TRAUMATISCHE HERINNERINGEN AAN VAKANTIEKOLONIE

'Ik was doodsbang in Boxtels kinderhuis'

© 2006 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Aan de hand van het vluchtplan in de hal van Lindenlust komen herinneringen boven bij Laurens van Ruijven. (Foto: Gerard Schalkx).

DOOR HENK VAN WEERT

Een bezoek aan het grotendeels leegstaande pand van voormalig verpleeghuis Lindenlust levert aanvankelijk alleen aan de buitenkant herinneringen op. Het interieur is in de loop van de jaren zodanig verbouwd, dat voor Laurens van Ruijven uit Voorburg slechts enkele details herkenbaar zijn. Tot hij aan het einde van een lange gang links een zaaltje binnenloopt. Van Ruijven krimpt ineen, begint te schokken en te huilen. Hier komen de herinneringen aan zes verschrikkelijke weken in kinderhuis Sint-Antonius tot een ontlading...

Een jaar voordat verpleeghuis Lindenlust aan de Bosscheweg in 1967 werd geopend, werden in datzelfde gebouw de deuren van kinderhuis Sint-Antonius gesloten. Het was - zoals ze het destijds noemden – sinds 1926 een vakantiekolonie voor 'bleekneusjes' uit de stad. Kinderen die om een of andere reden moesten aansterken, vertoefden er zes weken onder een streng regime van rust, reinheid en regelmaat.

Tijdens het vakantieverblijf in Boxtel moeten velen een mooie tijd hebben beleefd. Maar zeker niet iedereen. De in 2002 overleden schrijver Boudewijn Büch hield er volgens eigen zeggen traumatische ervaringen aan over. Ervaringen die hij gebruikte voor zijn psychologische roman Het Dolhuis (1987). Natuurlijk was Sint-Antonius geen psychiatrische inrichting, zoals Büch het in zijn boek doet voorkomen, maar niettemin heeft hij – ook tegenover vrienden - altijd volgehouden een verschrikkelijke tijd in Boxtel te hebben gehad.

Maar Büch staat bekend als iemand met een grote fantasie. En mede daarom wordt zijn 'Boxtelse trauma' in twijfel getrokken. Naar aanleiding van zijn in 2005 verschenen boek 'De andere Boudewijn Büch' vertelde Harry Prick uit Maastricht vorig jaar in deze krant over een bezoek dat hij samen met zijn vriend aan Boxtel bracht: ,,Dat Büch het zo (traumatisch – red.) uitwerkte in een roman is natuurlijk prima, maar ook als hij er tegenover ons over sprak, schoot zijn gemoed vol en vulden zijn ogen zich met tranen. Het wijst op de wonderlijke manier waarop hij zich gedroeg. Büch is slechts twee maanden in Boxtel geweest en moet er volgens mij een heerlijke tijd hebben beleefd."

UITGEFOETERD
Het is deze conclusie van Prick die Laurens van Ruijven (52) ertoe bracht voor het eerst sinds 43 jaar weer naar Boxtel af te reizen. Vrijdag 20 juli bezocht hij het oude pand van verpleeghuis Lindenlust.

Of Büch gefantaseerd heeft over zijn verblijf in Boxtel weet Van Ruijven niet. ,,Maar wel dat er zeker kinderen waren voor wie het verblijf hier geen pretje was. Voor mij niet, maar ook voor diverse andere jongens niet."

De destijds in Den Haag woonachtige Van Ruijven was negen jaar toen hij door zijn ouders samen met drie andere jongens op de trein naar Boxtel werd gezet met een begeleider. ,,Ik had last van astmatische bronchitis. Als kind was ik heel gevoelig en angstig. Althans, zo zie ik dat nu. Dankzij orthopedisch zwemmen had ik wel geleerd wat vrijer te ademen. Maar een verblijf buiten de stad zou zeker gunstig zijn. Mijn moeder vertelde dat een kerkgebouwtje in onze straat zou worden gesloopt en dat zou veel stof geven. Voor mij een logische reden om zes weken naar Brabant te gaan. Ik keek ernaar uit. Leuk, zes weken op vakantie!"

Na aankomst op het station in Boxtel ('of was het Vught?') gingen de vier jongens en hun begeleider met een bestelwagen naar kinderhuis Sint-Antonius. ,,Meteen ging ik met een ander jongetje op onderzoek uit. Spannend en leuk, een onbekende omgeving verkennen. Sluipend door de lange gangen werden we 'betrapt' en vervolgens flink uitgefoeterd. We vluchtten, alsof we iets vreselijks hadden gedaan. Ik schrok me rot en voelde me heel bang."

Na die eerste nare ervaring zouden er nog vele volgen. Ruim veertig jaar later kan de man uit Voorburg zich niet alles precies herinneren wat er voorviel. Lange tijd heeft hij de herinneringen aan zijn verblijf in Boxtel weggedrukt. ,,Het is met name de strenge orde die er heerste, waaraan ik maar niet kon wennen. Alles gebeurde via vaste regeltjes en o wee, als je daarvan afweek..."

© 2006 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Ontzetting bij het terugzien van de slaapzaal waar hij werd opgesloten. (Foto: Gerard Schalkx).

KOTS OPETEN
Er verbleven volgens Van Ruijven zo'n zeventig kinderen in Sint-Antonius. Waarmee ze hun tijd overdag vulden? ,,We kregen in elk geval geen onderwijs; wel had ik wat huiswerktaken van school meegekregen. We knutselden veel. Soms gingen we er in groepjes op uit en maakten we een fietstocht of wandeling buiten het terrein van Sint-Antonius. Vooral de terugkomst daarvan staat me bij: een heel angstig gevoel."

De angst van Van Ruijven manifesteerde zich ook lichamelijk. ,,Ik ging weer in mijn bed pissen van angst. En ik was niet de enige. Gevolg was dat we met een aantal kinderen apart werden gezet. Het moest vooral duidelijk worden dat dit verkeerd was. Alsof ik me al niet lullig genoeg voelde... Een van de jongens die ook in zijn bed plaste, kokhalsde tijdens het eten van angst. Hij moest vervolgens zijn eigen kots opeten. Jaren heb ik er niet over durven praten." Persoonlijk hygiëne omschrijft Van Ruijven als een kwelling. ,,Ik herinner me hoe mijn nagels schoon werden gemaakt. Het voelde alsof de nagelvijl door mijn vingers werd geprikt. Tjee, wat deed dat pijn."

Dat Van Ruijven in de enige brief die hij naar thuis mocht sturen zijn nare ervaringen neerpende, werd niet op prijs gesteld door de leiding van Sint-Antonius. ,,Elke brief werd nagelezen. Die van de meeste kinderen werden goedgekeurd. De mijne niet. Na een tijdje werd ik apart geroepen en opgesloten met de opdracht een andere brief te schrijven. Ik werd helemaal woest van onmacht, maar heb uiteindelijk toch een andere tekst gemaakt."

Halverwege zijn verblijf in Boxtel kreeg Van Ruijven bezoek van zijn ouders. ,,We gingen een dagje weg, onder meer naar kasteel Stapelen. Ik was ervan overtuigd dat ik met vader en moeder mee naar huis zou mogen, weg uit het 'gekkenhuis'. Je snapt dat ik verbijsterd was dat ik te horen kreeg toch de volle zes weken uit te moeten dienen."

Pas enkele weken geleden hoorde Van Ruijven van zijn thans 91-jarige moeder dat de reden voor het verblijf in Boxtel niet alleen met zijn astma van doen had. ,,Mijn vader zei destijds dat mijn moeder me te veel verwende. Het verblijf in zo'n vakantiekolonie zou me goed doen. Het was kennelijk de bedoeling dat ik wat losser zou komen van thuis. Dat was niet zo'n gek plan, het had goed kunnen zijn voor mijn ontwikkeling. Helaas pakte het allemaal heel anders uit."

GEEN WROK
Ondanks dat de zes weken in Boxtel tot op heden van invloed zijn op zijn dagelijks leven, koestert de geboren Hagenaar geen wrok jegens zijn ouders. ,,Nee, het verblijf in een kwetsbare fase van mijn jeugd pakte verkeerd uit. Maar desondanks besef ik dat de bedoelingen goed waren, zowel van mijn ouders als van de mensen die zich inspanden om die 'bleekneusjes' een fijne tijd te bezorgen. Ik was er doodsbang en had een rottijd; het waren zes lange weken waarin ik het vertrouwen in mensen verloor. Nieuwe dingen waren niet meer leuk en spannend, alles werd eng en onveilig. Zo'n basishouding leeft niet lekker."

Na zijn verblijf liepen Van Ruijvens schoolprestaties achteruit. Het mógen leren werd móeten leren. ,,Er was iets in me gebroken, vooral als het ging om vertrouwen in mensen. Ik heb jaren geworsteld om een behoorlijke opleiding af te kunnen maken. Was het gewoon gaan vinden om mezelf te forceren om tot iets te komen. De combinatie van werk en studie heb ik jaren volgehouden. Twaalf jaar geleden ben ik aan de Leidse universiteit afgestudeerd als sociaal pedagoog met bedrijfseconomie en bestuurskunde."

Na een moeilijke periode, met een scheiding en problemen op zijn werk, is Van Ruijven nu klaar om aan een nieuwe fase in zijn leven te beginnen. Daarbij past het ook om het hoofdstuk 'Boxtel' af te sluiten. Een bezoek aan het voormalige kinderhuis was daarbij een voorwaarde. ,,Zeker omdat ik heb gehoord dat het op de nominatie staat om te worden gesloopt."

© 2006 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Van eind oktober tot begin december 1964 verbleef Laurens van Ruijven als 9-jarig jongetje uit Den Haag zes weken in het toenmalige kinderhuis Sint-Antonius. Hij beleefde er een verschrikkelijke tijd. (Foto: Gerard Schalkx).

ONTLADING
Vrijdag 20 juli nam Van Ruijven een kijkje in wat bij Boxtelaren beter bekend is als Lindenlust. De aanblik van het gebouw aan de Bosscheweg bezorgde de Voorburgenaar opnieuw een beklemmend gevoel.

Kijkend op het vluchtplan aan de wand in de hal kwamen herinneringen boven. De grotendeels verbouwde en opgedeeld eetzaal was nauwelijks herkenbaar. De kamertjes op de bovenverdieping zorgden wel voor vage herinneringen. Maar pas toen Van Ruijven de deur opentrok van een vroegere slaapzaal aan het einde van een gang, ontwarde zich een emotionele knoop. ,,Hier onder dit raam stond mijn bed. En daar, waren de groepsdouches. In deze kamer werd ik opgesloten."

Ineengekrompen begon hij schokkend te huilen. Zijn astma speelde Van Ruijven weer parten. Na enkele minuten hervond de man zich. ,,Dit zit diep. Zo'n heftige ontlading van mijn emoties had ik niet verwacht. Maar wel goed dat ik hier ben geweest. Nu kan ik verder met mijn leven."

BOEKJE SKK
Komend najaar verschijnt een boekje waarin onder meer een deel van de geschiedenis van het Boxtelse Lindenlust is vastgelegd. Het pand aan de Bosscheweg, nu eigendom van Zorggroep Elde, werd in de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd als kinderhuis Sint-Antonius. Het boekwerkje waarin geschreven wordt over Lindenlust gaat in op de geschiedenis van de Stichting Katholieke Kinderhuizen (SKK). Het initiatief om dit boekje te maken komt van Anne Franken, inmiddels gepensioneerd maar jarenlang werkzaam op kinderhuis Sint-Antonius in het Noord-Hollandse Bakkum.

De SKK, opgericht in 1931 onder de naam Vereniging voor Katholieke Kinderhuizen in het bisdom Haarlem, droeg zorg voor katholieke 'bleekneusjes'. In een tijd dat welvaart nog niet vanzelfsprekend was en gezinnen groot waren, liepen veel kinderen het risico om zwak op te groeien door schaarste aan vitaminerijk eten of gezonde lucht.

Kinderhuis Antonius Bakkum is het laatste nog 'levende' stukje geschiedenis van de SKK en nog steeds in gebruik als afdeling van jeugdzorgorganisatie Parlan. De SKK had nog drie huizen in haar bezit: naast Op den Geitenberg in Dieren en Prinses Marijke in Zeist het Boxtelse Sint-Antonius, een naam die hier ter plaatse echter nooit echt ingeburgerd raakte en beter bekend is als Lindenlust.

In 1966 werd kinderhuis Sint-Antonius gesloten. Nadat er nog even Indische Nederlanders waren opgevangen, werd het verbouwde pand in 1967 in gebruik genomen als verpleeghuis voor dementerende ouderen. Die functie behield het meermalen uitgebreide en verbouwde pand tot 2003. In dat jaar verhuisden de patiënten van Lindenlust naar de nieuwbouw bij de bestaande verpleegvleugel van ziekenhuis Liduina.

Momenteel is Lindenlust beschikbaar als tijdelijke huisvesting om de nieuwbouwplannen van Zorggroep Elde mogelijk te maken. De laatste jaren woonden er al ouderen van woonzorgcentrum De Beemden in Sint-Michielsgestel en Simeonshof in Boxtel. De bewoners van Emmaus nemen er begin volgend jaar hun intrek. De Thuiszorg van Zorggroep Elde is gehuisvest op de bovenverdieping van het oudste gedeelte van Lindenlust.

De geschiedenis van de SKK en haar huizen is te lezen in het boekje 'Vergeet niet het zwakke kind!' dat deze herfst verschijnt. Anne Franken dook de archieven in, Arjan Jonker schreef de teksten. Hugo Koeman en Marianne Morsink droegen zorg voor de eindredactie en productie. Het met foto's rijk geïllustreerde boekje telt 64 pagina’s en komt te koop voor 15 euro. Wie intekent op een exemplaar uit de beperkte oplage krijgt een korting van 2,50 euro. Bestelling kan door naam en adresgegevens te mailen naar: SKK@parlan.nl of te bellen naar Marianne Morsink, telefoon (072) 514 39 36.




26 juli 2007

Print deze pagina

Terug