GYNAECOLOOG FRISO PLANTEMA NEEMT AFSCHEID

’Dolgelukkig werken in kleinschalig Liduina’

© 2005 - Brabants Centrum

OP DE FOTO: Gynaecoloog Friso Plantema neemt vandaag afscheid van het Liduinaziekenhuis. De Esschenaar was als voorzitter van de medische staf nauw betrokken bij het fusieproces van het Boxtelse ziekenhuis.

Boxtel moet blij zijn met een ziekenhuis waarin ruimte is voor de primaire gezondheidszorg. Dat zegt gynaecoloog Friso Plantema (62) uit Esch die sinds 1970 een belangrijk stempel heeft gedrukt op de gezondheidszorg in Boxtel. Plantema bracht als gynaecoloog niet alleen tussen de negen- en tienduizend kinderen te wereld, maar stond ook aan de wieg van de fusie van het Liduinaziekenhuis met het Bossche Carolusziekenhuis. ,,Geen enkele vrouw heeft mijn spreekuur met natte ogen verlaten.”

Begin in het bijzijn van Friso Plantema niet over de fusiegolf die de Nederlandse gezondheidszorg in de ban heeft. Plantema is wars van ontwikkelingen die leiden tot grote, onpersoonlijke gezondheidscentra waar patiënten anoniem zijn en geen tijd meer is voor een persoonlijke benadering. ,,Moet je kijken wat ze hier van plan zijn”, foetert Plantema als hij een luchtfoto toont van het nieuwe Jeroen Bosch Ziekenhuis dat in ’s-Hertogenbosch moet verrijzen. ,,Terwijl ze aan de ene kant van de stad huizen bouwen, komt helemaal aan de andere kant een groot ziekenhuis dat niet eens fatsoenlijk bereikbaar is.”

Plantema heeft niets op met grote organisaties. ,,Ik ben iemand die houdt van korte lijntjes en in wezen een specialist die ook werkt als een huisarts. Tijd nemen dus voor het spreekuur en de patiënt voldoende aandacht schenken.” Sinds 1977 werkte hij in het Boxtelse Liduinaziekenhuis en gaf hij als voorzitter jarenlang leiding aan de medische staf van dit ’romantische ziekenhuisje’. ,,Ik ben blij dat ik Liduina zo lang als klein ziekenhuis heb mogen meemaken”, blikt Plantema terug. ,,In het oude Liduina was ik dolgelukkig omdat ik ondanks de kleinschaligheid toch 95 procent van mijn vakgebied kon uitoefenen.”

Natuurlijk volgt de gynaecoloog de recente ontwikkelingen binnen het Boxtelse ziekenhuis op de voet. De primaire voorzieningen zijn aanwezig en daarmee moet Boxtel blij zijn, vindt hij. ,,Een EHBO-post is belangrijk, maar is dankzij de rijksweg A2 ook makkelijk in ’s-Hertogenbosch te bereiken. En daar zijn veel meer mogelijkheden.” Veel zorgelijker vindt hij de verregaande fusie in de Brabantse hoofdstad waar alle ziekenhuizen gebundeld worden aan de Vlijmenseweg, rondom het huidige Willem-Alexander-ziekenhuis. ,,Kun je je voorstellen dat daar straks een team van twaalf gynaecologen aan het werk gaat. Dat is toch niet meer beheersbaar. In Boxtel wist iedereen destijds precies wie de bevalling deed. Dat kun je straks helemaal vergeten.”

JAPPENKAMP
Plantema werd geboren in Bandung, op Java in Nederlands-Indië en heeft Indisch bloed. In de Tweede Wereldoorlog verloor hij zijn vader en belandde hij met zijn moeder en de andere kinderen in een jappenkamp. In 1947 werd het gezin met het schip Oranje gerepatrieerd naar Nederland. ,,Indië heeft voor een belangrijk deel mijn karakter bepaald”, zegt Plantema. ,,Ik heb geleerd dat het geen zin heeft je te verzetten tegen iets wat zinloos is. Maar het verblijf in het jappenkamp heeft ook een knokker van me gemaakt, een doordouwer. Ik geef niet zomaar op.”

Het was zijn moeder die als eerste aangaf dat Plantema vrouwenarts zou moeten worden; hij was 13 jaar. Toen hij zijn latere echtgenote op jonge leeftijd leerde kennen, maakte hij ook kennis met haar vader die huisarts was. ,,Als hobby deed hij er in Amersfoort verloskunde bij”, grinnikt Plantema. ,,Omdat ik later bij het gezin inwoonde, heb ik heel wat verloskunde zien passeren.” Het toeval trok hem uiteindelijk over de streep omdat op de laatste dag van zijn co-assistentschap in het Groot Ziekengasthuis zijn leermeester om het leven kwam bij een verkeersongeval en het ziekenhuis hem vroeg die leemte op te vangen.

Sinds 1977 werkte Plantema met dokter Lie in het Liduinaziekenhuis in Boxtel. ,,Tamelijk uniek dat Boxtel een ziekenhuis had”, blikt hij terug. ,,Het was de verdienste van burgemeester Van Helvoort. De ziekenfondsen hebben nooit veel fiducie gehad in het ziekenhuis, maar door de combinatie met een verpleeghuis stond er een krachtige voorziening.” Een bezuinigingsoperatie dreigde echter begin jaren tachtig de ondergang in te luiden van het ziekenhuis aan de Bosscheweg. Nadat fusiebesprekingen met Groot Ziekengasthuis waren mislukt, volgde in 1988 de samensmelting met het Carolusziekenhuis.

Het leidde tot een aanpassing van de zorgverlening in het Boxtelse ziekenhuis. Met gynaecoloog Ruijs ontwikkelde hij een programma voor dagbehandeling en short stay. ,,Dit gynaecologisch model voorzag in operaties op maandag en dinsdag, zodat vrouwen op vrijdag naar huis konden.” Uiteindelijk moest Plantema ’zijn’ operatiekamers in Boxtel afstaan aan ’s-Hertogenbosch en verdwenen ook de verloskamers. ,,Bedenk dat in die tijd zo’n 450 bevallingen in Boxtel plaatsvonden. Omdat het zo’n klein en persoonlijk ziekenhuis was, kregen we mensen uit de hele regio, tot aan Oisterwijk en Udenhout.”

Hij voelde zich als een vis in het water in het kleine ziekenhuis, waar spreekuren nog al eens uitliepen omdat tussendoor even een bevalling moest worden gedaan. De spreekuren duurden ook lang omdat Plantema naar eigen zeggen veel tijd voor zijn patiënten wilde nemen. ,,Ik heb veel levensgeluk gezien, maar ook veel verdriet meegemaakt. In die gevallen moet je vrouwen de kans geven uit te huilen en hun verhaal laten vertellen. Geen enkele vrouw heeft mijn spreekuur met natte ogen verlaten.”

WEGWEZEN
Plantema heeft niet bijgehouden hoeveel bevallingen hij al die jaren heeft gedaan. Hij schat dat de teller ergens stopt tussen de negenduizend en tienduizend. ,,En ik heb ze allemaal zelf gedaan, alle kinderen zijn door mijn handen gegaan”, straalt hij. Het meest bijzonder vond hij de bevallingen waarbij hij ook de moeders in het kraambed ter wereld had gebracht. ,,Logisch als je ouder wordt, maar ook leuk omdat zo een generatiesprong wordt gemaakt.”

De geboorte van een kind beschouwt Plantema nog altijd als fascinerend. ,,Alle concentratie is bij een bevalling gericht op de foetus, het kind dat nog geboren moet worden. Het is wel eens voorgekomen dat ik een te enthousiaste vader op de gang heb moeten zetten. Ook moeders en schoonmoeders van de aanstaande moeder kunnen het wel eens te bont maken en zijn in die gevallen een heuse weeënremmer. Wegwezen dus, het gaat om het kind.”

Ongeveer een jaar geleden kreeg de carrière van Plantema een abrupte wending. Een storing aan een oogzenuw betekende van het ene op het andere moment dat de gynaecoloog niet meer kon opereren. En dat was juist, mét de bevallingen zijn grote liefde. ,,Ik ben er heel depressief van geweest”, zucht Plantema. ,,In mijn dromen kwam steeds weer naar voren dat ik het kon, maar de werkelijkheid was anders. En dat maakte me neerslachtig. Daarom heeft het zo lang geduurd alvorens ik klaar was om afscheid te nemen. Het liefst was ik tot mijn 65ste doorgegaan.”

Mooie herinneringen passeren de revue als hij in zijn prachtige woning aan de Baarschot in Esch verhaalt over zijn vijf zonen. De drie oudste werden door zijn schoonvader ter wereld gebracht. De vierde deed hij samen met zijn schoonvader, nummer vijf werd door Plantema zelf op de wereld gezet. ,,Ook de kleinkinderen heb ik allemaal gedaan, waarbij mijn eerste kleindochter op mijn zestigste verjaardag is geboren. Een uniek moment om nooit te vergeten.”

De jarenlange onregelmatige diensten - overdag, ’s avonds en in het weekeinde - hebben Plantema in elk geval opgezadeld met een verstoord bioritme. Eten en slapen op vaste tijden is er nog niet bij. ,,Ik heb me vannacht voorbereid op dit interview”, bekent Plantema als hij door zijn tuin wandelt. ,,Ik liep hier met een heerlijk glaasje korenwijn en een sigaar. Weet je dat er vannacht om halfvier een prachtige volle maan was...”




26 mei 2005

Print deze pagina

Terug