ketelaars drie weken geleden per busje naar het Oost-Europese land. Met name de trammelant die ze beleefden aan de grens tussen Polen en Wit-Rusland, ook wel aangeduid als Belarus, zal de twee Boxtelaren nog lang bijblijven. Bureaucratie ten top, met urenlange wachtrijen om enkele stempels op de douane- en inklaringspapieren te krijgen. Waarbij ze van het kastje naar de muur werden gestuurd door geüniformeerde ambtenaren en het er meerdere malen op leek dat ze onverrichter zake huiswaarts zouden moeten keren. ,,Maar we hebben geleerd dat je nooit moet opgeven. Op enig moment lukt het om je doel te bereiken", vertelt Van Alphen.
STEEDS WACHTENOp vrijdagochtend arriveerden de twee om half elf bij de grensovergang Terespol. Daar werd het busje teruggestuurd naar een andere douanepost waar moest worden aangesloten in een lange rij wachten vrachtwagens. Na uren wachten, wachten en nog eens wachten in het inklaringskantoor kreeg Van Alphen 's avonds om half twaalf eindelijk de stempels die hij nodig had op zijn papieren. Zeven uur later was het busje twee kilometer verder. Ketelaars: ,,Optrekken, stilstaan, optrekken, stilstaan. Vervolgens weer controle en nog eens zeven stempels halen." En dus opnieuw van het kastje naar de muur gestuurd door nurkse douaniers die er kennelijk behagen in scheppen om mensen aan de andere kant van het loket te kleineren om hun gezag te laten gelden. Uiteindelijk mochten de twee Boxtelaren op zaterdagmiddag om half twee dan toch hun reis vervolgen. Er restte nog een afstand van 350 kilometer naar de Wit-Russische hoofdstad waar Ketelaars en Van Alphen feestelijk werden ontvangen. ,,Gelukkig waren onze twee medebestuursleden op tijd in Minsk en konden zij de geplande afspraken voor het dagbestedingscentrum afhandelen", meldt Van Alphen. Van het busje wordt inmiddels dankbaar gebruik gemaakt door de Stichting Belapdi, een belangenorganisatie voor 4.100 gezinnen met gehandicapte kinderen.
DAGBESTEDINGNadat twee eerdere pogingen strandden, is de Boxtelse stichting Vrienden van Belapdi andermaal bezig om geld los te krijgen om in Minsk dagbestedingscentra van de grond te tillen. Dat president Aleksandr Loekasjenko te weinig hervormingen doorvoert, zorgt er echter voor dat erkende instellingen terughoudend zijn om financiële steun te verlenen. Ketelaars en Van Alphen hopen echter deze maand uitsluitsel te krijgen of via het Matra-project van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat speciaal is opgericht om hulpprojecten in Oost-Europa te ondersteunen, alsnog geld beschikbaar komt. Enkele jaren geleden waren vertegenwoordigers van de Stichting Belapdi uit Belarus in Nederland te gast en raakten er onder de indruk van de wijze waarop in het Boxtelse centrum De Werf aan de Nieuwe Nieuwstraat mensen met een beperking een zinvolle dagbesteding krijgen. Belapdi richt soortgelijke dagcentra in Minsk op in de troosteloze woonkazernes die nog uit de sovjettijd stammen.
|
13 maart 2008
|