![]() |
STUDIE BRENGT ESSCHE GESCHIEDENIS IN BEELD 'Herinrichting Essche Stroom biedt kansen voor herstel cultuurhistorie'![]() OP DE FOTO: Waterschap De Dommel werkt aan plannen om het beekdal van de Essche Stroom opnieuw in te richten en de beek weer te laten kronkelen. (Foto: Albert Stolwijk). De plannen voor een nieuw dorpsontwikkelingsplan en de herinrichting van de Essche Stroom bieden mogelijkheden om de geschiedenis van het dorp Esch weer zichtbaar te maken in het landschap. Dat zegt amateur-historica en heemkundige Nettie van de Langenberg, die als lid van de cultuurhistorische commissie van heemkundekring De Kleine Meierij onderzoek deed naar de historie van Esch en zijn relatie met de Essche Stroom. Het dorp en de rivier zijn al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden, zo concludeert Van de Langenberg na een intensieve archiefstudie en grondig bronnenonderzoek. Met de nodige verbazing woonde Van de Langenberg recentelijk een bijeenkomst van de gemeente Haaren en Waterschap De Dommel bij waar de eerste ideeën voor de herinrichting van de Essche Stroom werden gepresenteerd. Tot haar grote verrassing bleek dat de plannenmakers amper aandacht hadden besteed aan de cultuurhistorische achtergronden van de Essche Stroom. Het ging uitsluitend om beheersmaatregelen die moeten leiden tot een hermeandering van de beek en zorgen voor extra waterberging. Inmiddels heeft de Essche heemkundige een reeks studies achter de rug en is ze als lid van een zogenaamde denktank betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen voor de Essche Stroom. Landschapsarchitecten nemen regelmatig met Van de Langenberg contact op om te horen of bepaalde historische vondsten ingepast kunnen worden in het om te vormen landschap aan weerszijden van de beek. Een van de voorzichtige plannen is het doortrekken van De Wertjes en de Ruiting door over de Essche Stroom een pontje aan te leggen. Zo'n plan bestaat momenteel ook in het Liempdse buitengebied, waar een pontje moet komen tussen de Smalderse akkers en de landerijen rond het Groot Duijfhuis en de Duiventoren. Concreet zijn de plannen in Esch nog niet, zo benadrukt Van de Langenberg. En ook in Liempde lopen de plannen nog niet zo soepel omdat een van de betrokken grondeigenaren vooralsnog niet wil meewerken en het pontje al geruime tijd werkloos aan de ketting ligt. ELIGIUSMaandag 17 september organiseren de gemeente Haaren en Waterschap De Dommel een informatieavond in de Essche basisschool Sint-Willibrordus aan de Postelstraat. Het waterschap heeft de ideeën die zijn voortgekomen uit eerdere bijeenkomsten in Esch in 2006 gebruikt voor het maken van 'toekomstbeelden'. Met videobeelden en montagefoto's wordt een blik in de toekomst geworpen. En heemkundige Van de Langenberg wil het belang van de cultuurhistorie nadrukkelijk inbrengen.En toegegeven, de Essche heeft een schat aan historische wetenswaardigheden uit de archieven opgediept die beslist verwerkt zouden moeten worden in de plannen van de gemeente en het waterschap. Vooral de Bossche Protocollen en het Oud Gerechtelijk Archief bevatten een schat aan informatie en werpen een unieke blik op het verleden van Esch. Zo 'ontmoette' Van de Langenberg de in Boxtel bekende priester Eligius van den Aker, die ergens voor 1380 in verband wordt gebracht met het bloedmirakel. Van den Aker stootte een kelk met geconsacreerde wijn om die in bloed veranderde. Sindsdien wordt dat mirakel jaarlijks op Drievuldigheidszondag herdacht met de Heilig Bloedprocessie; de bloeddoeken worden in Boxtel nog altijd meegevoerd in de stoet, en dan vereerd en somtijds aanbeden. Archiefonderzoek maakt duidelijk dat Eligius van den Aker rond 1380 de visrechten bezat van de Essche Stroom tussen de Belverse Eik en de Rede onder Luissel. ,,Waarschijnlijk heeft hij die rechten via vererving gekregen", vermoedt Van de Langenberg, die achterhaalde dat de visserij op de Essche Stroom tot circa 1750 een belangrijke bron van inkomsten moet zijn geweest. ,,De visserij was vooral belangrijk voor de welgestelden die woonden in de stad 's-Hertogenbosch", vertelt de heemkundige. ,,De stad groeide in die tijd snel en de visvangst moest bijdragen aan de voedselvoorziening. Esch was als het ware een wingewest voor 's-Hertogenbosch; de turf en de leem die hier gewonnen werden gingen ook naar de stad." GRACHTENDe archieven maken volgens Van de Langenberg duidelijk dat de Essche Stroom onlosmakelijk met het dagelijks leven in Esch verbonden was. De zogeheten brugcedullen (registers – red.) laten zien wie door de eeuwen heen verantwoordelijk waren voor het onderhoud van de bruggen, oevers en kaden langs de beek. In de stukken is sprake van de Hoge of Gasthuisbrug, gelegen bij het in 1491 gestichte Oude Mannengasthuis aan de huidige Haarenseweg, en de Lage of Kasteelsebrug bij Baarschot.Omdat er in die tijd een drukke handelsroute door Esch voerde, moesten de bruggen goed onderhouden worden. ,,Er was sprake van dagelijks verkeer tussen 's-Hertogenbosch en Maastricht, Keulen en Luik." Bij Baarschot, nabij die route, stond ook een waterrad-olieslagmolen, waar koolzaad en lijnzaag geperst werden om olie te winnen. ,,De molensteen is pas geleden ontdekt, die ligt gewoon verstopt langs de weg", vertelt de onderzoekster. ,,Die zou een mooi plekje langs de heringerichte Essche Stroom kunnen krijgen, samen met een zitbank en een informatiebordje." Niet alleen een trekschuitje over de Essche Stroom of een molensteen zouden als cultuurhistorische overblijfselen terug kunnen keren in het landschap. Van de Langenberg geeft aan dat haar archiefstudie heeft aangetoond dat Esch eeuwen geleden tenminste acht omgrachte hoeves telde. Het waren versterkte boerderijen met een gracht eromheen waarop de visserijrechten waren vastgelegd. Enkele voorbeelden van omgrachte hoeves zijn een boerderij aan de Eschervoort – gebouwd voor 1655 – en hoeve De Roudonck aan de Ruiting. In het beekdal van de Essche Stroom ligt nog altijd huize Swanenborgh, dat al in 1579 in de archieven wordt genoemd. Ook het Oude Mannengasthuis heeft vroeger waarschijnlijk een gracht gehad, net als hoeve De Spanckert en Huize Baerschot. 'Bovenhuizinge De Leeuwenborgh' was 'een omgraven steenen vervallen huyskes ofte slotken genaemd Leewenborg, met den hof, erve, grachten en de cingel rontsomme ende de geheele visscherye ofte Laeck by 't huysken'. Jonker Rogier van Broekhoven bezat het huis in 1640 dat hij erfde van Heer Josephus Doetelaer (Van den Oetelaar – red.), die prior was van de kartuizers in Antwerpen. ,,Het zou mooi zijn om rond bestaande hoeves zoals Swanenborgh een gracht terug te brengen", stelt Van de Langenberg. ECHTERNACHDe studie van de Essche heemkundige voert verder. De Essche bracht in beeld welke namen de beek die door het dorp voert droeg. Ook onder de naam Aa, Run, Amer, Emer en Nemer is de beek in het archief te vinden. En zelfs de naam Dommel werd – en wordt nog steeds – gebruikt om de Essche Stroom aan te duiden.Van de Langenberg verdiepte zich ook in de curieuze relatie die Esch lijkt te onderhouden met Echternach, in Luxemburg. Tot 1800 bestonden er economische relaties omdat grondbezitters in Esch cijnsplichtig waren aan de abdij in Echternach, dat in de stukken wordt aangeduid als Epternaken. ,,In het jaar 800 zou er al een hoeve zijn geschonken aan Echternach. Uit die periode dateert een Karolingische bijl die we recentelijk hebben gevonden op de gronden langs de Essche Stroom die vroeger hebben toebehoord aan de kloosterorde in Luxemburg." Boeiend te zien is dat de wateroverlast van de Essche Stroom niet alleen vandaag de dag cruciaal is in de plannen voor de herinrichting van de beek. Eeuwen geleden liep Esch regelmatig onder water door hoogwater, zoals archiefstukken klip en klaar aantonen. In 1707 vermeldt het Corpus van Esch de volgende tekst: 'Door het opstoppen van het water ende de riviere de Dommel omtrent de stadt van 's Bosch tot verbetring der fortificatien aldaer, is het dorpje Esch, tgene onbedeijckt is, gedurende desen oorlogh soodanigh geinundeert, dat meer dan 2/3 der beemden, weijden en de ackerlanden zijn overstroomt en de dras geweest en de nog zijn...' De wateroverlast had invloed op het dagelijks leven en de omstandigheden waarin de Esschenaren moesten wonen en werken. Uit een verklaring van de burgemeester en de schepenen uit 1722 blijkt dat Esch er niet bijster goed voorstaat: 'Slechte en geringe neringhe, weijnige consumptiien en kleijn getal van paarden, verarmde en miserabele staat der ingesetenen, die alles in allen niet meer dan 40 huijsgesinnen uijtmaecken. Er zijn 106 hoorenbeesten. Er zijn 610 loopensaeten besaijde landen. Sommige huijsgesinnen consumeren noijt vleesch of speck.' Heemkundige Van de Langenberg hoopt en verwacht dat de boeiende cultuurhistorische elementen die uit haar onderzoek boven water zijn gekomen, meegenomen worden in de verdere uitwerking van de plannen voor de Essche Stroom. De hermeandering van de beek zal een vervolg krijgen. Na het herstel van oude kronkels op de landerijen van boer Giel van der Sande aan de Ruiting komen andere delen in beeld voor herinrichting. ,,Het zou mooi zijn als gemeente en waterschap luisteren naar ideeën die de bevolking aandraagt. Er ligt een aantal prachtige stukjes cultuurhistorie die in de plannen verwerkt zouden kunnen worden."
OP DE FOTO: Huize Swanenborgh in Esch was vroeger een omgrachte hoeve. (Foto: Albert Stolwijk).
|
13 september 2007
|