![]() |
’BRABANT’S CENTRUM’ ZIET LEVENSLICHT 'De terugkeer van een goede bekende, van een vriend'![]() OP DE FOTO: Willem van Amelsvoort was van meet af aan nauw betrokken bij de totstandkoming van Brabants Centrum. De foto toont Van Amelsvoort aan het werk in zijn huiskamer. (Archieffoto Brabants Centrum). 1 December 1944. Ruim drie jaar nadat het laatste nummer van de Boxtelsche Courant is verschenen, rolt het eerste nummer van ’Brabant’s Centrum’ van de drukpers. De oplage: 2.500 exemplaren. Onder redactionele leiding van Martinus Kuijpers start de geschiedenis van een ’katholiek weekblad voor Boxtel en omgeving’ waarvoor in de kiosk een dubbeltje moet worden betaald. Een abonnement kost 1,30 gulden per kwartaal. ’Wij menen dat onze krant in Brabant’s Centrum een eigen taak te vervullen heeft, als onderdeel van de taak die de groote katholieke dagbladpers heeft: te zijnde Arma Veritates, d.i. Het Wapen der Waarheid. Zo trekken we dan te velde!’ Met een kennismaking van hoofdredacteur Kuijpers, een welkomstwoord van deken en pastoor Ignatius Broekman, een tekening van koningin Wilhelmina en een paar dichtregels van Joost van den Vondel valt het eerste nummer van Brabants Centrum op de deurmat. Aan de wieg van het weekblad staan kapelaan Jan van de Rijt van de Heilig Hartparochie, samen met Jan van Susante en Harrie Beex, die het gezamenlijke initiatief nemen voor de oprichting van een nieuwe lokale krant. Papierschaarste was in 1941 een van de oorzaken van het verdwijnen van de Boxtelsche Courant. Maar meer nog speelde de gelijkschakeling een rol; de Duitse bezetter stond het voortbestaan van onafhankelijke media niet toe. Om die reden verdwenen veel kranten. ’Tegen de beperkende bepalingen van den laaghartigen Duitschen bezetter was haar zwakheid niet bestand’, schrijft hoofdredacteur Kuijpers in zijn ’Ter kennisneming’ op de voorpagina van het eerste nummer. ’Na ongeveer 3 jaren in den schoot der vergetelheid te hebben gerust, herrijst, een maand na Boxtel’s bevrijding, het streekblad Brabant’s Centrum als voortzetting van De Boxtelsche Courant.’ HISTORIEDe geschiedenis van de lokale krant in Boxtel voert terug tot 1889 toen De Dommel- en Aabode werd opgericht. Tot 1916 verscheen deze krant, die ooit is omschreven als ’rechts politiek’. Op die manier waren de uitgevers verzekerd van financiële steun uit de kringen van werkgevers en andere notabelen. Uitgever van De Dommel- en Aabode was Willem van Eupen die een drukkerij had aan de Stationsstraat, op de plaats waar later drukkerij Tielen was gevestigd. De krant is ook tijdelijk in Eindhoven uitgegeven door krantenconcern De Meierij. De latere hoofdredacteur van Brabants Centrum, Willem van Amelsvoort, was toen als grafisch bedrijfsleider al bij deze krant betrokken.Naast De Dommel- en Aabode verschenen tot 1941 Centraal-Brabant, Ons Kerkklokje, Onze Kerkklokken en de Boxtelsche Courant. Centraal-Brabant verscheen vanaf 1909 en was de tegenhanger van De Dommel- en Aabode. De krant kwam voort uit werknemerskringen, gesteund door de katholieke geestelijkheid. Kapelaan Peeters van de Sint-Petrusparochie stond, geïnspireerd door de emancipatoire pauselijke encycliek Rerum Novarum, aan de wieg van de krant, die net als De Dommel- en Aabode tot 1916 zou bestaan. Beide kranten bloedden dood. Het kerkelijke blad ’Ons Kerkklokje’ profiteerde van de leemte en werd later omgedoopt in ’Onze Kerkklokken’. In 1929 verscheen de Boxtelsche Courant. De uitgaverechten lagen nog altijd bij de Sint-Petrusparochie, maar de grafische verzorging kwam in handen van de Bossche drukkerij Teulings, waar ook het Noordbrabantsch Dagblad Het Huisgezin werd gemaakt. De redactionele leiding berustte bij de geestelijkheid. Dat veranderde toen Martinus Kuijpers de redactie ging vormen en de kwaliteit van de berichtgeving aanzienlijk verbeterde. Kuijpers had een historische opleiding en beschikte over filosofische talenten, zo werd ooit opgetekend. WEDEROPBOUWDe komst van Brabants Centrum wordt bejubeld in het eerste nummer. Deken Broekman noemt de terugkeer van de krant ’geen wereldgebeurtenis’ maar beschouwt de verschijning van Brabants Centrum als ’de terugkeer van een goede bekende, van een vriend, die we met blijdschap ontvangen’. Broekman vervolgt: ’Er liggen voor ons niet enkel lessen te grijpen uit den oorlog, maar ook overvloedige leering uit het daarvoor liggend verleden moet verwerkt worden. Ons opgedoken weekblad moge daarbij helpen en er in slagen alle bruikbare krachten samen te binden tot opbouw’.Waarnemend burgemeester W.C.A. Francissen, direct na de bevrijding benoemd, noemt de verschijning van Brabants Centrum ’een teken te meer, dat Boxtel leeft en deel neemt aan de groote taak van algeheel herstel en wederopbouw’. Francissen spreekt in zijn bijdrage de hoop uit dat de Boxtelse pers haar taak ten volle begrijpt en ertoe bijdraagt dat de gemeente veilig door een moeilijke overgangsperiode wordt geloodst. Martinus Kuijpers kreeg de redactionele leiding over Brabants Centrum, maar al in de editie van 15 december 1944 – het derde nummer van de eerste jaargang – werd zijn overlijden bekendgemaakt. Op 7 december, zes dagen na verschijning van het eerste nummer, stierf de in Oirschot geboren Kuijpers op 76-jarige leeftijd. Sinds 1934 had hij zich ingezet voor de Boxtelse journalistiek. Zijn taken werden waargenomen door Toon Carpaij en later door Jan van Susante. De naam van Willem van Amelsvoort duikt op 2 februari 1945 voor het eerst op in de kolommen van de krant; hij voert vanuit zijn woonhuis aan de Molenstraat 19 de directie en administratie. Later leidde hij ook de redactie; hij zou dat doen tot 1965.
OP DE FOTO: Het pand Molenstraat 19 deed jarenlang dienst als redactielokaal van nieuwsblad Brabants Centrum. (Archieffoto Brabants Centrum).
Wat er verder gebeurde in 1944:
|
2 december 2004
|