![]() |
BRANDWEERMANNEN NEMEN AFSCHEID VAN KORPS BOXTEL ’Als je pieper inlevert, weet je niet meer wat er gebeurt’![]() OP DE FOTO: Zilveren jubilaris Frans van Esch (links) poseert samen met Jos van Heerebeek (midden) en Jos Hendriks die afscheid hebben genomen van hun actieve loopbaan bij de brandweer. De brandweer in Boxtel heeft zaterdag 2 oktober tijdens een bijeenkomst in de kazerne aan de Brederodeweg afscheid genomen van twee leden die respectievelijk 37 en 20 jaar actief zijn geweest voor het korps. Voor Jos van Heerebeek (55) uit Liempde en Jos Hendriks (55) uit Boxtel betekent het echter geen voorgoed vaarwel, want net als de meeste andere leden van de vrijwillige brandweer die stoppen met hun actieve loopbaan, willen ook zij betrokken blijven bij het wel en wee van het korps. Voor Frans van Esch (47) uit Liempde, die zaterdag in het zonnetje gezet werd vanwege zijn 25-jarig jubileum, is het afscheid van de actieve brandweer nog ver weg. In aanwezigheid van burgemeester Jan van Homelen en collega’s ontvingen Hendriks en Van Heerebeek zaterdag bij hun afscheid een oorkonde, terwijl Van Esch werd onderscheiden. Na het officiële gedeelte volgde nog een informeel samenzijn. ,,Het klopt dat het vaak erg gezellig is bij de brandweer, maar het werk op zich is natuurlijk een heel serieuze bezigheid”, aldus Hendriks, die in het dagelijkse leven leraar Nederlands is op het Jacob-Roelandslyceum in Boxtel. ,,Er ontstaat een hechte band met je collega’s doordat je samen hulpverlening moet bieden bij ongevallen en grote branden. Het komt ook voor dat je doden moet bergen en mensen uit een wrak moet halen. In dat soort situaties moet je op elkaar kunnen vertrouwen en is het belangrijk dat je de opdrachten van de bevelvoerder opvolgt. Als je dat niet doet, wordt het een zooitje.” De leerlingen van Hendriks moesten vaak wennen aan het idee dat hun leraar bij de brandweer actief was. ,,Ze vonden het maar vreemd en dachten dat het altijd een groot zuipfestijn was bij de brandweer. Het gebeurde regelmatig dat mijn pieper afging in de klas en dat ik naar de kazerne moest, zonder dat ik wist of het een ernstige brand was of iets anders. Als ik dan later vertelde aan de leerlingen wat er gebeurd was, kon je toch zien dat ze onder de indruk waren, vooral als het om zware ongevallen of grote branden ging”, aldus Hendriks. ,,Het feit dat ik regelmatig de klas verliet na een melding, heeft wel eens tot conflicten geleid met de leiding van de school. Maar zodra de pieper gaat, gaat bij mij de knop om en wil ik zo snel mogelijk naar de kazerne. Het vervelendste van het stoppen als actief lid bij de brandweer vind ik dat we onze pieper moeten inleveren. Ineens hoor je niets meer en weet je niet meer wat er aan de hand is.” TOELATINGSEISENHendriks was 35 jaar toen hij in dienst kwam bij de brandweer in Boxtel. Vrij laat in vergelijking met Van Esch en Van Heerebeek die respectievelijk 22 en 18 jaar waren toen ze aan de slag gingen bij de vrijwillige brandweer. ,,Ik ben op 1 augustus 1967 begonnen bij de brandweer in Liempde en heb in totaal vijf commandanten meegemaakt”, aldus Van Heerebeek.,,De toelatingseisen waren destijds minder streng dan vandaag de dag, al heb ik later nog heel wat pittige cursussen gevolgd. Bovendien waren er toen veel minder regels en wetten waar we ons aan moesten houden. Met name de laatste jaren is de regelgeving veel strakker geworden, maar dat neemt niet weg dat ik het werk bij de brandweer altijd als een hobby gezien heb. Vooral van het 'nablussen' in de kantine na een brand heb ik altijd genoten. Werken bij de brandweer betekent ook veel gezelligheid, want de kameraadschap tussen de leden van het korps is groot”, lacht Van Heerebeek. Hendriks vult aan: ,,Het komt zelden voor dat leden van het korps die stoppen als actief lid niet meer betrokken blijven bij de brandweer. De meeste willen binding blijven houden met het korps door bijvoorbeeld te assisteren bij wedstrijden of oefeningen.” In de 37 jaar dat Van Heerebeek actief is geweest als brandweerman was hij betrokken bij de bestrijding van diverse branden, van bermbrandjes en een schoorsteenbrand tot branden in boerderijen, garages en fabrieken. ,,Daarnaast heb ik veel verschillende ongevallen meegemaakt, waaronder auto-ongelukken, treinongevallen en verdrinkingsgevallen. Werken bij de brandweer is veel meer dan alleen maar het blussen van brandjes, je biedt hulpverlening in tal van situaties. Zo hebben we ook wel eens een koe uit een gierput moeten halen. Als brandweerman moet je allround zijn. Eigenlijk is het een bijna bovenmenselijke taak.” Brandweermannen moeten ook mentaal sterk zijn en in staat zijn om onder moeilijke omstandigheden hun werk te doen. Jubilaris Van Esch daarover: ,,De laatste jaren is er bij de brandweer veel meer aandacht gekomen voor de nazorg. Als je in actie bent gekomen bij grote ongelukken of heftige branden is het prettig wanneer je daar samen met anderen over kunt praten en alles nog eens door kunt nemen. Vroeger gebeurde dat veel minder." Van Esch vervolgt: ,,Bij grote ongevallen en branden is het belangrijk dat je jezelf als brandweerman van de omgeving afsluit en je concentreert op het werk dat je moet doen: namelijk hulpverlening bieden. Voordeel is dat je met een team werkt en dat iedereen een specifieke taak heeft. Je staat er niet alleen voor en steunt elkaar zoveel mogelijk. Voor mij persoonlijk geldt dat ik vrij goed kan omgaan met de zaken die je meemaakt als brandweerman. Ik kan het goed van me afzetten”, aldus Van Esch, die nog acht jaar bij de brandweer voor de boeg heeft. ,,Ik vind het mooi werk om te doen, mijn kinderen vinden het ook prachtig dat ik bij de brandweer zit. Natuurlijk gaat het mij ook om de actie en de spanning, maar het belangrijkste is dat je hulpverlening biedt als dat nodig is. Zelf ben ik ook nog enige jaren bevelvoerder geweest, een mooie tijd waarin veel successen geboekt zijn. Maar ik ben met evenveel plezier brandweerman en heb geen moeite om opdrachten op te volgen van de bevelvoerder.” PIEPERWaar Van Esch zijn loopbaan bij de actieve brandweer nog jaren voortzet, is het verhaal voor Hendriks en Van Heerebeek voorbij. ,,Het is vreemd dat die pieper niet meer in je zak zit. Af en toe denk ik nog wel eens: 'Waar is die pieper nou gebleven'. Je bent nou eenmaal gewend geraakt aan het feit dat je die altijd bij je had”, aldus Hendriks.Van Heerebeek vult aan: ,,Ik ben vaak op de gekste momenten opgeroepen. Vaak midden in de nacht, of als ik op een feestje of bruiloft was of op kraamvisite. Nee, daar heb ik nooit problemen mee gehad, want je wist dat het kon gebeuren. Als de pieper ging, was het een kwestie van de knop omschakelen en zo snel mogelijk naar de kazerne gaan.” Van Heerebeek zal moeten wennen aan het leven zonder pieper. ,,Ik stond als hulpverlener altijd in de frontlinie bij branden of ongevallen. Nu moet ik achter het hek blijven bij een brand en beleef ik het als toeschouwer. Maar ach, ik heb een geweldige tijd gehad en er moet nou eenmaal een keer een einde aan komen. Van een voorgoed afscheid is ook geen sprake, want ik ben van plan om te assisteren bij oefeningen en wedstrijden. Zo blijf je betrokken bij de brandweer.”
|
7 oktober 2004
|